Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hemel 9
hemelen 2
hemelse 2
hen 68
here 11
heren 2
hermon 10
Frequency    [«  »]
78 hun
75 zijn
70 tot
68 hen
67 als
54 zo
52 waren

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

hen

   Chapter, Verse
1 1, 7 | naastgelegene steden te gaan, en hen te vermanen. En als hij 2 1, 8 | voornam ten spoedigste tot hen te reizen.~ 3 1, 14| de hoogste God baden, om hen in die aanstaande nood te 4 2, 4 | vertrouwden) vernield, over hen brengende een onmetelijk 5 2, 5 | vuur en zwavel verbrand, hen stellende tot een voorbeeld 6 2, 10| onze vaders verdrukt waren, hen geholpen hebt in hun vernedering, 7 2, 10| hebt in hun vernedering, en hen verlost hebt uit grote ellende.~ 8 2, 20| insnijden, dat niemand onder hen die niet offerde, in hun 9 2, 22| schrijven, dat zo enigen onder hen verkozen om te gaan met 10 2, 25| 25 En die van hen afweken waren hun een gruwel, 11 2, 25| een gruwel, en zij hielden hen als vijanden van hun volk, 12 2, 25| van hun volk, en beroofden hen beiden van hun gemeenzame 13 3, 1 | alle Joden vergaderen, en hen met de snoodste dood van 14 3, 2 | gegeven, alsof de Joden hen verhinderden in het onderhouden 15 3, 4 | koninkrijk; zo bezwaarden zij hen rondom met geen gewone verachting.~ 16 3, 6 | 6 Maar zij hebben hen getroost, en namen het zeer 17 3, 7 | en vrienden, en die met hen handelden, heimelijk enigen 18 3, 7 | deden beloften, dat zij hen mede wilden beschermen, 19 3, 8 | blijven, ja schreef tegen hen deze brief:~ 20 3, 10| goedertieren te behandelen, en hen gaarne goed te doen.~ 21 3, 15| beter te veranderen, en hen wilden aannemen, in de gemeenschap 22 3, 16| van die weinigen onder hen, die ons oprecht welgezind 23 4, 2 | verderf, hetwelk jegens hen zo schielijk besloten was.~ 24 4, 9 | heeft hij gelast dat zij hen zouden legeren op het rijveld 25 4, 9 | kwamen, en voor degenen onder hen, die buiten naar het land 26 4, 11| 11 Overmits hij hen niet wilde belasten met 27 4, 11| dienst een weinig tevoren aan hen bekend gemaakt, maar pijnigen 28 4, 15| 15 En als hij hen te harder dreigde, alsof 29 5, 1 | verwoed zouden zijn, dat men hen de Joden tegemoet zou voeren 30 5, 1 | Joden tegemoet zou voeren om hen te doden.~ 31 5, 3 | voorts wat te doen was om hen te verzekeren, menende dat 32 5, 4 | de goddeloze raad tegen hen genomen wilde afkeren, en 33 5, 4 | genomen wilde afkeren, en hen uit de dood, die voor hun 34 5, 10| gedaan zijnde, vermaande hij hen zichzelf goed te verlustigen, 35 5, 16| de opperste God, dat hij hen weder haastig wilde helpen.~ 36 5, 25| nu ten derden male gelast hen uit te roeien, en weder 37 5, 32| meenden zij, dat dit voor hen het laatste ogenblik van 38 5, 35| schepselen, dat hij zich over hen met een heerlijke verschijning 39 6, 5 | begoten, dat niet een haar aan hen gekrenkt is, maar gij zondt 40 6, 9 | 9 Laat hen, die maar ijdelheid bedenken, 41 6, 9 | zeggen: Ook hun God heeft hen niet verlost.~ 42 6, 14| gij gezegd hebt, dat gij hen, ook zijnde in het land 43 6, 18| verschrikking, en verstrikten hen met onbewegelijke boeien, 44 6, 19| vertrapten en vernielden hen.~ 45 6, 20| dingen, die hij tevoren tegen hen bedacht had.~ 46 6, 25| onrechtvaardige handen, zendt hen terug met vrede naar hun 47 6, 25| af hetgeen door u jegens hen tevoren gedaan is. Laat 48 6, 27| inkomsten en gelastte aan hen, zeven dagen lang, wijn 49 6, 31| En degenen, die tevoren hen ten verderve, en om te zijn 50 6, 35| nu van de koning hadden hen beschreven van de vijfentwintigste 51 6, 35| en zij hadden besloten, hen om te brengen van de vijfde 52 6, 35| zeer heerlijk bewezen, en hen allen tezamen ongedeerd 53 6, 37| hun vertrek; en de koning hen prijzende, schreef met grootmoedigheid 54 6, 37| met grootmoedigheid voor hen de volgende brief, aan de 55 7, 2 | zouden doen bijeenkomen en hen met vreemde straffen, gelijk 56 7, 4 | 4 Dewelke hen ook gebonden, en met veel 57 7, 5 | 5 En wij, hoewel hen over deze zaken zeer hard 58 7, 5 | en te allen tijde voor hen, als een vader voor zijn 59 7, 5 | bewijzen, zo hebben wij hen met recht vrijgesproken 60 7, 5 | vrijgesproken en spreken hen vrij van alle beschuldiging, 61 7, 7 | weten, is het dat wij tegen hen iets kwaads zullen bedenken 62 7, 7 | kwaads zullen bedenken of hen enigszins zullen bedroeven, 63 7, 8 | God verlaten hadden, door hen mochten ontvangen behoorlijke 64 7, 10| waarheid zeiden, en prees hen ook, en gaf hun macht over 65 7, 12| handen vielen, en zij sloegen hen dood na hen vele openbare 66 7, 12| zij sloegen hen dood na hen vele openbare smaadheden 67 7, 15| genaamd Rhodoforos, waar op hen een vloot, naar hun algemeen 68 7, 18| het hunne hadden, het aan hen met zeer grote vrees wedergaven,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License