Chapter, Paragraph
1 Intro | Petrus’ opvolger wekt haar op om zich steeds beter te voegen
2 Intro | afzonderlijke ordinarissen, om dit door hun bemiddeling
3 Intro | dus een instrument te zijn om de individuele priester
4 Intro | vragen van deze tijd, en om zich doeltreffend aan de
5 Inl | dralen, dat het nu tijd is om met vurige apostolische
6 Inl | zien, zich voor te bereiden om de eenentwintigste eeuw
7 Inl | zeggen het recht en de plicht om het evangelie te brengen
8 Inl | verbonden met de opdracht om te onderrichten, te heiligen
9 Inl | aanhoudende bemoediging om te streven naar de heiligheid
10 Inl | gewijd en uitgezonden zijn om de aanwezigheid in deze
11 Inl | moeten daarom geholpen worden om persoonlijk de "primaire
12 Inl | evangelisatie"4 op zich te nemen, en om in het licht van deze opgave
13 I,1 | alle kracht moeten inzetten om haar te dienen." 5 In onze
14 I,1 | christenen zich geroepen weten om, ieder naar de eigen levenssituatie,
15 I (6)| aanvaarden ‘het vermogen om kinderen van God te worden’ (
16 I,1 | woorden weten te vinden om hen in onze tijd te helpen
17 I,2 | Christus niet werden aangesteld om de gehele heilszending van
18 I,2 | priesterschap zijn plaats. Om alle mensen tot zich te
19 I,2 | plan (Gods wil namelijk om de Kerk en haar bedienaren
20 I,2 | voor het inwendige nalaten om goed te zorgen voor de uitwendige
21 I,2 | nieuwe heiligen te zenden om de hedendaagse wereld te
22 I,2 | zonden, en hun de weg openen om van God vergiffenis te ontvangen.
23 I,2 | onderricht en zijn wil bewogen om de zonde af te wijzen, bereikt
24 I,2 | sacramenten van het geloof en niet om ze louter passief te ontvangen
25 I,2 | continuïteit kent.~Suggesties om zich te bezinnen op hoofdstuk
26 I,2 | edelmoedigheid moge ontbreken om daarop in te gaan?~5. Wordt
27 II | Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede
28 II,1 | 14-15), en gaat met hen om (vgl. Bar 3,38) om hen uit
29 II,1 | met hen om (vgl. Bar 3,38) om hen uit te nodigen tot de
30 II,1 | hart van de mens, en vraagt om een beslissing die niet
31 II,1 | medewerkers van de bisschoppen om de blijde boodschap van
32 II,1 | ontwikkelen ... en de eerste zijn om in het woord te geloven,
33 II,1 | van de ambtsdragers is "om niet hun eigen wijsheid,
34 II,1 | uitstekende gelegenheid om zich steeds meer te verdiepen
35 II,1 | theologie en het leergezag, en om dit onderricht in de prediking
36 II,2 | door God geroepen worden om Christus van nabij te volgen,
37 II,2 | of de eisen die ze stelt om er deel aan te krijgen.
38 II,2 | de noodzaak en taak wegen om in veel wederwaardigheden
39 II,2 | het kwaad te strijden en om door het lijden van de dood
40 II,2 | er natuurlijk niet alleen om, de geopenbaarde leer te
41 II,2 | geopenbaarde leer te herhalen maar om door middel daarvan verstand
42 II,2 | christelijke boodschap, – bestemd om allereerst het geweten van
43 II,2 | hun verantwoordelijkheid om persoonlijk de taak van
44 II,2 | lossen. "De priesters moeten, om een juist antwoord te kunnen
45 II,2 | der wereld uitgetrokken om te verkondigen dat Jezus
46 II,2 | cultuur van zijn gehoor; om niet in abstracte theorieën
47 II,2 | raakt, en niet bang te zijn om de dingen bij hun naam te
48 II,2 | er is nederigheid nodig om zich te willen laten helpen
49 II,2 | samenwerken.~Suggesties om zich te bezinnen op hoofdstuk
50 II,2 | Beschikken we over instrumenten om na te gaan wat voor werkelijke
51 II,2 | de priesters gestimuleerd om tijd te besteden aan het
52 II,2 | heiligen? Doen zij hun best om de grote meesters van de
53 II,2 | eventuele mogelijkheden om zich aan te sluiten bij
54 II,2 | leken) die uitstekend weten om te gaan met de media, hetgeen
55 III,1 | leden wordt zij gezonden om het mysterie van de gemeenschap
56 III,1 | er toch de voorkeur aan om normaal gesproken zijn wonderwerken
57 III,1 | effectieve momenten zijn geworden om de inhoud van het geloof
58 III,1 | dan door ons toe te staan om als priesters van het Nieuwe
59 III,1 | van het pastoraal werk. Om er vruchten van te plukken
60 III,1 | uitgenodigd en ertoe gebracht om zichzelf, hun arbeid en
61 III,1 | noodzakelijke voorwaarden om met vrucht de communie te
62 III,1 | Christus, in staat zijn om een werkelijke impuls te
63 III,1 | liefde voor God verhindert om de zonde in heel haar boosaardigheid
64 III,1 | eis – dat men zich inspant om de gelovigen weer te doen
65 III,1 | gelegenheid weten aan te grijpen om te komen tot een gesprek
66 III,1 | praktijk, ook buiten de biecht om, is een grote weldaad voor
67 III,1 | schept dit de voorwaarden om de crisis waarin het verkeert
68 III,1 | initiatieven bevorderen om door persoonlijk contact
69 III,1 | werkelijk gelegenheid bieden om te gaan biechten, dan vraagt
70 III,1 | gelovigen ervan afgehouden om te gaan biechten alleen
71 III,1 | de hand wordt gehouden. Om het de gelovigen gemakkelijk
72 III,1 | maar dat is geen reden om te verzwijgen dat ze doeltreffend
73 III,1 | regelmatig gaan biechten. 76 Om de bediening van de verzoening
74 III,1 | geboden gelegenheid profiteren om het geweten van de penitent
75 III,1 | toespreken en hem aanmoedigen om werken van boetvaardigheid
76 III,1 | kan groeien.~Suggesties om zich te bezinnen op hoofdstuk
77 III,1 | een sfeer die uitnodigt om bij het heilig Sacrament
78 III,1 | er initiatieven genomen om de geestelijkheid permanent
79 III,1 | de pastores gestimuleerd om zich in dit onvervangbare
80 IV | 10,11)~1. Met Christus, om de barmhartigheid van de
81 IV | eigen wijze geroepen zijn om het mysterie van de liefde
82 IV | bijzondere vermogen ontvangen om als bedienaren aan de mensen
83 IV,1 | heeft zijn Zoon gezonden om onze zonden uit te wissen" (
84 IV,1 | barmhartigheid. Het verlangen om te dienen is een wezenlijk
85 IV,1 | herder die "niet gekomen is om gediend te worden maar om
86 IV,1 | om gediend te worden maar om te dienen" (Mt 20,28). De
87 IV,1 | heeft zijn bloed vergoten om onze zonden af te wassen:
88 IV,1 | ambtswerk.~De aansporing om met Jezus hostia te worden
89 IV,1 | haar heeft overgeleverd om haar heilig en rein te maken (
90 IV,1 | De priester is geroepen om een "levend beeld te zijn
91 IV,2 | 28), worden zij geheiligd om het evangelie te preken,
92 IV,2 | dienstwerk, brengt hen ertoe om Jezus de Goede Herder na
93 IV,2 | doet de priester zijn best om iedereen met "eximia humanitate"99
94 IV,2 | quam prodesse" (niet zozeer om de baas te zijn als wel
95 IV,2 | de baas te zijn als wel om te dienen). 103 Wie gezag
96 IV,2 | hoede zijn voor de bekoring om zich aan zijn verantwoordelijkheid
97 IV,2 | gaat vaak de angst schuil om zijn verantwoordelijkheden
98 IV,2 | te zijn, het terugdeinzen om het kruis te aanvaarden
99 IV,2 | enzovoorts; uiteindelijk gaat het om een vertroebeling van de
100 IV,2 | onttrekken; want het dient om openlijk teken te zijn van
101 IV,2 | heeft hij niet het recht om deze te verwaarlozen, te
102 IV,2 | bijvoorbeeld niet de bevoegdheid om aan de hem toevertrouwde
103 IV,2 | worden hen allen te helpen om te komen tot zorgvuldig
104 IV,2 | zelfs onbewust verlangen om op te vallen kunnen schuil
105 IV,2 | een nieuwe beschikbaarheid om zijn herderlijk ambt uit
106 IV,2 | daar behoefte aan hebben, om in iedere situatie de noodzakelijke
107 IV,2 | lenigen, in hun hart bereid om het evangelie overal te
108 IV,2 | daarmee samengaan.~Suggesties om zich te bezinnen op hoofdstuk
109 IV,2 | barmhartigheid als middelen om als christen te rijpen en
110 IV,2 | broederlijkheid te bekommeren om al hun collega’s, met name
111 Slot | priesters die zich inspannen om hun priesterschap te beleven
112 Slot | eerst zichzelf reinigen; om te kunnen onderrichten moet
113 Slot | ontvangen; men moet licht worden om licht te schenken; men dient
114 Slot | men dient naar God te gaan om anderen tot God te brengen,
115 Slot | brengen, geheiligd te worden om anderen te heiligen." 112
116 Slot | de tarwe te zijn van God om te worden tot ‘zuiver brood
117 Slot | nieuwe wegen weten te vinden om bij alle priesters van de
118 Slot | eeuwigheid her heeft bereid om ook de mensen van onze tijd
119 Slot | zoals gij, geroepen worden om medewerkers te zijn van
|