Chapter, Verse
1 1, 11| dezen hem zeiden, dat zulks niet betaamde, omdat het niet
2 1, 11| niet betaamde, omdat het niet geoorloofd was, noch aan
3 1, 12| behoort het nochtans mij niet te geschieden; en hij vroeg,
4 1, 13| welke oorzaak zou ik dan niet geheel ingaan, hetzij hun
5 1, 16| uitgelaten waren, verlieten niet alleen degenen, die verordineerd
6 1, 19| verstoutten zich en wilden het niet toestaan; als hij eindelijk
7 1, 23| onwettige en hovaardige daad niet gedogen.~
8 1, 24| ontstond een geroep dat niet was te vergelijken,~
9 1, 25| 25 Want het scheen, dat niet alleen de mensen, maar ook
10 2, 13| hemelen, kunnen de mensen niet komen, doch dewijl het uw
11 2, 14| 14 Wreek ons niet door de onreinheid van deze
12 2, 14| deze mensen, en straf ons niet door hun onheiligheid, opdat
13 2, 14| ongerechtigen in hun gemoed niet roemen, noch in hunner tongen
14 2, 19| afgezonderd waren, zo heeft hij niet alleen zichzelf met ontelbare
15 2, 20| dat niemand onder hen die niet offerde, in hun tempels
16 2, 22| 22 En opdat hij niet zou schijnen op alle Joden
17 2, 24| bleven standvastig, en weken niet af van de godzaligheid;
18 3, 1 | hij zo toornig, dat hij niet alleen vergramd was tegen
19 3, 4 | vreemden dan verhaalden niet de goede wandel van ons
20 3, 6 | zal een zodanig besluit niet zo gedogen.~
21 3, 10| zo hebben wij gedacht, niet met geweld van wapen maar
22 3, 13| zij nochtans onze sterkte niet konden weerstaan, waardoor
23 3, 13| openbaar bewijzende, willen zij niet wat billijk en behoorlijk
24 3, 16| tijd genegen zijnde, hebben niet alleen dit onwaardeerbaar
25 4, 3 | of welke straten werden niet om hunnentwil met geklag
26 4, 7 | dagen der bruiloft door niet jammerlijk geschrei, inplaats
27 4, 11| 11 Overmits hij hen niet wilde belasten met de dienst
28 4, 13| stomme afgoden, die hem niet konden toespreken of helpen;
29 4, 13| God sprak hij dingen die niet betamen.~
30 4, 14| de beschrijving der Joden niet langer konden doen, om hun
31 5, 14| gebruikten de tijd van die nacht niet zozeer om te slapen, als
32 5, 17| zon verspreidden zich nog niet, en Hermon, als de koning
33 5, 21| hebben; hoewel (indien ik het niet liet om de liefde van dat
34 5, 28| eed vast gezworen, dat hij niet alleen dezen zonder enig
35 5, 28| offeranden offerden daar wij niet mogen ingaan, zeide hij
36 6, 5 | aan het vuur overgaven, om niet te dienen de ijdele afgoden,
37 6, 5 | met een dauw begoten, dat niet een haar aan hen gekrenkt
38 6, 9 | maar ijdelheid bedenken, niet zegenen de ijdele afgoden,
39 6, 9 | zeggen: Ook hun God heeft hen niet verlost.~
40 6, 13| gij uw aangezicht van ons niet hebt afgewend;~
41 6, 14| het land hunner vijanden, niet veracht hebt, zo volbreng
42 6, 22| aanrichtende hetgeen het rijk niet bevorderlijk is.~
43 6, 33| in vreugde zou houden, niet om enige drinkerij en brasserij,
44 7, 7 | zullen bedroeven, dat wij niet een mens, maar de hoogste
45 7, 8 | hadden, haastten zij zich niet om terstond te vertrekken,
|