Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
gezonden 1
gezworen 1
giften 1
gij 48
gijlieden 1
ging 3
gingen 2
Frequency    [«  »]
54 zo
52 waren
49 was
48 gij
47 om
46 koning
46 maar

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

gij

   Chapter, Verse
1 2, 2 | Heerser aller schepselen, gij Heilige in het heiligdom, 2 2, 2 | Heilige in het heiligdom, gij enige Heerser, gij Almachtige 3 2, 2 | heiligdom, gij enige Heerser, gij Almachtige zie ons aan, 4 2, 3 | 3 Want gij, die alles geschapen, en 5 2, 3 | aller dingen macht hebt, gij zijt een rechtvaardig vorst, 6 2, 3 | hoogmoed iets doet, oordeelt gij.~ 7 2, 4 | 4 Gij hebt degenen die in vorige 8 2, 5 | 5 Gij hebt de Sodomieten, toen 9 2, 6 | 6 Gij hebt de trotse Faraö, die 10 2, 7 | 7 Na welke straffen gij uw grote kracht bekend maaktet, 11 2, 7 | Here zijt, betrouwden, hebt gij behouden daardoor gevoerd; 12 2, 8 | 8 Gij hebt, o Koning, die de oneindige 13 2, 8 | geheiligd u ten naam, hoewel gij geen ding behoeft; en hebt 14 2, 9 | tot het huis Israëls hebt gij beloofd, indien wij ons 15 2, 9 | plaats kwamen, en aanbaden, gij ons gebed zoudt verhoren.~ 16 2, 10| 10 Nu voorwaar, gij zijt getrouw en waarachtig, 17 2, 10| en waarachtig, nademaal gij dikwijls, als onze vaders 18 2, 13| volk Israël zij, zo hebt gij deze plaats geheiligd.~ 19 5, 21| opgevoed zijn, en om uw dienst) gij Hermon in hun plaats van 20 5, 24| en sprak met dreigen: O gij ellendige, hoe dikwijls 21 5, 25| koning, hoe, lang verzoekt gij ons als onverstandigen? 22 5, 25| ons als onverstandigen? gij hebt nu ten derden male 23 5, 25| weder op de daad zo herroept gij, uit verandering, wat gij 24 5, 25| gij, uit verandering, wat gij bevolen hebt;~ 25 6, 2 | 2 O machtige Koning, gij opperste en almachtige God, 26 6, 3 | 3 Gij hebt Farao, die vele wagens 27 6, 4 | 4 Gij hebt de machtige koning 28 6, 4 | lasterlijke woorden sprak, gij, Here, hebt hem gebroken 29 6, 5 | 5 Gij hebt de drie metgezellen, 30 6, 5 | aan hen gekrenkt is, maar gij zondt de vlam tot al hun 31 6, 6 | 6 Gij hebt Daniël, die door nijdige 32 6, 6 | in het licht gebracht; en gij hebt, o Vader, Jona, die 33 6, 7 | 7 Nu dan, o God, gij vijand van overlast, gij 34 6, 7 | gij vijand van overlast, gij barmhartige, gij beschermer 35 6, 7 | overlast, gij barmhartige, gij beschermer aller dingen, 36 6, 8 | hand dezer vijanden, en gij zelf, Here, verderf ons 37 6, 9 | zegenen de ijdele afgoden, als gij uw geliefden verderft, en 38 6, 10| 10 Maar gij eeuwige Here, gij die macht 39 6, 10| 10 Maar gij eeuwige Here, gij die macht hebt, zie ons 40 6, 12| 12 Gij heerlijke God, laat toch 41 6, 12| verschrikken zich verwonderen, gij die macht hebt over het 42 6, 13| alle volken blijken, dat gij met ons zijt, Here, en dat 43 6, 13| met ons zijt, Here, en dat gij uw aangezicht van ons niet 44 6, 14| 14 Maar gelijk gij gezegd hebt, dat gij hen, 45 6, 14| gelijk gij gezegd hebt, dat gij hen, ook zijnde in het land 46 6, 22| 22 Gij misbruikt de koning, en 47 6, 22| wreedheid overtroffen, en gij neemt voor ook mijzelf, 48 7, 7 | 7 Want gij zult weten, is het dat wij


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License