Chapter, Verse
1 1, 1 | 1 Als de koning Filopator verstond
2 1, 5 | 5 En als er een bloedige slag geschiedde,
3 1, 7 | 7 En als Ptolomeüs de bedriegelijke
4 1, 7 | en hen te vermanen. En als hij dit gedaan, en de tempelen
5 1, 8 | 8 Als nu de Joden enigen uit de
6 1, 9 | 9 En als hij te Jeruzalem kwam, en
7 1, 10| 10 En als hij ook tot de heilige plaats
8 1, 11| 11 Maar als dezen hem zeiden, dat zulks
9 1, 14| 14 Maar als de priesters met hun geheel
10 1, 14| boos indrong, te bedwingen; als zij ook de tempel met geroep
11 1, 19| wilden het niet toestaan; als hij eindelijk aanhield,
12 1, 20| 20 En als zij ternauwernood door de
13 1, 23| die om de koning stonden, als zij dit zagen hebben zij
14 2, 10| nademaal gij dikwijls, als onze vaders verdrukt waren,
15 2, 17| vrienden en lijfwachten, als zij de snelle straf zagen,
16 2, 18| 18 Maar als hij een wijle daarna weder
17 2, 25| gruwel, en zij hielden hen als vijanden van hun volk, en
18 3, 1 | 1 En als de goddeloze tiran dit vernam,
19 3, 2 | 2 Als nu deze dingen geordineerd
20 3, 5 | geen leed geschied was, als zij dit onverhoopt oproer
21 3, 11| 11 En als wij aan de tempels in de
22 3, 13| behoorlijk is verdragen, als die alleen onder de volken
23 3, 15| om het bondgenootschap, als ook omdat hun van overoude
24 3, 16| afkeer, zowel met woorden, als met stilzwijgen, van die
25 3, 19| 19 Want als deze allen tegelijk gestraft
26 4, 1 | tijden hun in het gemoed als vereeld was geweest.~
27 4, 6 | een jammerlijk geschrei, als die door de vreemde volken
28 4, 7 | en jeugdige vrolijkheid, als die reeds de dood voor hun
29 4, 8 | 8 En zij werden gedreven als beesten, getrokken en gedwongen
30 4, 9 | 9 Als nu dezen in dat voormelde
31 4, 10| 10 Als dit geschied was, en de
32 4, 10| zorgvuldig zou behandelen, gelijk als de anderen, en in generlei
33 4, 15| 15 En als hij hen te harder dreigde,
34 4, 15| hem klaar bericht deden, als zij hem zeiden en bewezen,
35 5, 1 | veel ongemengde wijn; en als zij door het overvloedig
36 5, 2 | 2 En als hij dit gelast had, begaf
37 5, 5 | in de hemel. Hermon nu, als hij de wrede olifanten drinken
38 5, 6 | door hem bestierd wordt, als die het aan allen schenkt
39 5, 8 | 8 Als nu de Joden die tevoren
40 5, 9 | 9 Als het nu omtrent half tien
41 5, 9 | omtrent half tien was, en als degene die gesteld was om
42 5, 11| 11 Als nu het gesprek meer en meer
43 5, 14| niet zozeer om te slapen, als wel om allerlei bespottingen
44 5, 17| zich nog niet, en Hermon, als de koning de vrienden ontving,
45 5, 18| 18 Maar als hij dit vernam en in het
46 5, 18| geslagen werd, zo vroeg hij (als die in alles door God met
47 5, 21| ouders, of kindskinderen als er bij mij komen zullen,
48 5, 23| en Koning der koningen, als die ook deze hulp van God
49 5, 24| 24 Als nu de koning naar deze zijn
50 5, 25| hoe, lang verzoekt gij ons als onverstandigen? gij hebt
51 5, 31| met de beesten uitgelopen, als die zelf met een wreed gemoed,
52 5, 32| 32 Als nu de Joden het stof van
53 5, 35| 35 Doch wederom, als zij gedachten de verlossingen,
54 6, 3 | heer was van dit Egypte (als hij zich verhief met een
55 6, 5 | de zeer doorgloeide oven als met een dauw begoten, dat
56 6, 6 | diepte ophoudt, gestadig als versmolt, ongekwetst aan
57 6, 9 | zegenen de ijdele afgoden, als gij uw geliefden verderft,
58 6, 21| 21 Want als hij het geschreeuw hoorde
59 6, 26| heilige God, hun behouder, als zij de dood ontkomen waren.~
60 7, 2 | 2 Als de grote God voor ons de
61 7, 4 | met onstuimige wreedheid, als de Scyten plegen te gebruiken.~
62 7, 5 | zaken zeer hard dreigende, als wij naar de goedertierenheid,
63 7, 5 | te allen tijde voor hen, als een vader voor zijn kinderen,
64 7, 8 | 8 Als de Joden deze brief ontvangen
65 7, 14| aan God hadden gehouden, als zij nu de volkomen genieting
66 7, 15| 15 Als zij nu gekomen waren tot
67 7, 17| ongedeerd, vrij en zeer vrolijk, als die door des konings gebod
|