Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
huisgezin 1
huizen 2
hulp 9
hun 78
hunne 3
hunnentwil 1
hunner 7
Frequency    [«  »]
95 dat
93 te
81 hij
78 hun
75 zijn
70 tot
68 hen

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

hun

   Chapter, Verse
1 1, 2 | Antiochus en zijn krijgslieden hun leger hadden.~ 2 1, 11| geoorloofd was, noch aan die van hun volk waren, noch ook al 3 1, 13| niet geheel ingaan, hetzij hun lief of leed?~ 4 1, 14| Maar als de priesters met hun geheel gewaad nedervielen 5 2, 4 | de reuzen waren, die op hun sterkte en stoutheid vertrouwden) 6 2, 5 | hovaardigheid werkten, en door hun boosheden zeer bekend waren, 7 2, 10| waren, hen geholpen hebt in hun vernedering, en hen verlost 8 2, 14| en straf ons niet door hun onheiligheid, opdat de ongerechtigen 9 2, 14| opdat de ongerechtigen in hun gemoed niet roemen, noch 10 2, 20| hen die niet offerde, in hun tempels zou ingaan, maar 11 2, 21| tekenen, en dat met vuur aan hun lichaam, namelijk met een 12 2, 21| afzonderen tot de vrijheid, hun tevoren bestemd.~ 13 2, 25| die van hen afweken waren hun een gruwel, en zij hielden 14 2, 25| hielden hen als vijanden van hun volk, en beroofden hen beiden 15 2, 25| beroofden hen beiden van hun gemeenzame omgang en voorrechten.~ ~ 16 3, 3 | Joden afgezonderd, en van hun gemeenschap afgekeerd; waarom 17 3, 3 | gehouden werden; maar omdat zij hun handel en wandel met de 18 3, 7 | en alles toebrengen tot hun hulp.~ 19 3, 11| die nooit ophouden van hun onzinnigheid, te vereren;~ 20 3, 12| hadden in het binnenste van hun tempel in te gaan, en die 21 3, 12| zij, gedreven zijnde door hun oude opgeblazenheid, ons 22 3, 13| vriendschap hebben, maar hun vijandelijk gemoed jegens 23 3, 13| die alleen onder de volken hun hals opheffen tegen de koningen, 24 3, 13| opheffen tegen de koningen, en hun eigen genadige heren.~ 25 3, 14| 14 Wij nochtans zijn hun uitzinnigheid ontweken, 26 3, 15| wij aan allen bekend bij hun landslieden, dat wij het 27 3, 15| bondgenootschap, als ook omdat hun van overoude tijden talloos 28 3, 15| eenvoudigheid toevertrouwd waren, hun staat in beter te veranderen, 29 3, 16| altijd, dat wij door dit hun zeer oneerlijk leven onze 30 4, 1 | welke in vorige tijden hun in het gemoed als vereeld 31 4, 2 | een gedurige droefheid, en hun gekrijt was jammerlijk, 32 4, 2 | met tranen en zuchten, hun hart brandde alleszins, 33 4, 4 | verandering van dit leven, hun zeer ellendige wegzending 34 4, 7 | En haar mannen waren in hun bloeiende jeugd om de halzen 35 4, 7 | als die reeds de dood voor hun ogen gesteld zagen.~ 36 4, 8 | het hoofd gelegd, opdat hun ogen alleszins zouden verblind 37 4, 10| ganse geslacht der Joden met hun namen zou beschrijven.~ 38 4, 12| 12 Zo geschiedde dan hun beschrijving met veel naarstigheid, 39 4, 14| niet langer konden doen, om hun ontelbare menigte, dewijl 40 4, 15| die zij zouden gebruiken hun reeds ontbraken.~ 41 5, 4 | heerser over alle macht, hun barmhartige God en Vader, 42 5, 4 | tranen, zonder ophouden met hun stemmen aangeroepen, biddende 43 5, 4 | hen uit de dood, die voor hun voeten bereid was, met een 44 5, 5 | 5 En hun gedurig gebed klom op in 45 5, 8 | ontkomen waren, prezen zij hun heilige God; en zij baden 46 5, 16| waren die ganse tijd in hun gemoed bekommerd; met vele 47 5, 21| de onschuldige Joden, die hun gestadige en standvastige 48 5, 21| uw dienst) gij Hermon in hun plaats van uw leven nul 49 5, 28| zwaard te gronde werpen, en hun heiligdom, waar zij de offeranden 50 5, 32| het laatste ogenblik van hun leven was, en het einde 51 5, 33| bloedverwanten, de vaders, namelijk hun zonen, en de moeders haar 52 5, 35| gedachten de verlossingen, die hun uit de hemel tevoren geschied 53 5, 35| zijn zij eendrachtig op hun aangezichten gevallen, en 54 6, 5 | die in Babylonië waren, en hun lichamen gewillig aan het 55 6, 5 | gij zondt de vlam tot al hun tegenpartijders.~ 56 6, 9 | verderft, en zeggen: Ook hun God heeft hen niet verlost.~ 57 6, 13| der, jonge kinderen, en hun ouders, en dat met tranen; 58 6, 25| hen terug met vrede naar hun plaatsen, en bidt af hetgeen 59 6, 26| loofden de heilige God, hun behouder, als zij de dood 60 6, 27| vrolijkheid de feestdagen van hun behoud zouden houden.~ 61 6, 28| deelden zij de plaats af, die hun ten val en ten grave bereid 62 6, 31| zichzelf vervuld, omdat hun snorkende stoutheid met 63 6, 33| en besloten dat men in al hun woningen van eeuw tot eeuw 64 6, 33| maar om de verlossing, die hun van God geschied was.~ 65 6, 36| maaltijd gehouden, en alles is hun door de koning toegereikt, 66 6, 37| hem gesproken hebben over hun vertrek; en de koning hen 67 7, 5 | hebben jegens alle mensen, hun nauwelijks het leven konden 68 7, 6 | niemand in enige plaats hun enigszins leed doe, noch 69 7, 6 | iets verwijte over hetgeen hun buiten recht en reden wedervaren 70 7, 10| en prees hen ook, en gaf hun macht over alle zodanigen 71 7, 11| het betaamde) gedankt; en hun priesters, en de gehele 72 7, 12| 12 En zo straften zij hun medeburgers, die zich verontreinigd 73 7, 12| hadden, en die op de weg in hun handen vielen, en zij sloegen 74 7, 15| waar op hen een vloot, naar hun algemeen goedvinden zeven 75 7, 15| een vreugdemaaltijd van hun behoud, want de korting 76 7, 17| hadden meer macht tegen hun vijanden, dan tevoren, met 77 7, 18| door niemand enigszins van hun goederen verstoten, maar 78 7, 18| opperste God grote daden tot hun behoud gedaan had.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License