Chapter, Paragraph
1 Inl | oudsher christelijk zijn, maar soms ook in de jongere Kerken,
2 Inl | christen wezenlijk zijn. Maar daarnaast zijn er vele anderen
3 Inl | misschien zelfs gedoopt zijn, maar de grondslagen missen van
4 I,1 | Heer zijn altijd actueel, maar in de huidige omstandigheden
5 I,1 | naar God tracht te stillen, maar daartoe niet altijd een
6 I,1 | deel verloren is gegaan. Maar ze gebeurt ook in het bredere
7 I,1 | Christus gehoord hebben, maar zijn leer eerder als een
8 I,1 | van de moderne techniek, maar altijd in het besef dat
9 I,1 | houding van dialoog en begrip. Maar de verkondiging van het
10 I,2 | krachtige vernieuwing brengen, maar vooral de vurige liefde
11 I,2 | tijden bereikt kunnen worden, maar reeds nu is dit Rijk aanwezig
12 I,2 | duidelijk kan worden aangetoond, maar dat voor de mensen van onze
13 I,2 | allereerst aan zijn god-zijn, maar in de ogen van de mensen
14 I,2 | moet hij nederig bijstaan, maar omwille van zijn vurig ijveren
15 I,2 | herkerstening van Europa, maar in termen die een algemene
16 I,2 | de prediking voorop; 24 maar wat de doelstelling betreft
17 I,2 | Kerk die geen verbrokkeling maar alleen harmonieuze continuïteit
18 II,1 | alleen van Gods heerlijkheid, maar maakt deze juist uit die
19 II,1 | niet alleen een boodschap maar is ook een levengevende
20 II,1 | openbaring ons niet alleen maar onderricht over de natuur
21 II,1 | ontoegankelijk licht woont, maar ons ook doet weten wat God
22 II,1 | kennis te bereiken valt, maar waarvoor innerlijke ommekeer
23 II,1 | van het Woord niet alleen maar bestaat in het simpel langs
24 II,1 | overdragen van een boodschap maar ze "goddelijke kracht is
25 II,1 | zij over Christus spreken, maar omdat zij hun toehoorders
26 II,1 | van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt.
27 II,1 | door menselijke wijsheid maar door de Geest zijn geleerd" (
28 II,1 | dienstwerk niet de ‘zijne’ zijn, maar de woorden van Degene die
29 II,1 | haar innerlijke logica, maar omdat ze voortkomt uit een
30 II,1 | niet hun eigen wijsheid, maar het woord van God te onderwijzen
31 II,2 | moet worden, zonder er ook maar iets aan af te doen wat
32 II,2 | lijden van de dood te gaan; maar in verbondenheid met het
33 II,2 | verwarren dan verlichten; maar men moet gebruik maken van
34 II,2 | geopenbaarde leer te herhalen maar om door middel daarvan verstand
35 II,2 | verschillende instellingen maar ook iedere individuele christen
36 II,2 | allereerst af van Gods hulp, maar ze vraagt ook met zo groot
37 II,2 | leerstoelen’, de massamedia, maar vooral moet hij ervoor zorgen
38 II,2 | waarachtige geloofsvisie, maar met woorden die begrepen
39 II,2 | stemgebruik dat normaal moet zijn maar dat kan wisselen zonder
40 III,1| Christus en de heilige Geest, maar zij is er het sacrament
41 III,1| heel zijn wijze van leven, maar vooral door de wijze waarop
42 III,1| zeggen: ‘En toch leef ik, maar niet ikzelf, Christus is
43 III,1| dat voor alle gelovigen, maar vooral voor hen die weliswaar
44 III,1| algemeen niet praktizeren maar toch bij gelegenheid van
45 III,1| naar uiterlijk vertoon, maar men zorge er veeleer voor
46 III,1| heilige eucharistie",59 maar ook omdat "de overige sacramenten,
47 III,1| deelname aan de liturgie, maar van de andere kant is het
48 III,1| ander vaag ‘spiritualisme’, maar uit een theologisch gefundeerde
49 III,1| kortstondige inwendige akte, maar als een vaste gesteldheid,
50 III,1| leven van de gedoopten; maar ze wordt gekenmerkt door
51 III,1| priester mag niet alleen maar in theorie beschikbaar zijn.
52 III,1| zielzorgpraktijken te houden, maar dat is geen reden om te
53 III,1| nodige kennis beschikken. 79 Maar tegelijk moet in het biechtgesprek
54 III,1| voldoening geeft voor zijn zonden maar ook in deugd kan groeien.~
55 IV,1 | wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad,
56 IV,1 | niet als hun eigen bezit maar als een gave van God aanbieden.
57 IV,1 | is om gediend te worden maar om te dienen" (Mt 20,28).
58 IV,1 | allereerst dienaar van Christus, maar doet dat op een wijze die
59 IV,1 | sacramentele wijze sacerdos, maar met de constante uitnodiging
60 IV,1 | Zijn plaats wil stellen, maar veeleer op Hem wil steunen
61 IV,1 | dragen uit eigen kracht, maar alleen als ze verbonden
62 IV,2 | bepaalde manager-kwaliteit, maar vloeit voort uit het sacramenteel
63 IV,2 | kerkelijke ontwikkeling".97 Maar "het gemeenschapsaspect
64 IV,2 | de "gunst van de mensen, maar volgens de eisen van de
65 IV,2 | christelijk verleden hebben maar sterk geseculariseerd zijn.
66 IV,2 | samenhangende verantwoordelijkheid, maar oefent dit uit met liefde
67 IV,2 | benauwende heerszucht is, maar een in geest van dienstvaardigheid
68 IV,2 | vallen gezag wil uitoefenen, maar zich wel gaat bemoeien met
69 IV,2 | begrensde of beperkte zending, maar voor een zeer ruime of universele
70 IV,2 | pastorale taak op zich te nemen, maar ook naar een andere stad,
71 IV,2 | universele Kerk verdringen, maar moet daarmee samengaan.~
72 Slot | van God wordt gepredikt, maar ook bij de verschillende
73 Slot | ook beveelt, doet u het maar" (vgl. Joh 2,5). "‘Ecce
|