Chapter, Verse
1 1, 23| stonden, als zij dit zagen hebben zij zich omgekeerd, om met
2 2, 7 | u de Almachtige geprezen hebben.~
3 2, 14| vrolijk zijn, zeggende: Wij hebben het huis van het heiligdom
4 2, 22| gelijk burgerrecht zouden hebben met de burgers van Alexandrië.~
5 2, 23| gemeenschap, die zij zouden hebben met de koning.~
6 3, 3 | in zijn wet wandelden, zo hebben zij enige Joden afgezonderd,
7 3, 6 | 6 Maar zij hebben hen getroost, en namen het
8 3, 10| ten einde gebracht is, zo hebben wij gedacht, niet met geweld
9 3, 12| 12 Doch zij hebben wel met woorden onze tegenwoordigheid
10 3, 12| geschenken te vereren, zo hebben zij, gedreven zijnde door
11 3, 13| alle mensen vriendschap hebben, maar hun vijandelijk gemoed
12 3, 14| overwinning gekomen, en hebben in Egypte alle volken met
13 3, 16| alle tijd genegen zijnde, hebben niet alleen dit onwaardeerbaar
14 3, 16| burgerschap verstoten, maar zij hebben ook een afkeer, zowel met
15 3, 17| achteren tot verraders zouden hebben, en tot barbaarse vijanden.~
16 4, 9 | krijgsvolk gemeenschap zouden hebben noch enigszins waardig geacht
17 5, 4 | benauwdheid omvangen waren, hebben allen de almachtige Here,
18 5, 21| overvloedige spijs bereid hebben, en slaan inplaats van de
19 5, 21| voorouders, uitnemend bewezen hebben; hoewel (indien ik het niet
20 6, 24| gevaren der mensen uitgestaan hebben, met zulke ongeoorloofde
21 6, 32| gelijkerwijs wij tevoren gezegd hebben, hielden de voorzegde reien
22 6, 36| 36 Zij hebben dan de maaltijd gehouden,
23 6, 37| zij ook met hem gesproken hebben over hun vertrek; en de
24 7, 2 | bestierde gelijk wij wensten, zo hebben sommigen onzer vrienden,
25 7, 3 | nimmer een goede stand zouden hebben, om de vijandschap, welke
26 7, 3 | dezen tegen alle volken hebben, totdat dit zou volbracht
27 7, 4 | overlast herwaarts gebracht hebben, gelijk slaven, ja veel
28 7, 5 | goedertierenheid, die wij hebben jegens alle mensen, hun
29 7, 5 | goedwilligheid bewijzen, zo hebben wij hen met recht vrijgesproken
30 7, 6 | 6 En wij hebben een ieder gelast, en gelasten
31 7, 7 | onze wederpartij zullen hebben, tot wraak van zulk een
32 7, 11| 11 Toen hebben zij de koning (gelijk het
33 7, 12| smaadheden aangedaan te hebben.~
34 7, 16| behoorlijke dankzegging, zo hebben zij daar ook besloten, dat
35 7, 17| gedachtenis pilaar gewijd hebben, die in de plaats van de
|