Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wetten 2
wie 8
wierook 3
wij 35
wijle 1
wijn 4
wijze 6
Frequency    [«  »]
38 zich
35 god
35 hebben
35 wij
34 joden
34 nu
33 op

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

wij

   Chapter, Verse
1 2, 9 | hebt gij beloofd, indien wij ons van u afkeerden, en 2 2, 9 | zou mogen aangrijpen, en wij in deze plaats kwamen, en 3 2, 11| nu, o heilige Koning, zie wij worden vanwege onze vele 4 2, 11| grote zonden onderdrukt, en wij zijn onze vijanden onderworpen, 5 2, 14| vrolijk zijn, zeggende: Wij hebben het huis van het 6 3, 10| 10 Nadat wij onze krijgstocht in Azië 7 3, 10| einde gebracht is, zo hebben wij gedacht, niet met geweld 8 3, 11| 11 En als wij aan de tempels in de steden 9 3, 11| uitgedeeld hadden, zo zijn wij ook te Jeruzalem gekomen, 10 3, 12| valse harten; want toen wij voorgenomen hadden in het 11 3, 13| konden weerstaan, waardoor wij met alle mensen vriendschap 12 3, 14| 14 Wij nochtans zijn hun uitzinnigheid 13 3, 15| 15 Intussen maakten wij aan allen bekend bij hun 14 3, 15| bij hun landslieden, dat wij het ongelijk wilden vergeten, 15 3, 15| wilden vergeten, en dat wij willens waren, zowel om 16 3, 16| en zij hopen altijd, dat wij door dit hun zeer oneerlijk 17 3, 17| 17 Daarom zijn wij door zekere merktekenen 18 3, 17| tegen ons mocht ontstaan, wij deze goddeloze mensen van 19 3, 18| 18 Zo gelasten wij, zodra deze brief zal ontvangen 20 3, 19| gestraft zullen zijn, zo achten wij, dat in toekomende tijden, 21 5, 21| liet om de liefde van dat wij tezamen opgevoed zijn, en 22 5, 28| offeranden offerden daar wij niet mogen ingaan, zeide 23 6, 11| 11 Ontferm u onzer, wij die door het goddelozen, 24 6, 11| door het goddelozen, alsof wij verraders waren, worden.~ 25 6, 32| Maar de Joden gelijkerwijs wij tevoren gezegd hebben, hielden 26 7, 1 | zijn, geluk en voorspoed; wij en onze kinderen varen ook 27 7, 2 | gelukkig bestierde gelijk wij wensten, zo hebben sommigen 28 7, 2 | en ons ook overreed, dat wij de Joden die in ons koninkrijk 29 7, 5 | 5 En wij, hoewel hen over deze zaken 30 7, 5 | zeer hard dreigende, als wij naar de goedertierenheid, 31 7, 5 | de goedertierenheid, die wij hebben jegens alle mensen, 32 7, 5 | goedwilligheid bewijzen, zo hebben wij hen met recht vrijgesproken 33 7, 6 | 6 En wij hebben een ieder gelast, 34 7, 7 | gij zult weten, is het dat wij tegen hen iets kwaads zullen 35 7, 7 | enigszins zullen bedroeven, dat wij niet een mens, maar de hoogste


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License