Chapter, Verse
1 1, 2 | zijn zuster Arsinoë met zich, en spoedde zich naar de
2 1, 2 | Arsinoë met zich, en spoedde zich naar de plaatsen langs Rafia
3 1, 3 | aanslag te voltrekken, nam tot zich de beste uit de wapenen
4 1, 3 | betrouwd waren, en begaf zich des nachts tot de tent van
5 1, 10| heilige plaats kwam, en zich over de kunst en sierlijkheid
6 1, 11| in het jaar, zo liet hij zich nochtans geenszins bewegen.~
7 1, 19| van de burgers verstoutten zich en wilden het niet toestaan;
8 1, 20| gestild waren, zo begaven zij zich weder tot dezelfde plicht
9 1, 22| 22 Doch hij, zich verstoutende, en alles in
10 1, 23| zij dit zagen hebben zij zich omgekeerd, om met de onzen
11 2, 23| godzalige stad haatten, gaven zich licht over, alsof zij enige
12 3, 7 | handelden, heimelijk enigen tot zich trekkende, en deden beloften,
13 3, 8 | tegenwoordige voorspoed zich verhovaardigende, gaf geen
14 4, 1 | vijandschap nu met stoutheid zich blijkbaar openbaarde, welke
15 4, 6 | Daarna de jonge vrouwen, die zich onlangs tot de huwelijke
16 5, 1 | olifanten bevolen was, tot zich geroepen, en geboden dat
17 5, 2 | dit gelast had, begaf hij zich weder tot goede sier te
18 5, 8 | zij baden hem weder, die zich lichtelijk laat verzoenen,
19 5, 9 | koning bedenkende, keerde zich ter maaltijd, en deed degenen,
20 5, 11| riep de koning Hermon tot zich; en hij vroeg hem met een
21 5, 17| van de zon verspreidden zich nog niet, en Hermon, als
22 5, 22| dreigement; en hij ontzette zich in zijn gelaat en aangezicht;
23 5, 24| zo vermaande hij dat men zich zou begeven tot vrolijkheid,
24 5, 24| en hij riep Hermon tot zich, en sprak met dreigen: O
25 5, 25| over zijn ongestadig gemoed zich verwonderende, spraken deze
26 5, 33| 33 En zij keerden zich tot geklag en kusten en
27 5, 35| aller schepselen, dat hij zich over hen met een heerlijke
28 6, 1 | stelde de ouden rondom zich, om de heilige God met hem
29 6, 3 | van dit Egypte (als hij zich verhief met een onbarmhartige
30 6, 4 | gebied gekregen had, en zich verhief tegen uw heilige
31 6, 6 | buik van een walvis, die zich in de diepte ophoudt, gestadig
32 6, 12| verwinnelijke macht met verschrikken zich verwonderen, gij die macht
33 6, 19| 19 En de beesten keerden zich om naar de volgende gewapende
34 6, 27| in de stad, en riep tot zich de ontvanger van zijn inkomsten
35 6, 29| prijzende; en zij weerden van zich al het treuren en zuchten,
36 7, 8 | ontvangen hadden, haastten zij zich niet om terstond te vertrekken,
37 7, 12| zij hun medeburgers, die zich verontreinigd hadden, en
38 7, 14| zij, die tot de dood toe zich aan God hadden gehouden,
|