Chapter, Paragraph
1 Intro | studiedagen, retraites, geestelijke oefeningen en bijeenkomsten
2 Inl | Johannes Paulus II moeten geestelijke herders en gelovigen steeds
3 Inl | bedienaars van de sacramenten en geestelijke herders van de kudde.~
4 I,2 | van de priester~Hoewel de geestelijke herders zich ervan bewust
5 I,2 | steeds geldig: "Hij (de geestelijke herder) moet zuiver zijn
6 II,1 | En daarover spreken wij, geestelijke gaven uitleggend aan geestelijke
7 II,1 | geestelijke gaven uitleggend aan geestelijke mensen, met woorden die
8 II,2 | bijzondere wijze tot de geestelijke werken van barmhartigheid:
9 II,2 | de mensen door middel van geestelijke en morele vorming leert
10 III,1 | plicht te voldoen aan de geestelijke en lichamelijke voorwaarden
11 III,1 | de eucharistie. Alleen de geestelijke herder die bidt zal kunnen
12 III,1 | komt tot echte persoonlijke geestelijke leiding.~Zonder het moment
13 III,1 | sacrament te verwarren met de geestelijke leiding, moeten de priesters,
14 III,1 | komen tot een gesprek waarin geestelijke leiding wordt gegeven. "
15 III,1 | overwinnen. Persoonlijke geestelijke leiding maakt de vorming
16 III,1 | gevallen te danken is aan de geestelijke leiding en het voorbeeld
17 III,1 | gelegenheid te geven tot biecht en geestelijke leiding, hen in hun dienstwerk
18 IV | Hoofdstuk IV~Liefhebbende geestelijke herders van de hun toevertrouwde
19 IV,2 | te brengen tot volledige geestelijke en kerkelijke ontwikkeling".97
20 IV,2 | gezag is ook de priester de geestelijke herder van de hem toevertrouwde
21 IV,2 | Concilie benadrukt ‘rust de geestelijke gave die de priesters bij
22 IV,2 | op het beoefenen van de geestelijke en lichamelijke werken van
23 IV,2 | zijn werk?~25. Wordt in de geestelijke vorming van de priesters
24 Slot | de priester zijn taak als geestelijke herder uitoefenen: in ieder
25 Slot | opende?" (Lc 24,32).~Wij geestelijke herders moeten ons toevertrouwen
26 Slot | God en de evenmens ware geestelijke herders weten te zijn, en
|