1-500 | 501-558
Chapter, Paragraph
1 Intro | gehele Kerk zich op voor het begin van het derde millennium
2 Intro | zich op voor het begin van het derde millennium sinds de
3 Intro | sinds de Menswording van het Woord; de voortdurende liefdevolle
4 Intro | de paus: "De inzet voor het grote Jubileum staat duidelijk
5 Intro | Jubileum staat duidelijk in het teken van de nieuwe evangelisatie.
6 Intro | medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters,
7 Intro | priesters, en datgene wat het resultaat zal zijn van deze
8 Intro | een gewetensonderzoek, in het besef dat in de gang van
9 Intro | paus genoemde documenten: het zijn immers documenten die
10 Intro | fundamenteel belang zijn voor het antwoord op de authentieke
11 Intro | evangelisatie te kunnen wijden.~Het antwoord op de vragen aan
12 Intro | antwoord op de vragen aan het eind van ieder hoofdstuk
13 Intro | hulpmiddel, en trachten, in het licht van genoemde documenten,
14 Intro | maken op de wijze die zij het nuttigst oordelen.~Wij beseffen
15 Intro | tijd van voorbereiding op het grote Jubileum, en nog meer
16 Intro | Jubileum, en nog meer gedurende het Jubileumjaar, in ieder kerkdistrict
17 Inl | priester als de leraar van het Woord, de bedienaar van
18 Inl | zending binnen de Kerk. In het licht van de nieuwe evangelisatie
19 Inl | monde van de persoon en het gezag van de paus oproept
20 Inl | in de Kerk wordt zowel op het persoonlijke vlak als op
21 Inl | gevraagd. Aangespoord door het persoonlijk getuigenis en
22 Inl | persoonlijk getuigenis en het helder onderricht van Johannes
23 Inl | niet langer mag dralen, dat het nu tijd is om met vurige
24 Inl | ervoor te zorgen dat in het jaar 2000 "met nieuwe kracht
25 Inl | moederlijke reactie van de Kerk op het verzwakt geloof en het in
26 Inl | op het verzwakt geloof en het in het bewustzijn van veel
27 Inl | verzwakt geloof en het in het bewustzijn van veel van
28 Inl | van de zedelijke eisen van het christelijk leven. Als burgers
29 Inl | onverschilligheid, dat ver afstaat van het Woord en de sacramenten
30 Inl | de sacramenten die voor het leven als christen wezenlijk
31 Inl | de grondslagen missen van het geloof en in feite een van
32 Inl | evangelisatie, die weer het licht van het geloof in
33 Inl | die weer het licht van het geloof in het geweten van
34 Inl | licht van het geloof in het geweten van veel christenen
35 Inl | de blijde boodschap van het heil moet doen weerklinken,
36 Inl | ad gentes, dat wil zeggen het recht en de plicht om het
37 Inl | het recht en de plicht om het evangelie te brengen aan
38 Inl | Ook vurige christenen – het zijn er velen – hebben behoefte
39 Inl | verantwoordelijkheid, geldt dit in het bijzonder voor de priesters
40 Inl (3) | Clerus, Directorium voor het ambt en het leven van de
41 Inl (3) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters (
42 Inl | zich te nemen, en om in het licht van deze opgave opnieuw
43 Inl | ontdekken dat God van hen vraagt het hun toevertrouwde deel van
44 Inl | hun toevertrouwde deel van het volk van God te dienen als
45 Inl | te dienen als leraars van het Woord, bedienaars van de
46 I,1 | bijzondere betekenis. Want het einde van de twintigste
47 I,1 | gevoeligheid opkomen die het in ieder mensenhart ingeboren
48 I,1 | niet voltooid. Een blik op het geheel van de mensheid op
49 I,1 | geheel van de mensheid op het eind van het tweede millennium
50 I,1 | mensheid op het eind van het tweede millennium na Zijn
51 I,1 | groot deel uitgeoefend in het kader van de nieuwe evangelisatie
52 I,1 | verleden, waar niettemin het christelijk verstaan van
53 I,1 | christelijk verstaan van het leven voor een groot deel
54 I,1 | Maar ze gebeurt ook in het bredere geheel van de totale
55 I,1 | mensen de boodschap van het door Christus gebrachte
56 I,1 | hebben vernomen of begrepen.~Het is een treurig feit dat
57 I,1 | als een verplichting voor het concrete leven schijnen
58 I,1 | stijl van leven. De rol van het christelijk geloof is in
59 I,1 | enkele invloed heeft op het maatschappelijk leven van
60 I,1 | worden. Krachtens hun aan het doopsel ontleend priesterschap
61 I (6) | geschiedenis niet altijd aan het licht komt. Zij is het ‘
62 I (6) | aan het licht komt. Zij is het ‘mysterie’, het gebeuren
63 I (6) | Zij is het ‘mysterie’, het gebeuren van Gods Zoon die
64 I (6) | hen die Hem aanvaarden ‘het vermogen om kinderen van
65 I,1 | missionaire arbeid "rust vooral op het college van de bisschoppen
66 I (7) | Vaticaans Concilie, Decreet over het ambt en het leven van de
67 I (7) | Decreet over het ambt en het leven van de priesters Presbyterorum
68 I (7) | vobis, 13, Directorium voor het ambt en het leven van de
69 I (7) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
70 I (7) | medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters (
71 I,1 | worden de priesters krachtens het sacrament van de wijding
72 I,1 | nieuwe evangelisatie van het derde millennium".10~Onder
73 I,1 | de grote vooruitgang op het gebied van wetenschap en
74 I,1 | leerstelsel. Deze situatie maakt het noodzakelijk de christelijke
75 I,1 | techniek, maar altijd in het besef dat instrumenten nooit
76 I,1 | besef dat instrumenten nooit het directe getuigenis van een
77 I,1 | echte getuigen nodig die het evangelie uitdragen in alle
78 I,1 | uitdragen in alle lagen van het maatschappelijk leven. Daaruit
79 I,1 | volgt dat de christenen in het algemeen, en de priesters
80 I,1 | algemeen, en de priesters in het bijzonder, grondig filosofisch
81 I (10) | Directorium voor het ambt en het leven van de
82 I (10) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
83 I,1 | Maar de verkondiging van het evangelie mag niet tot dialoog
84 I,1 | bekoring van conformisme, het zoeken naar gemakkelijke
85 I,1 | populariteit en eigen rust is het een onontkoombare uitdaging
86 I,1 | verloren die ze bezaten in het christendom. Daarom moet
87 I,1 | geloofsleer van de Kerk en in het besef verantwoordelijk te
88 I,2 | voor de uitoefening van het priesterambt een vorm te
89 I,2 | huidige situatie, en die het in staat stelt doeltreffend
90 I,2 | de omstandigheden waarin het moet worden uitgeoefend.
91 I,2 | tijd laten afleiden van het uiteindelijke doel. Immers,
92 I,2 | voor Christus en zijn Kerk.~Het doel van heel ons streven
93 I,2 | van heel ons streven is het uiteindelijke Koninkrijk
94 I,2 | eenwording in Hem van al het geschapene. Dit doel zal
95 I,2 | geschapene. Dit doel zal pas op het einde der tijden bereikt
96 I,2 | en juist hierbinnen heeft het ambtelijk priesterschap
97 I,2 | bedienaren te betrekken bij het verlossingswerk), dat vanuit
98 I,2 | moet ook bij de priester het objectieve geestelijk gezag
99 I,2 | bezit15 gepaard gaan met het subjectieve gezag dat hij
100 I,2 | gebed wijden; de mens die het goede doet moet hij nederig
101 I,2 | onwrikbaar op te komen tegen het kwaad van de zondaars. Bij
102 I,2 | noch uit bekommernis voor het inwendige nalaten om goed
103 I (17) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de
104 I (17) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
105 I,2 | onze tijd "herauten van het evangelie als deskundigen
106 I,2 | menselijkheid nodig, die het hart van de hedendaagse
107 I (19) | Toespraak tot de deelnemers aan het zesde symposium van de bisschoppen
108 I (19) | nieuwe evangelisatie van het Europees continent (11 oktober
109 I,2 | Christus, de Priester".20~In het kader van Christus’ heilswerk
110 I,2 | zouden kunnen aanduiden: het onderricht aan de menigten
111 I,2 | Mt 4,17). Anderzijds in het hart van de luisteraars
112 I,2 | hart van de luisteraars het verlangen opwekken naar
113 I,2 | oproep tot bekering;" 21 als het Woord van God het verstand
114 I,2 | als het Woord van God het verstand van de mens heeft
115 I,2 | zonde af te wijzen, bereikt het evangelisatiewerk zijn hoogtepunt
116 I,2 | schreef: "De eigen taak van het evangeliseren is toch zó
117 I,2 | evangeliseren is toch zó tot het geloof op te voeden, dat
118 I,2 | als echte sacramenten van het geloof en niet om ze louter
119 I,2 | elementen: verkondiging van het Woord, bediening van de
120 I,2 | volledige aanvaarding van het geloof en van de zedelijke
121 I,2 | doelstelling betreft moet het vieren van de sacramenten,
122 I,2 | sacramenten, met name van het boetesacrament en van de
123 I,2 | gezien worden. 25 Juist in het harmonisch doen samengaan
124 I,2 | namelijk van de gelovigen. Het Tweede Vaticaans Concilie
125 I,2 | christelijke waarden uit het gemeenschappelijk erfgoed
126 I (25) | 26, 48; Directorium voor het ambt en het leven van de
127 I (25) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
128 I,2 | die worden aangegeven door het leergezag van de Kerk die
129 I,2 | name onder de priesters, het besef dat de nieuwe evangelisatie
130 I,2 | in de vergaderingen van het presbyterium, in de pastorale
131 I,2 | Beschouwen de gelovigen het priesterschap als een gave
132 I,2 | Gods zowel voor hem die het ontvangt als voor de gemeenschap,
133 I,2 | gemeenschap, of beschouwen ze het louter als een organisatorische
134 I,2 | roepingen te schenken tot het priesterschap en Hem vragen
135 I,2 | priesterschap en Hem vragen moet dat het niet aan edelmoedigheid
136 I,2 | sacramentele praktijk? Wordt het evangelisatiewerk van de
137 I,2 | prediking en sacramenten, het ‘munus docendi’ en het ‘
138 I,2 | het ‘munus docendi’ en het ‘munus sanctificandi’, elkaar
139 I (28) | Toespraak tot de bisschoppen van het celam (9 maart 1983), in:
140 II | Hoofdstuk II~Leraren van het Woord~"Trek heel de wereld
141 II,1 | De priester, leraar van het Woord "nomine Christi et
142 II,1 | pastorale bediening van het Woord begint met de beschouwing
143 II,1 | spreekt de verkondiging van het Godsrijk niet alleen van
144 II,1 | verkondiging zichtbaar. Het in de Kerk gepredikte evangelie
145 II,1 | gesteld en geactualiseerd, is het geopenbaarde Woord een werktuig
146 II,1 | Geest in ons werkzaam is. Het is tegelijk oordeel en genade.
147 II,1 | tegelijk oordeel en genade. Bij het luisteren naar het Woord
148 II,1 | Bij het luisteren naar het Woord doet de actuele confrontatie
149 II,1 | confrontatie met God een beroep op het hart van de mens, en vraagt
150 II,1 | innerlijke ommekeer nodig is.~"Het is de eerste taak van de
151 II,1 | maken; ... (zo) vormen zij het volk van God en doen het
152 II,1 | het volk van God en doen het groeien." 30 Juist omdat
153 II,1 | Juist omdat de prediking van het Woord niet alleen maar bestaat
154 II,1 | niet alleen maar bestaat in het simpel langs verstandelijke
155 II,1 | overkomt. De prediking van het Woord door de gewijde ambtsdragers
156 II,1 | ambtsdragers deelt in zekere zin in het heilskarakter van het Woord
157 II,1 | in het heilskarakter van het Woord zelf, niet alleen
158 II,1 | omdat zij hun toehoorders het evangelie verkondigen met
159 II,1 | kracht die zij ontlenen aan het feit dat zij delen in de
160 II,1 | de wijding en zending van het mensgeworden Woord van God.
161 II,1 | zijn oorsprong vindt in het wijdingssacrament en dat
162 II,1 | uitgeoefend wordt krachtens het gezag van Christus. Toch
163 II,1 | andere handelingen die sterk het stempel dragen van de ambtsdrager.
164 II,1 | van de Kerk.31 Hoewel heel het munus pastorale in het teken
165 II,1 | heel het munus pastorale in het teken moet staan van dienstbetoon,
166 II,1 | waarheid dienaar wordt van het Woord en niet de meester
167 II,1 | persoonlijke toewijding aan het Woord dat hij predikt, een
168 II,1 | die ik van harte dien door het evangelie van zijn Zoon
169 II,1 | persoonlijke ervaringen die het evangelie zelf zouden kunnen
170 II,1 | verduisteren. Men mag dus nooit met het Woord van God manipuleren!
171 II,1 | persoonlijke vertrouwdheid met het woord van God ontwikkelen ...
172 II,1 | en de eerste zijn om in het woord te geloven, in het
173 II,1 | het woord te geloven, in het volle besef dat de woorden
174 II,1 | biddend hart dat beseft dat het de taak van de ambtsdragers
175 II,1 | hun eigen wijsheid, maar het woord van God te onderwijzen
176 II (33) | Directorium voor het ambt en het leven van de
177 II (33) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
178 II,1 | orator, antequam dictor".35~Het persoonlijk gebedsleven
179 II,1 | de priesters een steun; het versterkt het besef dat
180 II,1 | een steun; het versterkt het besef dat hun zending een
181 II,1 | wijze van prediking. Zo is het getijdengebed niet alleen
182 II,1 | persoonlijke vroomheid en is het méér dan een openbaar gebed
183 II,1 | openbaar gebed van de Kerk: het is ook pastoraal gezien
184 II,1 | van groot belang, 36 want het biedt een uitstekende gelegenheid
185 II,1 | steeds meer te verdiepen in het onderricht van de bijbel,
186 II,1 | kerkvaders, de theologie en het leergezag, en om dit onderricht
187 II,1 | onderricht in de prediking aan het volk Gods verder te geven.~
188 II,2 | doeltreffende verkondiging van het Woord~In verband met de
189 II,2 | gewezen worden hoe belangrijk het is de gelovigen dieper de
190 II,2 | de betekenis van de uit het doopsel voortvloeiende roeping
191 II,2 | de opdracht van de Kerk. "Het geloof overdragen betekent
192 II,2 | roeping van de christen aan het licht brengen, verkondigen
193 II,2 | iedere mens richt door hem het heilsgeheim te tonen." 37
194 II,2 | juist door de openbaring van het mysterie van de Vader en
195 II (37) | Directorium voor het ambt en het leven van de
196 II (37) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
197 II,2 | nieuwe evangelisatie en het roepingsaspect van het leven
198 II,2 | en het roepingsaspect van het leven hand in hand. Dat
199 II,2 | wederwaardigheden tegen het kwaad te strijden en om
200 II,2 | kwaad te strijden en om door het lijden van de dood te gaan;
201 II,2 | maar in verbondenheid met het paasmysterie, gelijkvormig
202 II,2 | onderbouwde bediening van het Woord. Ze moet duidelijk
203 II,2 | cerebrale constructies die het verstand van de christenen
204 II,2 | over de grondwaarheden van het katholieke geloof en de
205 II,2 | over hun betekenis voor het geestelijk leven. Christelijk
206 II,2 | werken van barmhartigheid: het heil komt door de kennis
207 II,2 | gezonde theologie, want het gaat er natuurlijk niet
208 II,2 | naar de eisen van de bij het doopsel ontvangen roeping.
209 II,2 | Evangeliseren betekent het met alle beschikbare eerlijke
210 II,2 | geopenbaarde waarheden (het trinitair en christologisch
211 II,2 | geloof, de betekenis van het scheppingsdogma, de eschatologische
212 II,2 | praktijk kunnen vertalen.~Het geven van theologische en
213 II,2 | gelovigen). De bediening van het Woord, en vooral de bedienaars
214 II,2 | vooral de bedienaars van het Woord, moeten daarom tegen
215 II,2 | omstandigheden opgewassen zijn. Het resultaat ervan hangt allereerst
216 II,2 | bestemd om allereerst het geweten van de gedoopten
217 II,2 | betrekking tot de opdracht het evangelie te verklaren:
218 II,2 | bijvoorbeeld in concreto bestaan in het lezen en het richten van
219 II,2 | bestaan in het lezen en het richten van zijn belangstelling
220 II,2 | nemen van de documenten van het kerkelijk leergezag en vooral
221 II (40) | medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters,
222 II,2 | Kerk. Wat dit betreft is het goed te blijven benadrukken
223 II,2 | is, waarbij inhoudelijk het Directorium voor het ambt
224 II,2 | inhoudelijk het Directorium voor het ambt en het leven van de
225 II,2 | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters als
226 II,2 | voorbereiding op de prediking van het woord Gods van groot belang.
227 II,2 | uitzonderlijke gevallen waar het niet anders mogelijk is,
228 II,2 | overwogen en waarmee men door het lezen en bestuderen van
229 II (42) | 70 e.v.; Directorium voor het ambt en het leven van de
230 II (42) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
231 II,2 | hoe we in de betekenis van het geopenbaarde Woord kunnen
232 II,2 | Woord kunnen doordringen en het aan anderen duidelijk maken. 44
233 II (43) | en 47; Directorium voor het ambt en het leven van de
234 II (43) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
235 II,2 | de liturgie van de Kerk het Woord van God in de verschillende
236 II,2 | verschillende delen van het liturgisch jaar leest, interpreteert
237 II,2 | oudsher de beschouwing van het leven van de heiligen –
238 II,2 | strijd en heldhaftigheid – in het hart van de christenen rijke
239 II,2 | hebben zij bijzonder hard het voorbeeld nodig van die
240 II,2 | de evangelisatie; zo ook het aan de gelovigen uit liefde
241 II,2 | dienstbaarheid, edelmoedige zelfgave. Het geweten van de christen
242 II,2 | zorg besteden. We leven in het tijdperk van informatie
243 II,2 | moet hij ervoor zorgen dat het niveau van zijn boodschap
244 II,2 | boodschap beantwoordt aan het Woord dat hij predikt. Bij
245 II,2 | zorgvuldig voor op hun werk; het is ongetwijfeld niet teveel
246 II,2 | teveel gevraagd dat zij die het Woord onderrichten, geduldig
247 II,2 | heerlijkheid die ligt over het gelaat van Jezus Christus" (
248 II,2 | sterke en serene eisen van het christelijk leven? Er is
249 II,2 | tot angst. "Sinds zij in het Paasgeheim de gave heeft
250 II,2 | uiteindelijke waarheid over het leven van de mens, is zij (
251 II,2 | de weg, de waarheid en het leven’ is (Joh 14,6). Onder
252 II,2 | de geest van de wereld. Het menselijk ‘geheim’ voor
253 II,2 | vruchtbare prediking van het Woord is voor een groot
254 II,2 | wat hij wil zeggen en hoe het te zeggen, en die zich op
255 II,2 | wijze gaat improviseren. Het zou een betreurenswaardige
256 II,2 | prediking zoals de inhoud ervan, het theologisch en taalkundig
257 II,2 | achter de ambo beweegt, het stemgebruik dat normaal
258 II,2 | gelovigen die met de priester in het pastoraat samenwerken.~Suggesties
259 II,2 | voor werkelijke invloed het predikambt heeft op het
260 II,2 | het predikambt heeft op het leven van onze gemeenschappen?
261 II,2 | van de verkondiging van het Woord?~8. Worden de priesters
262 II,2 | om tijd te besteden aan het bestuderen van theologie,
263 II,2 | wetenschappelijke bedoeling gezorgd voor het inrichten van bibliotheken
264 II,2 | gebruik van de catechese en het onderricht van de Heilige
265 II,2 | Heilige Stoel?~12. Beseft men het belang van een professionele
266 II (46) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de
267 II (46) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
268 III | van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen" (
269 III,1 | heilige Geest, maar zij is er het sacrament van: in heel haar
270 III,1 | leden wordt zij gezonden om het mysterie van de gemeenschap
271 III,1 | verkondigen en ervan te getuigen, het te actualiseren en te verbreiden." 47
272 III,1 | zending spruit voort uit het eigen wezen van de Kerk, "
273 III,1 | werkelijkheden, opgaande in het werk en vrij voor de beschouwing,
274 III,1 | universeel sacrament van het heil"49 waarin Christus "
275 III,1 | heil"49 waarin Christus "het geheim van de liefde van
276 III,1 | realiseert",50 staan in het dienstwerk van de priesters
277 III,1 | bij uitstek zijn waarop het goddelijk leven aan de mens
278 III,1 | Christus, de Hogepriester. Het is de functie van mannen
279 III,1 | delen in de werkzaamheid van het instrument.~Door het wijdingssacrament
280 III,1 | van het instrument.~Door het wijdingssacrament gelijkvormig
281 III,1 | Christus, staat de priester in het hart van het volk van God.
282 III,1 | priester in het hart van het volk van God. Deze gelijkvormigheid
283 III,1 | kerkelijke gemeenschap delen in het drievoudig munus Christi.
284 III,1 | Capitis gaat de priester het volk van God voor op de
285 III (51) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de
286 III (51) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
287 III,1 | voor de geest, die door het Tweede Vaticaans Concilie
288 III,1 | Ofschoon de genade van God het heilswerk ook door onwaardige
289 III,1 | niet ikzelf, Christus is het die leeft in mij’ (Gal 2,
290 III,1 | voor hen die weliswaar in het algemeen niet praktizeren
291 III,1 | geworden om de inhoud van het geloof over te dragen. Een
292 III,1 | veeleer voor dat "in haar het menselijke in ondergeschiktheid
293 III,1 | ondergeschiktheid gericht is op het goddelijke, het zichtbare
294 III,1 | gericht is op het goddelijke, het zichtbare op het onzichtbare,
295 III,1 | goddelijke, het zichtbare op het onzichtbare, het werken
296 III,1 | zichtbare op het onzichtbare, het werken op het beschouwen,
297 III,1 | onzichtbare, het werken op het beschouwen, het heden op
298 III,1 | werken op het beschouwen, het heden op de toekomstige
299 III,1 | Bedienaren van de eucharistie: ‘het ware centrum van het priesterambt’~"‘
300 III,1 | eucharistie: ‘het ware centrum van het priesterambt’~"‘Vrienden’:
301 III,1 | ons noemen, die dankzij het sacrament van de wijding
302 III,1 | staan om als priesters van het Nieuwe Verbond te handelen
303 III,1 | sacramenten toedienen, en in het bijzonder wanneer wij de
304 III,1 | heeft uitgesproken over het brood en de wijn, en door
305 III,1 | dit? Zij staat precies in het middelpunt van ons priesterlijk
306 III,1 | in de centrale plaats van het sacrament van de eucharistie
307 III,1 | bron en hoogtepunt van heel het christelijk leven. 58 Enerzijds
308 III,1 | heilige eucharistie ligt heel het geestelijk goed van de Kerk
309 III,1 | eucharistie een doelstelling van het pastoraal werk. Om er vruchten
310 III,1 | maar van de andere kant is het absoluut noodzakelijk hen
311 III,1 | zichzelf, hun arbeid en al het geschapene samen met Hem
312 III,1 | eucharistie duidelijk de bron en het hoogtepunt van heel de prediking." 61
313 III,1 | consequenties voor de pastoraal.~Het is van wezenlijk belang
314 III,1 | gelovigen duidelijk te maken wat het wezen is van het heilig
315 III,1 | maken wat het wezen is van het heilig Altaaroffer en hen
316 III,1 | onbevreesd aangedrongen worden op het vervullen van de zondagsplicht, 63
317 III,1 | worden gewezen hoe nuttig het is vaak, zo mogelijk zelfs
318 III,1 | lichamelijke voorwaarden voor het ontvangen van het Lichaam
319 III,1 | voorwaarden voor het ontvangen van het Lichaam van Christus, en
320 III,1 | genade te zijn. De bloei van het christelijk leven in iedere
321 III,1 | eucharistie. Wanneer men in het onderricht over de leer
322 III,1 | prediking er niet in slaagt het verband duidelijk te maken
323 III,1 | duidelijk te maken tussen het alledaagse leven en de eucharistie,
324 III,1 | worden.~In dit verband is het voorbeeldig gedrag van de
325 III,1 | belangrijke catechese over het heilig Offer." 64 Hoewel
326 III,1 | heilig Offer." 64 Hoewel het natuurlijk niet de bedoeling
327 III,1 | bedoeling is van de priester, is het van belang dat de gelovigen
328 III,1 | ingetogen zien voorbereiden op het opdragen van het heilig
329 III,1 | voorbereiden op het opdragen van het heilig Offer, dat ze getuigen
330 III,1 | wezenlijk onderdeel van het evangelisatiewerk van de
331 III,1 | de nieuwe evangelisatie het hervinden en versterken
332 III,1 | ook buiten de viering van het misoffer, en ernaar te streven
333 III (64) | Directorium voor het ambt en het leven van de
334 III (64) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
335 III,1 | Christus die op hen wacht in het tabernakel moet gestimuleerd
336 III,1 | op de Kerk en met name op het altaar en het tabernakel:
337 III,1 | met name op het altaar en het tabernakel: netheid en goede
338 III,1 | zorg die besteed wordt aan het vieren van de liturgische
339 III,1 | liturgische ceremonies, 66 het verrichten van kniebuigingen
340 III,1 | ingetogen sfeer heersen; het is een eeuwenoude traditie
341 III,1 | zorgen voor de stilte die het liefdevol gesprek met de
342 III,1 | geval de plaats waar de in het sacrament aanwezige Christus
343 III,1 | bewaard en aanbeden, is het hart van onze godshuizen.
344 III,1 | ware zorg worden versierd.~Het is duidelijk dat al deze
345 III,1 | roepingen weten te wekken tot het priesterschap en het godgewijd
346 III,1 | tot het priesterschap en het godgewijd leven. Uiteindelijk
347 III,1 | beleeft en wiens leven in het teken staat van vriendschap
348 III,1 | Kerk~In een wereld waarin het zondebesef veelal dreigt
349 III,1 | gewezen worden dat juist het ontbreken van liefde voor
350 III (67) | XII, Radioboodschap aan het nationaal catechetisch congres
351 III,1 | zo een vast erfgoed van het kerkelijk leven van de gedoopten;
352 III,1 | gelovigen weer te doen gaan tot het boetesacrament69 dat "voor
353 III,1 | vervolgens moet gewezen worden op het belang van de veelvuldige
354 III,1 | geestelijke leiding.~Zonder het moment van de toediening
355 III,1 | moment van de toediening van het sacrament te verwarren met
356 III,1 | uitgaande van de viering van het sacrament, de gelegenheid
357 III,1 | voorwaarden om de crisis waarin het verkeert te overwinnen.
358 III,1 | de geestelijke leiding en het voorbeeld dat de priesters
359 III,1 | van Christus vraagt. ... Het is een natuurlijke consequentie
360 III (71) | Directorium voor het ambt en het leven van de
361 III (71) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
362 III (72) | Directorium voor het ambt en het leven van de
363 III (72) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
364 III,1 | veel tijd aan besteedt. 73 Het is zeer aan te bevelen bepaalde
365 III,1 | tijden vast te stellen voor het biechthoren; iedereen moet
366 III (73) | ordinis, 13; Directorium voor het ambt en het leven van de
367 III (73) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
368 III,1 | Parochiekerken en in het algemeen bedehuizen dienen
369 III,1 | hand wordt gehouden. Om het de gelovigen gemakkelijk
370 III (74) | Directorium voor het ambt en het leven van de
371 III (74) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
372 III,1 | blijven, enzovoorts. 75~Het is niet altijd gemakkelijk
373 III,1 | doeltreffend zijn en dat het een weldaad is ze in ere
374 III,1 | waarheid leermeesters in het geestelijk leven van de
375 III,1 | harte uit te oefenen is het noodzakelijk dat de priester
376 III,1 | waarvan hij herder is, zal het bemerken." 77~"Het dienstwerk
377 III (76) | paenitentia, 31; Directorium voor het ambt en het leven van de
378 III (76) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
379 III,1 | zal het bemerken." 77~"Het dienstwerk van de priesters
380 III,1 | noodzakelijke samenwerking met het dienstwerk van de bisschop,
381 III,1 | naar hun medebroeders in het priesterschap, door hen
382 III,1 | vruchtbaar uitoefenen van het dienstwerk van de verzoening
383 III,1 | effectief instrument in het sacramenteel gebeuren is
384 III,1 | begeleiden. Dit betekent het vermijden van vaag gepraat,
385 III,1 | Maar tegelijk moet in het biechtgesprek zoveel begrip
386 III,1 | worden betoond dat daardoor het mensenhart langs de weg
387 III,1 | gebracht, zonder dat men in het minst vervalt in vervaging
388 III,1 | normen.~Daar de praktijk van het biechten op veel plaatsen
389 III,1 | teruggelopen, tot grote schade voor het zedelijk leven en het goed
390 III,1 | voor het zedelijk leven en het goed gevormd geweten van
391 III,1 | pastorale kwaliteit bij het uitoefenen van zijn ambt
392 III (79) | onderwerpen. Zeer nuttig blijkt het Vademecum voor de biechtvaders
393 III (79) | onderwerpen met betrekking tot het huwelijksleven (Pauselijke
394 III (79) | huwelijksleven (Pauselijke Raad voor het Gezin (12 februari 1997),
395 III,1 | bovennatuurlijke zin te geven, 80 en het te maken tot een ware ontmoeting
396 III,1 | gelegenheid profiteren om het geweten van de penitent
397 III,1 | de belijdenis volledig en het sacrament geldig is. Hij
398 III,1 | penitent helpen God uit het diepst van zijn hart te
399 III,1 | bewezen barmhartigheid, en het vaste voornemen te maken
400 III,1 | tegenwoordigheid van de Heer in het tabernakel, en wordt de
401 III,1 | praktijk van een bezoek aan het heilig Sacrament aangemoedigd?
402 III,1 | sfeer die uitnodigt om bij het heilig Sacrament te gaan
403 III,1 | bijzondere zorg besteed aan het onderhoud en de waardige
404 III,1 | kerken? Gaan de priesters in het algemeen op waardige wijze
405 III,1 | gekleed volgens de norm van het kerkelijk wetboek (vgl.
406 III,1 | geestelijkheid permanent te vormen op het gebied van hun werk als
407 III,1 | blijven bijscholen?~19. In het kader van de nieuwe evangelisatie
408 III,1 | nieuwe evangelisatie is het van groot belang dat de
409 III,1 | verband hiermee de normen van het kerkelijk wetboek aangaande
410 IV | andere instellingen die het welzijn van de mensen beogen
411 IV | een grote rol spelen op het gebied van solidariteit
412 IV | er gewezen moet worden op het verband tussen de verkondiging
413 IV | eigen wijze geroepen zijn om het mysterie van de liefde van
414 IV | vaderliefde zichtbaar wordt. Op het eigen moment dat Hij zijn
415 IV | die liefde is; Hij wordt het teken van de Vader. En in
416 IV | liefde heeft de Vader door het offer van zijn Zoon betrokken
417 IV | betrokken willen worden in het drama van het heil van de
418 IV | worden in het drama van het heil van de mensen.~Terwijl
419 IV | 11-32) – wordt ze heel in het bijzonder zichtbaar in zijn
420 IV | in zijn zelfopoffering op het kruis. De gekruisigde Christus
421 IV | verzet dat de wortel zelf van het kwaad in de mensengeschiedenis
422 IV | spiritualiteit heeft men in het Allerheiligst Hart van Jezus
423 IV | soteriologische dimensie van het gehele munus pastorale van
424 IV | is dus geconcentreerd op het eucharistisch offer, gedachtenisviering
425 IV | bediening Christus aan de Vader het sacramentele offer van verlossing
426 IV | offergave, en heel zijn leven op het offeraltaar neerleggen als
427 IV | In de blijvende gave van het eucharistisch offer, gedachtenisviering
428 IV | priesters op sacramentele wijze het unieke en heel bijzondere
429 IV | bedienaren aan de mensen het getuigenis te brengen van
430 IV | incarnatie van de barmhartigheid, het tegelijk historisch, heilbrengend
431 IV (85) | Directorium voor het ambt en het leven van de
432 IV (85) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
433 IV | van de pastoor van Ars "het liefhebben van Jezus’ hart".87
434 IV,1 | vrijgevigheid is deel van het heilsplan van de Vader,
435 IV,1 | juist in dit kader vindt het gewijde ambt zijn bestaansrecht.
436 IV,1 | bedienaren zijn van de genade. Het gewijde ambt waardoor de
437 IV,1 | bedienaren van de barmhartigheid. Het verlangen om te dienen is
438 IV,1 | een wezenlijk element in het ambtswerk van de priester,
439 IV,1 | hostiam. Christus brengt in het eeuwige heiligdom het offer
440 IV,1 | in het eeuwige heiligdom het offer van Zichzelf, welke
441 IV,1 | van onze verlossing is. Het offer, oftewel het slachtoffer
442 IV,1 | verlossing is. Het offer, oftewel het slachtoffer kan niet van
443 IV,1 | de priester met Jezus in het ambtswerk.~De aansporing
444 IV,1 | ligt ook ten grondslag aan het verband dat er bestaat tussen
445 IV,1 | celibaatsverplichting en het dienen van de Kerk door
446 IV,1 | de Kerk door de priester. Het gaat erom dat de priester
447 IV,1 | priester wordt opgenomen in het offer waarmee "Christus
448 IV,1 | offergave te maken aan haar. "Het priesterlijk celibaat is
449 IV,2 | 3. Het pastoraal werk van de priester:
450 IV,2 | de priester: dienen door het volk in liefde en met kracht
451 IV,2 | leiden~"Terwijl de priesters het ambt van Christus, Hoofd
452 IV,2 | overeenkomstig hun aandeel in het gezag uitoefenen, brengen
453 IV,2 | in naam van de bisschop het gezin van God als een tot
454 IV,2 | broederschap bijeen en leiden het door Christus in de Geest
455 IV,2 | Geest naar God de Vader." 94 Het uitoefenen van het munus
456 IV,2 | Het uitoefenen van het munus regendi door de priester
457 IV,2 | manager-kwaliteit, maar vloeit voort uit het sacramenteel priesterschap: "
458 IV,2 | sacramenteel priesterschap: "Door het wijdingssacrament gelijkvormig
459 IV,2 | gelijkvormig gemaakt met het beeld van Christus, de hoogste
460 IV,2 | worden zij geheiligd om het evangelie te preken, de
461 IV,2 | waarachtige priesters van het Nieuwe Verbond".95~Omdat
462 IV,2 | in de bedienaar niet tot het misverstand mag leiden dat
463 IV,2 | zelfs zonde".96 In hoeverre het woord en de leiding van
464 IV,2 | verworven eigenschappen op het gebied van intelligentie,
465 IV,2 | karakter en volwassenheid. Het besef hiervan, samen met
466 IV,2 | besef hiervan, samen met het inzicht in de sacramentele
467 IV,2 | sacramentele wortels van het pastoraal dienstwerk, brengt
468 IV,2 | uitoefenen van hun ambtswerk.~"Het wezenlijk doel van hun pastorale
469 IV,2 | pastorale arbeid en van het hun verleende gezag" is "
470 IV,2 | kerkelijke ontwikkeling".97 Maar "het gemeenschapsaspect van de
471 IV,2 | individuele gelovige niet uit het oog verliezen .... Jezus
472 IV,2 | staan." 98 In de Kerk moet het zicht op de gemeenschap
473 IV,2 | gemeenschap samengaan met het zicht op de individu; sterker
474 IV,2 | van de geloofsleer en van het christelijke leven jegens
475 IV,2 | hen optreden".101~Toch is het tegenwoordig meer dan ooit
476 IV,2 | geseculariseerd zijn. Zo gezien krijgt het munus regendi in zijn ware
477 IV,2 | organisatorische taak. Daartoe is het nodig dat het krachtig optreden
478 IV,2 | Daartoe is het nodig dat het krachtig optreden van de
479 IV,2 | liefdevolle wijze geschiedt naar het voorbeeld van de pasto-rale
480 IV,2 | priester zich te houden bij het uitoefenen van het munus
481 IV,2 | houden bij het uitoefenen van het munus regendi: steeds zal
482 IV,2 | moeten streven zijn delen in het leven van Christus, Leider
483 IV (102) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de
484 IV (102) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
485 IV,2 | uitoefent schiet hij tekort in het dienen. In nauwe verbondenheid
486 IV,2 | bestuur welke niet passen bij het diepste wezen van het ambtswerk
487 IV,2 | bij het diepste wezen van het ambtswerk en de secularisatie
488 IV,2 | vrees niet populair te zijn, het terugdeinzen om het kruis
489 IV,2 | zijn, het terugdeinzen om het kruis te aanvaarden enzovoorts;
490 IV,2 | enzovoorts; uiteindelijk gaat het om een vertroebeling van
491 IV,2 | beschikbaar zijn. Daarom is het ook van belang dat zij hartelijk
492 IV,2 | hiermee kan men gemakkelijk het pastoraal belang begrijpen
493 IV,2 | de discipline betreffende het kerkelijk gewaad waaraan
494 IV,2 | niet mag onttrekken; want het dient om openlijk teken
495 IV (104) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de
496 IV (104) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
497 IV (104) | Paulus II, Toespraak bij het symposium ‘Collaboration
498 IV (104) | medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters,
499 IV (105) | Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de
500 IV (105) | Directorium voor het ambt en het leven van de priesters,
1-500 | 501-558 |