Chapter, Paragraph
1 Intro | trouw’ de naam is van de liefde. Dit document herhaalt hetgeen
2 I,2 | brengen, maar vooral de vurige liefde voor Christus en zijn Kerk.~
3 I,2 | openbaring is van Christus’ liefde. 17 Wat de H. Gregorius
4 II,1 | uit de overvloed van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden (
5 II,1 | leven dat Gods macht en liefde zichtbaar maakt en aan zijn
6 II,2 | mysterie van de Vader en diens liefde de mens voor zichzelf duidelijk
7 II,2 | een ware ‘verstandelijke liefde’ door middel van geduldige
8 II,2 | geheel overgaven aan de liefde voor God en die zich omwille
9 II,2 | het aan de gelovigen uit liefde voor God bijbrengen van
10 II,2 | steeds nauwer verband met de liefde.~Ook aan de formele kanten
11 III,1 | Christus "het geheim van de liefde van God voor de mens tegelijk
12 III,1 | ze getuigen zijn van de liefde en godsvrucht waarmee hij
13 III,1 | man van gebed is en ware liefde koestert voor de eucharistie.
14 III,1 | juist het ontbreken van liefde voor God verhindert om de
15 III,1 | kennis van de barmhartige liefde van God. "Wie God op die
16 III,1 | ondervinden, dat wil zeggen de liefde die sterker is dan de dood." 70
17 III,1 | consequentie van de herderlijke liefde dat iedere priester – met
18 III,1 | met pastorale wijsheid en liefde georganiseerd?~20. Welke
19 IV | zijn om het mysterie van de liefde van de Vader te ontsluieren
20 IV | de waarheid spreken in liefde" (Ef 4,15) en zich laten
21 IV | lezen teken van God, die liefde is; Hij wordt het teken
22 IV | Vader zien." 82 "God is liefde" (1Joh 4,16) en kan zich
23 IV | barmhartigheid openbaren. 83 Uit liefde heeft de Vader door het
24 IV | dat wil zeggen "van de liefde, die zich tegen alles verzet
25 IV | eucharistie, de pastorale liefde en de eenheid van leven
26 IV | de vrije en voorkomende liefde van God." 85 In de blijvende
27 IV | brengen van Gods eindeloze liefde die zoals uit de verdere
28 IV | daadwerkelijk teken van deze grote liefde, van dit ‘amoris officium’
29 IV,1 | want "hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad,
30 IV,1 | zij zijn dienaren van Gods liefde voor de mensen, bedienaren
31 IV,2 | dienen door het volk in liefde en met kracht te leiden~"
32 IV,2 | en maakt de herderlijke liefde tot een onmisbare deugd
33 IV,2 | maar oefent dit uit met liefde en kracht. Vandaar dat zijn
34 IV,2 | gemeenschap. Uit herderlijke liefde mag hij daarom niet vrezen
35 IV,2 | nederigheid heeft pastorale liefde niets te betekenen. Eigenliefde
36 IV,2 | voorkeuren en plannen uit liefde voor God opzij te zetten. "
37 IV,2 | 22. Vormt de herderlijke liefde in alle opzichten werkelijk ‘
38 Slot | tegemoet treedt. "De genade en liefde van het altaar breidt zich
39 Slot | onvergelijkelijk groot geloof, hoop en liefde heeft geantwoord op de boodschap
40 Slot | naar het voorbeeld van uw liefde voor God en de evenmens
|