Chapter, Verse
1 1, 8 | 8 Als nu de Joden enigen uit de raad
2 1, 21| 21 Het gemene volk nu was intussen, gelijk tevoren,
3 2, 10| 10 Nu voorwaar, gij zijt getrouw
4 2, 11| 11 Maar nu, o heilige Koning, zie wij
5 2, 16| riet van de wind, zodat hij nu op de vloer lag, machteloos,
6 2, 19| 19 Toen hij nu in Egypte kwam, en zijn
7 2, 23| 23 Sommigen nu, die in de stad de trappen
8 3, 2 | 2 Als nu deze dingen geordineerd
9 4, 1 | overmits de vijandschap nu met stoutheid zich blijkbaar
10 4, 9 | 9 Als nu dezen in dat voormelde schip
11 5, 2 | gezind waren; de overste nu der olifanten, Hermon, volbracht
12 5, 5 | klom op in de hemel. Hermon nu, als hij de wrede olifanten
13 5, 8 | 8 Als nu de Joden die tevoren betekende
14 5, 9 | 9 Als het nu omtrent half tien was, en
15 5, 11| 11 Als nu het gesprek meer en meer
16 5, 14| 14 Toen nu de koning dit gezegd had,
17 5, 15| 15 Zodra nu de haan des morgens vroeg
18 5, 17| dat des konings voornemen nu gereed was.~
19 5, 24| 24 Als nu de koning naar deze zijn
20 5, 24| hetzelfde gelasten? wapen immers nu eenmaal tegen morgen de
21 5, 25| onverstandigen? gij hebt nu ten derden male gelast hen
22 5, 30| en toebereidende; en toen nu de stad langs de rijplaatsen
23 5, 32| 32 Als nu de Joden het stof van de
24 5, 35| verschijning wilde ontfermen, die nu in de poorten des doods
25 6, 1 | priesters van het land, die nu in ouderdom tot zijn jaren
26 6, 7 | 7 Nu dan, o God, gij vijand van
27 6, 10| die macht hebt, zie ons nu aan.~
28 6, 15| 15 Toen nu Eleazar van het gebed ophield,
29 6, 25| van onze voorouders af tot nu toe onze zaken een voorspoedige
30 6, 27| het verderf te gevoelen nu met alle vrolijkheid de
31 6, 31| opgeschreven hadden, die zuchtten nu, en waren met schaamte in
32 6, 35| 35 De dienaars nu van de koning hadden hen
33 7, 14| hadden gehouden, als zij nu de volkomen genieting hunner
34 7, 15| 15 Als zij nu gekomen waren tot de stad
|