Chapter, Paragraph
1 Inl | waartoe de heilige Geest alle gelovigen bij monde van de persoon
2 Inl | moeten geestelijke herders en gelovigen steeds meer gaan inzien
3 Inl | enige Heiland. Herders en gelovigen dienen zich geroepen te
4 I,2 | sacramenten en leiding van de gelovigen. 23 Als de prediking de
5 I,2 | Als de prediking de gelovigen niet zou blijven vormen
6 I,2 | vorming namelijk van de gelovigen. Het Tweede Vaticaans Concilie
7 I,2 | Concilie spoort alle katholieke gelovigen aan "ijverig deel te nemen
8 I,2 | de Kerk?~4. Beschouwen de gelovigen het priesterschap als een
9 II,2 | hoe belangrijk het is de gelovigen dieper de betekenis van
10 II,2 | blijde boodschap’ die aan de gelovigen verkondigd moet worden,
11 II,2 | verstand en geweten van de gelovigen te vormen opdat ze consequent
12 II,2 | diakens, vorming van alle gelovigen). De bediening van het Woord,
13 II,2 | vruchten voortgebracht. De gelovigen worden vaak belaagd door
14 II,2 | evangelisatie; zo ook het aan de gelovigen uit liefde voor God bijbrengen
15 II,2 | hen ten overstaan van de gelovigen vreedzaam concurreren; hij
16 II,2 | en zelfs indirect door de gelovigen die met de priester in het
17 III,1| bedenke ook dat voor alle gelovigen, maar vooral voor hen die
18 III,1| evangelisatie moet ook voor de gelovigen een nieuw inzicht betekenen
19 III,1| van te plukken moeten de gelovigen erop worden voorbereid.
20 III,1| van wezenlijk belang de gelovigen duidelijk te maken wat het
21 III,1| is het van belang dat de gelovigen hem zich ingetogen zien
22 III,1| Vóór alles dienen de gelovigen grondig op de hoogte te
23 III,1| dat men zich inspant om de gelovigen weer te doen gaan tot het
24 III,1| Men moet allereerst de gelovigen met de hulp van de heilige
25 III,1| voortzetten." 72~Wil men aan alle gelovigen werkelijk gelegenheid bieden
26 III,1| beschikbaar zijn. Soms worden gelovigen ervan afgehouden om te gaan
27 III,1| wordt gehouden. Om het de gelovigen gemakkelijk te maken te
28 III,1| goed gevormd geweten van de gelovigen, blijkt er een reëel gevaar
29 III,1| worden genomen opdat de gelovigen hun zondagsplicht vervullen
30 IV,2 | preken, de herders van hun gelovigen te zijn en de goddelijke
31 IV,2 | een groot overwicht op de gelovigen. Toch weten zij dat "deze
32 IV,2 | de bisschop en met alle gelovigen moet hij in de uitoefening
33 IV,2 | groot aanzien staat bij de gelovigen, en op sommige plaatsen
34 IV,2 | aan de hem toevertrouwde gelovigen slechts enkele waarheden
35 Slot | zijn en zo te leven.~De gelovigen uit de parochie en zij die
36 Slot | Jezus in het hart van de gelovigen herboren doet worden. Bij
37 Slot | van de hun toevertrouwde gelovigen.~Maria,~morgenster van het
|