Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
komende 1
kon 1
konden 5
koning 46
koningen 3
konings 9
koninklijke 1
Frequency    [«  »]
49 was
48 gij
47 om
46 koning
46 maar
45 niet
44 aan

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

koning

   Chapter, Verse
1 1, 1 | 1 Als de koning Filopator verstond van degenen 2 1, 13| dat geschied is, zeide de koning, om welke oorzaak zou ik 3 1, 16| verordineerd waren om de koning tegemoet te gaan, maar ook 4 1, 21| maar de oudsten, die om de koning stonden, beproefden alleszins 5 1, 23| Waarom degenen, die om de koning stonden, als zij dit zagen 6 2, 2 | 2 O Here, Here, o Koning der hemelen en Heerser aller 7 2, 8 | 8 Gij hebt, o Koning, die de oneindige en onmetelijke 8 2, 11| 11 Maar nu, o heilige Koning, zie wij worden vanwege 9 2, 12| poogt deze stoute en onreine koning deze heilige plaats, die 10 2, 23| zij zouden hebben met de koning.~ 11 3, 4 | dat die mensen noch met de koning, noch met zijn machten verzoenbaar 12 3, 8 | 8 Verder de koning, door de tegenwoordige voorspoed 13 3, 9 | 9 De koning Ptolomeüs Filopator wenst 14 4, 9 | gelijkerwijs het door de koning was geboden, zo heeft hij 15 4, 10| dit geschied was, en de koning hoorde, dat der Joden landslieden 16 4, 13| 13 Intussen was de koning grotelijks en gestadig vervuld 17 4, 14| boodschapten de schrijvers de koning, dat zij de beschrijving 18 5, 1 | 1 Toen heeft de koning, vol van grote toom, en 19 5, 5 | tot des konings hof, om de koning deze zaken te kennen te 20 5, 6 | hij wil) gezonden tot de koning.~ 21 5, 9 | aankwamen, ging hij in tot de koning, en stiet hem aan, en hem 22 5, 9 | wisselde; welke rede, de koning bedenkende, keerde zich 23 5, 11| meer voortging, zo riep de koning Hermon tot zich; en hij 24 5, 14| 14 Toen nu de koning dit gezegd had, prezen allen 25 5, 17| niet, en Hermon, als de koning de vrienden ontving, stond 26 5, 19| toonden hem en zeiden: O koning, de grote beesten en het 27 5, 23| Joden, deze dingen van de koning verstaan hebbende, prezen 28 5, 23| heerlijke God, de Here en Koning der koningen, als die ook 29 5, 24| 24 Als nu de koning naar deze zijn wijze van 30 5, 25| spraken deze woorden: O koning, hoe, lang verzoekt gij 31 5, 27| 27 Zo heeft de koning, die in alles een tweede 32 5, 30| hof gegaan, en heeft de koning tot de voorgenomen zaak 33 6, 2 | 2 O machtige Koning, gij opperste en almachtige 34 6, 4 | 4 Gij hebt de machtige koning van Assyrië, Sanherib, die 35 6, 15| het gebed ophield, kwam de koning met de beesten, en het gruwelijk 36 6, 22| 22 Gij misbruikt de koning, en hebt de tirannen in 37 6, 26| 26 En dit sprak de koning; en zij werden van stonden 38 6, 27| 27 Daarna keerde de koning weder in de stad, en riep 39 6, 30| Desgelijks hield ook de koning om dezer zaken wil een grote 40 6, 34| Daarna gingen zij tot de koning en verzochten verlof om 41 6, 35| 35 De dienaars nu van de koning hadden hen beschreven van 42 6, 36| en alles is hun door de koning toegereikt, tot de veertiende 43 6, 37| over hun vertrek; en de koning hen prijzende, schreef met 44 7, 1 | 1 De koning Ptolomeüs Filopator wenst 45 7, 8 | vertrekken, maar zij baden de koning, dat degenen, die uit het 46 7, 11| 11 Toen hebben zij de koning (gelijk het betaamde) gedankt;


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License