Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
maaltijd 10
maaltijden 1
maand 3
maar 46
macht 9
machteloos 1
machteloosheid 1
Frequency    [«  »]
48 gij
47 om
46 koning
46 maar
45 niet
44 aan
44 ook

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

maar

   Chapter, Verse
1 1, 4 | 4 Maar Dositheüs, genoemd de zoon 2 1, 11| 11 Maar als dezen hem zeiden, dat 3 1, 11| van alle priesters, en dat maar eenmaal in het jaar, zo 4 1, 14| 14 Maar als de priesters met hun 5 1, 16| koning tegemoet te gaan, maar ook haar betamelijke schaamte, 6 1, 21| tevoren, bezig met bidden, maar de oudsten, die om de koning 7 1, 25| dat niet alleen de mensen, maar ook de muren, ja de gehele 8 2, 7 | zinken in de diepte der zee, maar die op u, die aller schepselen 9 2, 11| 11 Maar nu, o heilige Koning, zie 10 2, 18| 18 Maar als hij een wijle daarna 11 2, 18| hij geenszins tot berouw, maar hij trok weg met scherpe 12 2, 19| ontuchtigheden verzadigd, maar hij is ook tot zo grote 13 2, 20| hun tempels zou ingaan, maar dat al de Joden, onder het 14 3, 1 | vergramd was tegen Alexandrië, maar ook de anderen, die in het 15 3, 3 | 3 Maar de Joden onderhielden wel 16 3, 3 | vijanden gehouden werden; maar omdat zij hun handel en 17 3, 4 | onder allen geroemd was, maar het verschil nopens de aanbidding 18 3, 4 | machten verzoenbaar waren, maar dat zij gruwelijk waren, 19 3, 5 | 5 Maar de Grieken, die in de stad 20 3, 6 | 6 Maar zij hebben hen getroost, 21 3, 8 | kracht van de grote God, maar meende dat hij gestadig 22 3, 10| niet met geweld van wapen maar met zachtheid en veel vriendelijkheid 23 3, 12| tegenwoordigheid vriendelijk ontvangen, maar inderdaad met valse harten; 24 3, 13| mensen vriendschap hebben, maar hun vijandelijk gemoed jegens 25 3, 16| 16 Maar zij het tegendeel hopende, 26 3, 16| van burgerschap verstoten, maar zij hebben ook een afkeer, 27 4, 2 | 2 Maar de Joden waren in een gedurige 28 4, 11| aan hen bekend gemaakt, maar pijnigen met de gedreigde 29 4, 13| konden toespreken of helpen; maar tegen de hoogste God sprak 30 5, 6 | 6 Maar God heeft een slaap (de 31 5, 13| 13 Maar zeide hij: Bereid zonder 32 5, 16| 16 Maar de Joden waren die ganse 33 5, 18| 18 Maar als hij dit vernam en in 34 5, 20| 20 Maar hij werd om dezer woorden 35 5, 25| 25 Maar de bloedvrienden, die daar 36 5, 28| en zo ten grave zenden, maar ook tegen Judea een heerleger 37 6, 5 | haar aan hen gekrenkt is, maar gij zondt de vlam tot al 38 6, 9 | 9 Laat hen, die maar ijdelheid bedenken, niet 39 6, 10| 10 Maar gij eeuwige Here, gij die 40 6, 14| 14 Maar gelijk gij gezegd hebt, 41 6, 32| 32 Maar de Joden gelijkerwijs wij 42 6, 33| drinkerij en brasserij, maar om de verlossing, die hun 43 7, 7 | dat wij niet een mens, maar de hoogste God, de heerser 44 7, 8 | terstond te vertrekken, maar zij baden de koning, dat 45 7, 14| 14 Maar zij, die tot de dood toe 46 7, 18| hun goederen verstoten, maar zij allen kregen allen het


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License