Chapter, Paragraph
1 Intro | rondschrijven te sturen aan de afzonderlijke ordinarissen,
2 Intro | dit door hun bemiddeling aan alle priesters te doen toekomen.
3 Intro | medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters,
4 Intro | voltallige vergadering. Wanneer aan deze documenten algemeen
5 Intro | en om zich doeltreffend aan de opdracht tot evangelisatie
6 Intro | Het antwoord op de vragen aan het eind van ieder hoofdstuk
7 Intro | ook een bijdrage leveren aan voor priesters bestemde
8 Inl | genegenheid ziet de Kerk hen aan, en met name jegens hen
9 Inl | het evangelie te brengen aan alle mensen die Christus
10 Inl | kennen en geen deel hebben aan zijn heilbrengende gaven.
11 Inl | velen – hebben behoefte aan vriendelijke en aanhoudende
12 I,1 | Christus de Verlosser, welke aan de Kerk is toevertrouwd,
13 I,1 | millennium na Zijn komst toont aan dat die zending pas aan
14 I,1 | aan dat die zending pas aan haar begin staat en dat
15 I,1 | te worden. Krachtens hun aan het doopsel ontleend priesterschap
16 I,1 | levenssituatie, mee te werken aan de evangelisatieopdracht
17 I (6) | geschiedenis niet altijd aan het licht komt. Zij is het ‘
18 I (6) | Gods Zoon die mens wordt en aan hen die Hem aanvaarden ‘
19 I (7) | medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters (
20 I,1 | evangelisatiearbeid moet men er ook aan denken dat bepaalde woorden
21 I,1 | evangelisatie, in grote trouw aan de constante geloofsleer
22 I,2 | te vinden die beantwoordt aan de huidige situatie, en
23 I,2 | dat in zijn naam gewijd is aan de waarachtige verkondiging
24 I,2 | Messias zijn openbaar leven aan de prediking als man die
25 I,2 | Hij natuurlijk allereerst aan zijn god-zijn, maar in de
26 I,2 | de ogen van de mensen ook aan zijn oprechte, heilige en
27 I,2 | subjectieve gezag dat hij ontleent aan zijn oprechte en geheiligde
28 I,2 | en geheiligde leven, 16 aan zijn pastorale genegenheid
29 I,2 | meeleven en meer dan allen zich aan beschouwend gebed wijden;
30 I,2 | en van zijn Kerk vormen aan de hand van haar gewijde
31 I (19) | Toespraak tot de deelnemers aan het zesde symposium van
32 I,2 | aanduiden: het onderricht aan de menigten die als schapen
33 I,2 | in de vruchtbare deelname aan de sacramenten, en vooral
34 I,2 | zou leiden tot deelname aan de sacramenten, zou ze absoluut
35 I,2 | zinloos als een deelname aan de sacramenten zonder oprechte
36 I,2 | alle katholieke gelovigen aan "ijverig deel te nemen aan
37 I,2 | aan "ijverig deel te nemen aan de oecumenische beweging"
38 I (26) | de katholieke deelneming aan de oecumenische beweging
39 I,2 | prediking? Wordt er aandacht aan besteed in de vergaderingen
40 I,2 | vragen moet dat het niet aan edelmoedigheid moge ontbreken
41 II | Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap
42 II,1 | van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden (vgl.
43 II,1 | blijde boodschap van God aan iedereen bekend te maken; ... (
44 II,1 | kracht die zij ontlenen aan het feit dat zij delen in
45 II,1 | geestelijke gaven uitleggend aan geestelijke mensen, met
46 II,1 | persoonlijke toewijding aan het Woord dat hij predikt,
47 II,1 | liefde zichtbaar maakt en aan zijn woord de overtuigingskracht
48 II,1 | onderricht in de prediking aan het volk Gods verder te
49 II,2 | persoonlijk mee te werken aan de opdracht van de Kerk. "
50 II,2 | roeping van de christen aan het licht brengen, verkondigen
51 II,2 | prediking is dus Christus aan de mensen voor te houden
52 II,2 | de blijde boodschap’ die aan de gelovigen verkondigd
53 II,2 | zonder er ook maar iets aan af te doen wat de goedheid
54 II,2 | die ze stelt om er deel aan te krijgen. Tegelijk bedenke
55 II,2 | paasmysterie, gelijkvormig aan de dood van Christus en
56 II,2 | de hemel geen andere naam aan mensen gegeven waardoor
57 II,2 | geloofwaardigheid ervan aan te tonen.~Evangeliseren
58 II,2 | niet worden toevertrouwd aan iemand die niet gewijd is, 40
59 II,2 | reden worden overgelaten aan iemand die er niet goed
60 II,2 | voorbereid.~Als we denken aan de prediking door de priester
61 II (40) | medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters,
62 II,2 | kunnen doordringen en het aan anderen duidelijk maken. 44
63 II,2 | die zich geheel overgaven aan de liefde voor God en die
64 II,2 | die zich omwille van God aan de mensen uitleverden. Dat
65 II,2 | evangelisatie; zo ook het aan de gelovigen uit liefde
66 II,2 | verband met de liefde.~Ook aan de formele kanten van de
67 II,2 | zijn boodschap beantwoordt aan het Woord dat hij predikt.
68 II,2 | en evenmin met concessies aan de geest van de wereld.
69 II,2 | geestelijkheid aandacht besteed aan verdere verbetering van
70 II,2 | gestimuleerd om tijd te besteden aan het bestuderen van theologie,
71 II,2 | eventuele mogelijkheden om zich aan te sluiten bij bibliotheken
72 III,1 | Kerk is geen toevoeging aan die van Christus en de heilige
73 III,1 | waarop het goddelijk leven aan de mens wordt meegedeeld.
74 III,1 | God er toch de voorkeur aan om normaal gesproken zijn
75 III,1 | van de wijding deelhebben aan Zijn priesterschap. ...
76 III (57)| Johannes Paulus II, Brief aan de priesters voor Witte
77 III,1 | en vruchtbare" deelname aan de liturgie, maar van de
78 III,1 | heilig Altaaroffer en hen aan te sporen tot vruchtbare
79 III,1 | tot vruchtbare deelname aan de eucharistie. 62 Ook moet
80 III,1 | dagelijks, deel te nemen aan de eucharistieviering en
81 III,1 | strenge plicht te voldoen aan de geestelijke en lichamelijke
82 III,1 | de regelmatige deelname aan de eucharistie tenslotte
83 III,1 | de communie te besteden aan de dankzegging.~Terwijl
84 III,1 | zorg die besteed wordt aan het vieren van de liturgische
85 III,1 | werkelijke impuls te geven aan een waarachtige en hernieuwde
86 III (67)| Pius XII, Radioboodschap aan het nationaal catechetisch
87 III,1 | sacramentele praktijk van harte aan te moedigen, terwijl we
88 III,1 | sacrament, de gelegenheid weten aan te grijpen om te komen tot
89 III,1 | meeste gevallen te danken is aan de geestelijke leiding en
90 III,1 | en uitwendig trouw zijn aan hun leven als priester. "
91 III,1 | bijzondere zorg te besteden aan de roepingenpastoraal. ...
92 III,1 | voortzetten." 72~Wil men aan alle gelovigen werkelijk
93 III,1 | dit dat men er veel tijd aan besteedt. 73 Het is zeer
94 III,1 | besteedt. 73 Het is zeer aan te bevelen bepaalde tijden
95 III,1 | dienen ervoor te zorgen dat aan de vastgestelde biechttijden
96 III,1 | ook zorg besteed te worden aan de plaatsen waar zich de
97 III,1 | altijd gemakkelijk zich aan deze zielzorgpraktijken
98 III,1 | gemeenschappen.~Heel deze dienst aan de Kerk zal veel minder
99 III,1 | hem in staat te stellen aan dit heilbrengend moment
100 III,1 | praktijk van een bezoek aan het heilig Sacrament aangemoedigd?
101 III,1 | bijzondere zorg besteed aan het onderhoud en de waardige
102 III,1 | ze zich bij de eredienst aan de liturgische voorschriften
103 IV | barmhartigheid daadwerkelijk aan de mensen kunnen toedelen.
104 IV | De priester biedt aan Christus, de eeuwige Hogepriester,
105 IV | verstand, wil, stem en handen aan, opdat door zijn bediening
106 IV | zijn bediening Christus aan de Vader het sacramentele
107 IV | ontvangen om als bedienaren aan de mensen het getuigenis
108 IV,1 | worden aanvaard die niet aan eigen verdiensten te danken
109 IV,1 | bestaansrecht. Niemand kan aan zichzelf genade schenken:
110 IV,1 | bedienaar, die deel heeft aan de missionaire dynamiek
111 IV (90) | Brief aan de priesters voor Witte
112 IV,1 | worden ligt ook ten grondslag aan het verband dat er bestaat
113 IV,1 | leven een offergave te maken aan haar. "Het priesterlijk
114 IV,1 | zichzelf in en met Christus aan de Kerk en drukt de dienst
115 IV,1 | dienst uit van de priester aan de Kerk in en met de Heer." 93~
116 IV,2 | niet onderhevig zou zijn aan menselijke zwakheid, heerszucht,
117 IV,2 | men pastoraal te werk gaat aan te passen aan de situatie
118 IV,2 | werk gaat aan te passen aan de situatie van samenlevingen
119 IV,2 | openstaan voor anderen. Aan deze twee aspecten – gezag
120 IV,2 | voor de bekoring om zich aan zijn verantwoordelijkheid
121 IV,2 | plaats beperkte toewijding aan de dienst van Christus en
122 IV (104)| medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters,
123 IV,2 | getekend is, hoe meer ze aan uiterlijke tekenen behoefte
124 IV,2 | politieke aard106 die God aan de vrije beschikking van
125 IV,2 | worden dat zij zich hechten aan de persoon van de priester.
126 IV,2 | priester. Ze behoren alleen aan Christus toe, want alleen
127 IV,2 | bijvoorbeeld niet de bevoegdheid om aan de hem toevertrouwde gelovigen
128 IV,2 | geloof voor te houden en aan andere geen aandacht te
129 IV,2 | of misschien ook gebrek aan karakter waardoor iemand
130 IV,2 | eventuele onjuiste gehechtheden aan bepaalde mensen of aan bepaalde
131 IV,2 | gehechtheden aan bepaalde mensen of aan bepaalde ambtelijke taken,
132 IV,2 | zending die door Christus aan zijn apostelen is toevertrouwd’." 109
133 IV,2 | Vanwege het tekort aan priesters in sommige landen,
134 IV,2 | sommige landen, gekoppeld aan de karakteristieke dynamiek
135 IV,2 | priesters daar behoefte aan hebben, om in iedere situatie
136 IV,2 | geest waardoor zij er zich aan gewennen de grenzen van
137 IV,2 | voldoende aandacht geschonken aan de missionaire dimensie
138 IV,2 | van het gewijde ambt en aan de universele dimensie van
139 IV,2 | 26. Wordt in de prediking aan bepaalde geloofswaarheden
140 Slot | uit de parochie en zij die aan de verschillende pastorale
141 Slot | moeten ons toevertrouwen aan Maria, koningin en moeder
142 Slot | evangelisatie.~Maria,~de eerste aan wie de blijde boodschap
143 Slot | gelijkvormig geworden zijn aan uw Zoon, Christus de Hogepriester,
144 Slot | verstaan die U tot hen richt aan de vooravond van het nieuwe
|