Chapter, Paragraph
1 Inl | monde van de persoon en het gezag van de paus oproept dient
2 I,1| seculier en godsdienstig gezag of leerstelsel. Deze situatie
3 I,2| prediking als man die met gezag was bekleed (vgl. Mt 7,29).
4 I,2| bekleed (vgl. Mt 7,29). Dit gezag ontleende Hij natuurlijk
5 I,2| het objectieve geestelijk gezag dat hij krachtens zijn wijding
6 I,2| gaan met het subjectieve gezag dat hij ontleent aan zijn
7 II,1| uitgeoefend wordt krachtens het gezag van Christus. Toch staat
8 IV,2| overeenkomstig hun aandeel in het gezag uitoefenen, brengen zij
9 IV,2| en van het hun verleende gezag" is "de hun toevertrouwde
10 IV,2| voor de met zijn messiaans gezag samenhangende verantwoordelijkheid,
11 IV,2| kracht. Vandaar dat zijn gezag nooit benauwende heerszucht
12 IV,2| Aan deze twee aspecten – gezag en dienstbaarheid – dient
13 IV,2| de bisschop en onder zijn gezag is ook de priester de geestelijke
14 IV,2| daarom niet vrezen zijn gezag te doen gelden op al de
15 IV,2| want daartoe is hij in gezag gesteld. Zelfs als dit gezag
16 IV,2| gezag gesteld. Zelfs als dit gezag met de nodige kracht wordt
17 IV,2| wel om te dienen). 103 Wie gezag moet uitoefenen moet veeleer
18 IV,2| onttrekken. Want als hij zijn gezag niet uitoefent schiet hij
19 IV,2| directe bevoegdheid vallen gezag wil uitoefenen, maar zich
20 IV,2| soms ook bij het burgerlijk gezag, dient hij wel te beseffen
21 IV,2| Leraar die op grond van eigen gezag onderricht geeft. De priester
|