Chapter, Paragraph
1 I (6)| mysterie’, het gebeuren van Gods Zoon die mens wordt en aan
2 I,2 | hier een goddelijk plan (Gods wil namelijk om de Kerk
3 I,2 | priesterschap als een gave Gods zowel voor hem die het ontvangt
4 I,2 | Wordt bij de prediking van Gods Woord en in de catechese
5 II,1 | begint met de beschouwing van Gods Openbaring op zich. "Door
6 II,1 | Godsrijk niet alleen van Gods heerlijkheid, maar maakt
7 II,1 | prediking. De overweging van Gods Woord in persoonlijk gebed
8 II,1 | getuigt door een leven dat Gods macht en liefde zichtbaar
9 II,1 | de prediking aan het volk Gods verder te geven.~
10 II,2 | hangt allereerst af van Gods hulp, maar ze vraagt ook
11 II,2 | prediking van het woord Gods van groot belang. Afgezien
12 II,2 | kennis laten stralen van Gods heerlijkheid die ligt over
13 III | belast met het beheer van Gods geheimen" (1Kor 4,1)~
14 III,1 | karakter gemachtigd zijn met Gods handelen mee te werken door
15 III,1 | bidden, terwijl hij ook Gods genade zal weten af te roepen
16 IV | deze nooit uit zichzelf Gods barmhartigheid daadwerkelijk
17 IV | Geest.~De ontmoeting met Gods barmhartigheid voltrekt
18 IV | zich in Christus in wie Gods vaderliefde zichtbaar wordt.
19 IV | getuigenis te brengen van Gods eindeloze liefde die zoals
20 IV,1 | nog, zij zijn dienaren van Gods liefde voor de mensen, bedienaren
21 Slot | trouwe bedienaren te zijn van Gods geheimnissen: zo zullen
|