36-maken | male-waarm | waarv-zwave
Chapter, Verse
1001 5, 31| jammerlijke ondergang dergenen, waarvan tevoren gesproken is.~
1002 7, 15| goedvinden zeven dagen lang wachtende was, hielden zij daar een
1003 6, 6 | die in de buik van een walvis, die zich in de diepte ophoudt,
1004 3, 3 | dienden, en in zijn wet wandelden, zo hebben zij enige Joden
1005 5, 15| des morgens vroeg kraaide, wapende Hermon die grote beesten,
1006 2, 4 | brengende een onmetelijk water van de zondvloed.~
1007 7, 18| hen met zeer grote vrees wedergaven, overmits de opperste God
1008 1, 1 | verstond van degenen die wedergekeerd waren, dat de plaatsen,
1009 7, 6 | zij tot al het hunne mogen wederkeren, en dat niemand in enige
1010 5, 35| 35 Doch wederom, als zij gedachten de verlossingen,
1011 7, 7 | onvermijdelijk tot onze wederpartij zullen hebben, tot wraak
1012 7, 6 | hun buiten recht en reden wedervaren is.~
1013 5, 16| tranen, met gebeden, en met weemoedige gezangen strekten zij de
1014 6, 21| verderve voorover vielen, zo weende hij en dreigde met gramschap
1015 6, 29| wonderwerker prijzende; en zij weerden van zich al het treuren
1016 3, 13| onze sterkte niet konden weerstaan, waardoor wij met alle mensen
1017 6, 18| 18 En zij deden weerstand, en zij vervulden het heerleger
1018 5, 17| riep om uit te gaan, en wees aan, dat des konings voornemen
1019 3, 10| die gijlieden ook zelf weet, die door der goden onverhinderlijke
1020 4, 4 | stadhouders in de steden tegelijk weggezonden, dat ook sommigen van de
1021 4, 4 | leven, hun zeer ellendige wegzending beweenden.~
1022 4, 11| belasten met de dienst een weinig tevoren aan hen bekend gemaakt,
1023 3, 16| met stilzwijgen, van die weinigen onder hen, die ons oprecht
1024 2, 24| meesten bleven standvastig, en weken niet af van de godzaligheid;
1025 2, 13| komen, doch dewijl het uw welbehagen is geweest, dat uw heerlijkheid
1026 6, 25| voorspoedige en heerlijke welstand verleent.~
1027 3, 4 | en grote vijanden van het welvaren van het koninkrijk; zo bezwaarden
1028 7, 9 | 9 En zij wendden voor, dat, die om des buiks
1029 1, 21| voorgenomen opzet af te wenden.~
1030 1, 8 | geschied was hem geluk te wensen, gebeurde het dat hij temeer
1031 7, 2 | gelukkig bestierde gelijk wij wensten, zo hebben sommigen onzer
1032 5, 6 | beschikking van het begin der wereld aan, hetwelk bij nacht en
1033 4, 16| Doch dit was een krachtig werk van de onoverwinnelijke
1034 2, 5 | zij allen hovaardigheid werkten, en door hun boosheden zeer
1035 5, 28| vuur en te zwaard te gronde werpen, en hun heiligdom, waar
1036 7, 7 | 7 Want gij zult weten, is het dat wij tegen hen
1037 7, 8 | geslacht der Joden willens en wetens de heilige God en de wet
1038 2, 18| 18 Maar als hij een wijle daarna weder tot zichzelf
1039 2, 15| 15 Wis onze zonden uit, en verstrooi
1040 5, 9 | met hem woorden hierover wisselde; welke rede, de koning bedenkende,
1041 6, 29| vaderen, God de behouder en wonderwerker prijzende; en zij weerden
1042 3, 10| in Celo-Syrië en Fenicië wonen, goedertieren te behandelen,
1043 2, 13| 13 Want tot uw woning voorwaar, namelijk de hemel
1044 6, 33| besloten dat men in al hun woningen van eeuw tot eeuw de voornoemde
1045 3, 22| Jood verborgen wordt, die worde verwoest en verbrand, en
1046 7, 7 | wederpartij zullen hebben, tot wraak van zulk een doen. Vaartwel.~
1047 5, 31| uitgelopen, als die zelf met een wreed gemoed, en met zijn ogen
1048 2, 14| 14 Wreek ons niet door de onreinheid
1049 2, 3 | rechtvaardig vorst, en die uit wrevel en hoogmoed iets doet, oordeelt
1050 6, 2 | ontferming regeert, aanzie het zaad van Abraham, en zie op de
1051 2, 19| plaatsen tegen het volk zaaide, en dat velen van de vrienden,
1052 3, 10| geweld van wapen maar met zachtheid en veel vriendelijkheid
1053 5, 9 | was om gasten te noden, zag dat de genoden sterk aankwamen,
1054 4, 6 | het haar met welriekende zalf te voren gezalfd, was met
1055 6, 9 | ijdelheid bedenken, niet zegenen de ijdele afgoden, als gij
1056 7, 17| oprichtende, en met het gebed zegenende. En zo vertrokken zij te
1057 7, 5 | erkenden, dat de hemelse God zeker de Joden beschermde, en
1058 5, 28| beesten, en zo ten grave zenden, maar ook tegen Judea een
1059 6, 25| onrechtvaardige handen, zendt hen terug met vrede naar
1060 6, 35| van de maand Epif tot de zevende toe, drie dagen lang; in
1061 4, 9 | dit voorbeeld der straf te zien; opdat zij noch met zijn
1062 2, 16| Hier heeft God, die alles ziet, en boven alles heilig is,
1063 1, 5 | voorspoedig waren aan de zijde van Antiochus, zo ging Arsinoë
1064 2, 16| verheven had, hem aan alle zijden slingerende gelijk het riet
1065 5, 2 | vergaderde de voornaamsten zijner vrienden en krijgsoversten,
1066 3, 21| schatkamer tweeduizend drachmen zilver, ja hij zal ook met vrijheid
1067 2, 7 | menigte der volken, deed zinken in de diepte der zee, maar
1068 1, 10| nam hij voor en was van zins in het binnenste van de
1069 4, 12| naarstigheid, en gestadig zitten van de opgang der zon tot
1070 6, 8 | verderf ons met de dood, zoals het u believen zal.~
1071 7, 10| gaf hun macht over alle zodanigen dat zij degenen, die de
1072 7, 16| die dagen wilden vieren, zolang zij in vreemdelingschap
1073 6, 5 | hen gekrenkt is, maar gij zondt de vlam tot al hun tegenpartijders.~
1074 2, 4 | onmetelijk water van de zondvloed.~
1075 5, 33| de vaders, namelijk hun zonen, en de moeders haar dochters,
1076 1, 4 | Maar Dositheüs, genoemd de zoon van Drimylus, van geboorte
1077 5, 1 | onverzettelijk, Hermon, wie de zorg der olifanten bevolen was,
1078 4, 10| eveneens op dezelfde wijze zorgvuldig zou behandelen, gelijk als
1079 2, 9 | aanbaden, gij ons gebed zoudt verhoren.~
1080 5, 14| tijd van die nacht niet zozeer om te slapen, als wel om
1081 4, 2 | hart brandde alleszins, en zuchtte over dat onverwacht verderf,
1082 6, 31| opgeschreven hadden, die zuchtten nu, en waren met schaamte
1083 5, 34| borsten, om de laatste melk te zuigen.~
1084 3, 20| tot de jongste, ja tot de zuigende toe, die zal met zijn ganse
1085 7, 7 | 7 Want gij zult weten, is het dat wij tegen
1086 1, 2 | 2 En nam zijn zuster Arsinoë met zich, en spoedde
1087 5, 28| land snel te vuur en te zwaard te gronde werpen, en hun
1088 2, 5 | bekend waren, met vuur en zwavel verbrand, hen stellende
|