Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zij 116
zijde 1
zijden 1
zijn 75
zijnde 11
zijner 1
zijt 4
Frequency    [«  »]
93 te
81 hij
78 hun
75 zijn
70 tot
68 hen
67 als

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

zijn

   Chapter, Verse
1 1, 1 | ontnomen waren, zo heeft hij al zijn krijgsvolk, beide te voet 2 1, 2 | 2 En nam zijn zuster Arsinoë met zich, 3 1, 2 | gelegen, waar Antiochus en zijn krijgslieden hun leger hadden.~ 4 1, 4 | onbeduidend mens in de tent in zijn plaats gesteld, en het gebeurde, 5 1, 4 | en het gebeurde, dat deze zijn straf droeg.~ 6 1, 7 | beschonken had, zo heeft hij zijn onderdanen moedig gemaakt.~ 7 1, 12| hoewel zij van de eer beroofd zijn, zo behoort het nochtans 8 1, 15| 15 Ook zijn de dochters, die in haar 9 1, 19| hij eindelijk aanhield, en zijn voornemen dacht te volbrengen, 10 1, 21| stonden, beproefden alleszins zijn hovaardig gemoed van de 11 2, 11| zonden onderdrukt, en wij zijn onze vijanden onderworpen, 12 2, 14| tongen hoogmoed vrolijk zijn, zeggende: Wij hebben het 13 2, 15| nedergevallen en gebroken zijn van harte, ons namelijk 14 2, 16| machteloos, en ook lam aan zijn leden, noch spreken kon, 15 2, 17| 17 Daarom werden beide zijn vrienden en lijfwachten, 16 2, 19| hij nu in Egypte kwam, en zijn boosheid vermeerderde, en 17 2, 19| vermeerderde, en met hulp van zijn medehelpers en metgezellen, 18 2, 19| die tevoren aangewezen zijn, en van alle gerechtigheid 19 2, 19| konings voorstel, ook zelf zijn wil volgden.~ 20 2, 22| alle Joden verstoord te zijn, zo liet hij daaronder schrijven, 21 3, 3 | omdat zij God dienden, en in zijn wet wandelden, zo hebben 22 3, 4 | met de koning, noch met zijn machten verzoenbaar waren, 23 3, 11| renten uitgedeeld hadden, zo zijn wij ook te Jeruzalem gekomen, 24 3, 14| 14 Wij nochtans zijn hun uitzinnigheid ontweken, 25 3, 14| uitzinnigheid ontweken, en zijn met overwinning gekomen, 26 3, 16| die ons oprecht welgezind zijn, en zij hopen altijd, dat 27 3, 17| 17 Daarom zijn wij door zekere merktekenen 28 3, 17| manier ons kwalijk gezind zijn, en voorziende, dat mogelijk 29 3, 18| deze brief zal ontvangen zijn, dat men op diezelfde ure, 30 3, 18| allen die daarin getekend zijn met vrouwen en kinderen 31 3, 18| die zulke vijanden waardig zijn.~ 32 3, 19| tegelijk gestraft zullen zijn, zo achten wij, dat in toekomende 33 3, 20| zuigende toe, die zal met zijn ganse huisgezin met de schandelijkste 34 4, 9 | zien; opdat zij noch met zijn krijgsvolk gemeenschap zouden 35 4, 13| maaltijden voor alle afgoden; zijn hart was verre van de waarheid 36 4, 13| waarheid afgedwaald, en met zijn onheilige mond prees hij 37 5, 1 | die drank verwoed zouden zijn, dat men hen de Joden tegemoet 38 5, 4 | hulp schenen ontbloot te zijn, omdat zij alom met banden 39 5, 7 | diepe slaap bevangen, en zijn onrechtvaardig voornemen 40 5, 7 | mislukte hem zeer, en in zijn onverzettelijk besluit werd 41 5, 8 | dat hij de sterkte van zijn machtige hand aan de hoogmoedige 42 5, 12| bevel had volbracht, en zijn vrienden zulks ook getuigden, 43 5, 14| keerden een ieder weder naar zijn eigen huis; en zij gebruikten 44 5, 19| grote beesten en het heer, zijn naar uw heftig voornemen, 45 5, 20| grimmigheid, overmits al zijn gedachten aangaande deze 46 5, 21| dat wij tezamen opgevoed zijn, en om uw dienst) gij Hermon 47 5, 22| en hij ontzette zich in zijn gelaat en aangezicht; en 48 5, 22| heengaan, een ieder tot zijn arbeid.~ 49 5, 24| Als nu de koning naar deze zijn wijze van doen weder een 50 5, 25| daar mede aanzaten, over zijn ongestadig gemoed zich verwonderende, 51 5, 27| achtende de veranderingen van zijn gemoed, die in hem door 52 5, 29| 29 Toen zijn de vrienden en magen zeer 53 5, 31| 31 Toen is hij, zijn goddeloos hart met grote 54 5, 31| een wreed gemoed, en met zijn ogen wilde aanschouwen de 55 5, 35| tevoren geschied waren, zijn zij eendrachtig op hun aangezichten 56 6, 1 | die nu in ouderdom tot zijn jaren gekomen, en met alle 57 6, 3 | tong) in de zee gestort met zijn hovaardige heerkracht en 58 6, 4 | Assyrië, Sanherib, die op zijn talloze heerkrachten pochte 59 6, 4 | spies het ganse land onder zijn gebied gekregen had, en 60 6, 6 | versmolt, ongekwetst aan al zijn huisgenoten vertoond.~ 61 6, 7 | van het geslacht Israëls zijn, hetwelk door deze gruwelijke 62 6, 17| almachtige, en waarachtige God zijn heilig aanschijn vertoond, 63 6, 18| sidderende, en hij vergat zijn toornige en grote stoutmoedigheid.~ 64 6, 21| en dreigde met gramschap zijn vrienden, zeggende: alle 65 6, 23| onredelijk een ieder van zijn huis afgevoerd en herwaarts 66 6, 27| tot zich de ontvanger van zijn inkomsten en gelastte aan 67 6, 31| hen ten verderve, en om te zijn een aas der vogelen gesteld 68 6, 35| heerser aller schepselen zijn barmhartigheid zeer heerlijk 69 7, 1 | des lands zaken gesteld zijn, geluk en voorspoed; wij 70 7, 2 | Joden die in ons koninkrijk zijn, op een hoop zouden doen 71 7, 3 | totdat dit zou volbracht zijn.~ 72 7, 5 | hen, als een vader voor zijn kinderen, streed; ook overleggende 73 7, 9 | nimmer welgezind zouden zijn tot de geboden des konings.~ 74 7, 10| hadden, in alle plaatsen van zijn koninkrijk vrij zonder enige 75 7, 17| rivieren, een ieder naar zijn huis ongedeerd, vrij en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License