Chapter, Verse
1 1, 4 | verlaten had, en vervreemd was geworden van de vaderlijke
2 1, 8 | en over hetgeen geschied was hem geluk te wensen, gebeurde
3 1, 10| verwonderde, zo nam hij voor en was van zins in het binnenste
4 1, 11| omdat het niet geoorloofd was, noch aan die van hun volk
5 1, 14| dat het iets verborgens was hetgeen daar gedaan was.~
6 1, 14| was hetgeen daar gedaan was.~
7 1, 18| 18 En daar was menigerlei gesmeek van degenen,
8 1, 21| 21 Het gemene volk nu was intussen, gelijk tevoren,
9 1, 24| ontstond een geroep dat niet was te vergelijken,~
10 2, 16| oordeel Gods geheel verstrikt was.~
11 3, 1 | hij niet alleen vergramd was tegen Alexandrië, maar ook
12 3, 4 | die onder allen geroemd was, maar het verschil nopens
13 3, 5 | gans geen leed geschied was, als zij dit onverhoopt
14 3, 5 | geen hulp doen (want het was een tirannieke handelwijze),~
15 3, 22| menselijke geslacht. En zodanig was de inhoud en schrift van
16 4, 1 | in het gemoed als vereeld was geweest.~
17 4, 2 | droefheid, en hun gekrijt was jammerlijk, met tranen en
18 4, 2 | hen zo schielijk besloten was.~
19 4, 6 | welriekende zalf te voren gezalfd, was met as bestrooid, en zij
20 4, 9 | het overvoeren voltrokken was, gelijkerwijs het door de
21 4, 9 | gelijkerwijs het door de koning was geboden, zo heeft hij gelast
22 4, 10| 10 Als dit geschied was, en de koning hoorde, dat
23 4, 13| 13 Intussen was de koning grotelijks en
24 4, 13| alle afgoden; zijn hart was verre van de waarheid afgedwaald,
25 4, 14| stadhouders in Egypte onmogelijk was te doen.~
26 4, 16| 16 Doch dit was een krachtig werk van de
27 5, 1 | zorg der olifanten bevolen was, tot zich geroepen, en geboden
28 5, 2 | volbracht vaardig wat hem belast was.~
29 5, 3 | bedachten voorts wat te doen was om hen te verzekeren, menende
30 5, 4 | die voor hun voeten bereid was, met een heerlijke verschijning
31 5, 9 | het nu omtrent half tien was, en als degene die gesteld
32 5, 9 | en als degene die gesteld was om gasten te noden, zag
33 5, 17| konings voornemen nu gereed was.~
34 5, 18| met onwetendheid bevangen was) wat dat voor een zaak was,
35 5, 18| was) wat dat voor een zaak was, waarom hij dit met zulk
36 5, 18| haast verricht had; doch dit was de krachtige werking Gods,
37 5, 18| tevoren bij hem bedacht was.~
38 5, 27| alles een tweede Falaris was, vol onverstand zijnde,
39 5, 30| menigten van mensen vervuld was, is hij naar het hof gegaan,
40 5, 32| laatste ogenblik van hun leven was, en het einde der ellendige
41 6, 1 | deugd in dit leven versierd was, stelde de ouden rondom
42 6, 3 | en in vorige tijden heer was van dit Egypte (als hij
43 6, 6 | de leeuwen voorgeworpen was, tot spijs der wilde dieren,
44 6, 27| om feest te houdig nodig was, uit te reiken; goedvindende
45 6, 28| val en ten grave bereid was, in verscheidene gezelschappen.~
46 6, 30| verlossing, die hem geschied was.~
47 6, 31| stoutheid met oneer uitgeblust was.~
48 6, 33| die hun van God geschied was.~
49 7, 15| zeven dagen lang wachtende was, hielden zij daar een vreugdemaaltijd
|