Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Het derde boek der Makkabeeën

IntraText - Concordances

(Hapax - words occurring once)


36-maken | male-waarm | waarv-zwave

     Chapter, Verse
1001 5, 31| jammerlijke ondergang dergenen, waarvan tevoren gesproken is.~ 1002 7, 15| goedvinden zeven dagen lang wachtende was, hielden zij daar een 1003 6, 6 | die in de buik van een walvis, die zich in de diepte ophoudt, 1004 3, 3 | dienden, en in zijn wet wandelden, zo hebben zij enige Joden 1005 5, 15| des morgens vroeg kraaide, wapende Hermon die grote beesten, 1006 2, 4 | brengende een onmetelijk water van de zondvloed.~ 1007 7, 18| hen met zeer grote vrees wedergaven, overmits de opperste God 1008 1, 1 | verstond van degenen die wedergekeerd waren, dat de plaatsen, 1009 7, 6 | zij tot al het hunne mogen wederkeren, en dat niemand in enige 1010 5, 35| 35 Doch wederom, als zij gedachten de verlossingen, 1011 7, 7 | onvermijdelijk tot onze wederpartij zullen hebben, tot wraak 1012 7, 6 | hun buiten recht en reden wedervaren is.~ 1013 5, 16| tranen, met gebeden, en met weemoedige gezangen strekten zij de 1014 6, 21| verderve voorover vielen, zo weende hij en dreigde met gramschap 1015 6, 29| wonderwerker prijzende; en zij weerden van zich al het treuren 1016 3, 13| onze sterkte niet konden weerstaan, waardoor wij met alle mensen 1017 6, 18| 18 En zij deden weerstand, en zij vervulden het heerleger 1018 5, 17| riep om uit te gaan, en wees aan, dat des konings voornemen 1019 3, 10| die gijlieden ook zelf weet, die door der goden onverhinderlijke 1020 4, 4 | stadhouders in de steden tegelijk weggezonden, dat ook sommigen van de 1021 4, 4 | leven, hun zeer ellendige wegzending beweenden.~ 1022 4, 11| belasten met de dienst een weinig tevoren aan hen bekend gemaakt, 1023 3, 16| met stilzwijgen, van die weinigen onder hen, die ons oprecht 1024 2, 24| meesten bleven standvastig, en weken niet af van de godzaligheid; 1025 2, 13| komen, doch dewijl het uw welbehagen is geweest, dat uw heerlijkheid 1026 6, 25| voorspoedige en heerlijke welstand verleent.~ 1027 3, 4 | en grote vijanden van het welvaren van het koninkrijk; zo bezwaarden 1028 7, 9 | 9 En zij wendden voor, dat, die om des buiks 1029 1, 21| voorgenomen opzet af te wenden.~ 1030 1, 8 | geschied was hem geluk te wensen, gebeurde het dat hij temeer 1031 7, 2 | gelukkig bestierde gelijk wij wensten, zo hebben sommigen onzer 1032 5, 6 | beschikking van het begin der wereld aan, hetwelk bij nacht en 1033 4, 16| Doch dit was een krachtig werk van de onoverwinnelijke 1034 2, 5 | zij allen hovaardigheid werkten, en door hun boosheden zeer 1035 5, 28| vuur en te zwaard te gronde werpen, en hun heiligdom, waar 1036 7, 7 | 7 Want gij zult weten, is het dat wij tegen hen 1037 7, 8 | geslacht der Joden willens en wetens de heilige God en de wet 1038 2, 18| 18 Maar als hij een wijle daarna weder tot zichzelf 1039 2, 15| 15 Wis onze zonden uit, en verstrooi 1040 5, 9 | met hem woorden hierover wisselde; welke rede, de koning bedenkende, 1041 6, 29| vaderen, God de behouder en wonderwerker prijzende; en zij weerden 1042 3, 10| in Celo-Syrië en Fenicië wonen, goedertieren te behandelen, 1043 2, 13| 13 Want tot uw woning voorwaar, namelijk de hemel 1044 6, 33| besloten dat men in al hun woningen van eeuw tot eeuw de voornoemde 1045 3, 22| Jood verborgen wordt, die worde verwoest en verbrand, en 1046 7, 7 | wederpartij zullen hebben, tot wraak van zulk een doen. Vaartwel.~ 1047 5, 31| uitgelopen, als die zelf met een wreed gemoed, en met zijn ogen 1048 2, 14| 14 Wreek ons niet door de onreinheid 1049 2, 3 | rechtvaardig vorst, en die uit wrevel en hoogmoed iets doet, oordeelt 1050 6, 2 | ontferming regeert, aanzie het zaad van Abraham, en zie op de 1051 2, 19| plaatsen tegen het volk zaaide, en dat velen van de vrienden, 1052 3, 10| geweld van wapen maar met zachtheid en veel vriendelijkheid 1053 5, 9 | was om gasten te noden, zag dat de genoden sterk aankwamen, 1054 4, 6 | het haar met welriekende zalf te voren gezalfd, was met 1055 6, 9 | ijdelheid bedenken, niet zegenen de ijdele afgoden, als gij 1056 7, 17| oprichtende, en met het gebed zegenende. En zo vertrokken zij te 1057 7, 5 | erkenden, dat de hemelse God zeker de Joden beschermde, en 1058 5, 28| beesten, en zo ten grave zenden, maar ook tegen Judea een 1059 6, 25| onrechtvaardige handen, zendt hen terug met vrede naar 1060 6, 35| van de maand Epif tot de zevende toe, drie dagen lang; in 1061 4, 9 | dit voorbeeld der straf te zien; opdat zij noch met zijn 1062 2, 16| Hier heeft God, die alles ziet, en boven alles heilig is, 1063 1, 5 | voorspoedig waren aan de zijde van Antiochus, zo ging Arsinoë 1064 2, 16| verheven had, hem aan alle zijden slingerende gelijk het riet 1065 5, 2 | vergaderde de voornaamsten zijner vrienden en krijgsoversten, 1066 3, 21| schatkamer tweeduizend drachmen zilver, ja hij zal ook met vrijheid 1067 2, 7 | menigte der volken, deed zinken in de diepte der zee, maar 1068 1, 10| nam hij voor en was van zins in het binnenste van de 1069 4, 12| naarstigheid, en gestadig zitten van de opgang der zon tot 1070 6, 8 | verderf ons met de dood, zoals het u believen zal.~ 1071 7, 10| gaf hun macht over alle zodanigen dat zij degenen, die de 1072 7, 16| die dagen wilden vieren, zolang zij in vreemdelingschap 1073 6, 5 | hen gekrenkt is, maar gij zondt de vlam tot al hun tegenpartijders.~ 1074 2, 4 | onmetelijk water van de zondvloed.~ 1075 5, 33| de vaders, namelijk hun zonen, en de moeders haar dochters, 1076 1, 4 | Maar Dositheüs, genoemd de zoon van Drimylus, van geboorte 1077 5, 1 | onverzettelijk, Hermon, wie de zorg der olifanten bevolen was, 1078 4, 10| eveneens op dezelfde wijze zorgvuldig zou behandelen, gelijk als 1079 2, 9 | aanbaden, gij ons gebed zoudt verhoren.~ 1080 5, 14| tijd van die nacht niet zozeer om te slapen, als wel om 1081 4, 2 | hart brandde alleszins, en zuchtte over dat onverwacht verderf, 1082 6, 31| opgeschreven hadden, die zuchtten nu, en waren met schaamte 1083 5, 34| borsten, om de laatste melk te zuigen.~ 1084 3, 20| tot de jongste, ja tot de zuigende toe, die zal met zijn ganse 1085 7, 7 | 7 Want gij zult weten, is het dat wij tegen 1086 1, 2 | 2 En nam zijn zuster Arsinoë met zich, en spoedde 1087 5, 28| land snel te vuur en te zwaard te gronde werpen, en hun 1088 2, 5 | bekend waren, met vuur en zwavel verbrand, hen stellende


36-maken | male-waarm | waarv-zwave

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License