Chapter, Verse
1 1, 8 | tot hem hadden afgezonden om hem te begroeten, en geschenken
2 1, 13| geschied is, zeide de koning, om welke oorzaak zou ik dan
3 1, 14| en de hoogste God baden, om hen in die aanstaande nood
4 1, 16| die verordineerd waren om de koning tegemoet te gaan,
5 1, 21| bidden, maar de oudsten, die om de koning stonden, beproefden
6 1, 23| 23 Waarom degenen, die om de koning stonden, als zij
7 1, 23| hebben zij zich omgekeerd, om met de onzen hem aan te
8 2, 22| enigen onder hen verkozen om te gaan met de priesters,
9 2, 23| zouden deelachtig worden, om de gemeenschap, die zij
10 3, 11| Jeruzalem gekomen, en opgegaan om de tempel van die booswichten,
11 3, 15| wij willens waren, zowel om het bondgenootschap, als
12 4, 3 | Wat landschap of stad, of om in het gemeen te spreken
13 4, 3 | welke straten werden niet om hunnentwil met geklag en
14 4, 4 | sommigen van de vijanden, die om de ongewone straffen voor
15 4, 5 | zonder enige schaamte, om snel op de weg voort te
16 4, 7 | waren in hun bloeiende jeugd om de halzen met stroppen gebonden,
17 4, 9 | buiten naar het land reisden om dit voorbeeld der straf
18 4, 10| dikwijls uit de stad uitgingen, om te bewenen de schandelijke
19 4, 14| niet langer konden doen, om hun ontelbare menigte, dewijl
20 4, 15| met giften omgekocht waren om de Joden te doen ontvluchten,
21 5, 1 | Joden tegemoet zou voeren om hen te doden.~
22 5, 3 | bedachten voorts wat te doen was om hen te verzekeren, menende
23 5, 5 | vroeg tot des konings hof, om de koning deze zaken te
24 5, 9 | als degene die gesteld was om gasten te noden, zag dat
25 5, 14| van die nacht niet zozeer om te slapen, als wel om allerlei
26 5, 14| zozeer om te slapen, als wel om allerlei bespottingen tegen
27 5, 17| stond bij hem, en riep om uit te gaan, en wees aan,
28 5, 20| 20 Maar hij werd om dezer woorden wil vervuld
29 5, 21| indien ik het niet liet om de liefde van dat wij tezamen
30 5, 21| tezamen opgevoed zijn, en om uw dienst) gij Hermon in
31 5, 30| met wierook gemengd, bijna om zo te zeggen in een razende
32 5, 33| de moeders haar dochters, om de hals;~
33 5, 34| kinderen aan de borsten, om de laatste melk te zuigen.~
34 6, 1 | stelde de ouden rondom zich, om de heilige God met hem aan
35 6, 5 | aan het vuur overgaven, om niet te dienen de ijdele
36 6, 19| de beesten keerden zich om naar de volgende gewapende
37 6, 27| lang, wijn en wat voorts om feest te houdig nodig was,
38 6, 30| Desgelijks hield ook de koning om dezer zaken wil een grote
39 6, 31| tevoren hen ten verderve, en om te zijn een aas der vogelen
40 6, 33| vreugde zou houden, niet om enige drinkerij en brasserij,
41 6, 33| drinkerij en brasserij, maar om de verlossing, die hun van
42 6, 34| koning en verzochten verlof om naar huis te gaan.~
43 6, 35| zij hadden besloten, hen om te brengen van de vijfde
44 7, 3 | goede stand zouden hebben, om de vijandschap, welke dezen
45 7, 8 | haastten zij zich niet om terstond te vertrekken,
46 7, 9 | zij wendden voor, dat, die om des buiks wil de Goddelijke
47 7, 15| waren tot de stad Ptolomaïs, om de eigenschap der plaats
|