Chapter, Paragraph
1 Inl (3) | Clerus, Directorium voor het ambt en het leven van de priesters (
2 I (7) | Concilie, Decreet over het ambt en het leven van de priesters
3 I (7) | 13, Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
4 I (10) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
5 I (17) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
6 I (25) | 48; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
7 II (33) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
8 II (37) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
9 II,2 | het Directorium voor het ambt en het leven van de priesters
10 II (42) | e.v.; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
11 II (43) | 47; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
12 II (46) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
13 III (51) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
14 III (64) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
15 III (71) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
16 III (72) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
17 III (73) | 13; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
18 III (74) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
19 III (76) | 31; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
20 III,1 | het uitoefenen van zijn ambt als biechtvader afneemt.
21 IV (85) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
22 IV,1 | kader vindt het gewijde ambt zijn bestaansrecht. Niemand
23 IV,1 | van de genade. Het gewijde ambt waardoor de van Christus
24 IV,2 | Terwijl de priesters het ambt van Christus, Hoofd en Herder,
25 IV (102) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
26 IV (104) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
27 IV (105) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
28 IV (106) | 227; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
29 IV (107) | 846; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
30 IV,2 | karakter van het herderlijk ambt miskend wordt, of misschien
31 IV,2 | beschikbaarheid om zijn herderlijk ambt uit te oefenen daar waar
32 IV (108) | 938; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
33 IV,2 | Door de natuur zelf van hun ambt moeten zij dus van een diepe
34 IV,2 | dimensie van het gewijde ambt en aan de universele dimensie
35 IV,2 | taken van het pastoraal ambt is het bundelen van krachten
36 Slot (114)| 30; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
|