Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hierin 1
hiermee 3
hiervan 1
hij 71
hinderpalen 1
historisch 1
hnd 2
Frequency    [«  »]
79 moet
77 zich
73 maar
71 hij
67 vgl
66 ook
65 priester
Congregatie voor de Clerus
Priester en derde millennium

IntraText - Concordances

hij

   Chapter, Paragraph
1 I,2 | 29). Dit gezag ontleende Hij natuurlijk allereerst aan 2 I,2 | objectieve geestelijk gezag dat hij krachtens zijn wijding bezit15 3 I,2 | het subjectieve gezag dat hij ontleent aan zijn oprechte 4 I,2 | voorhield is nog steeds geldig: "Hij (de geestelijke herder) 5 I,2 | van nut in zijn woord; hij moet allen nabij zijn door 6 I,2 | die het goede doet moet hij nederig bijstaan, maar omwille 7 I,2 | voor de gerechtigheid dient hij onwrikbaar op te komen tegen 8 I,2 | uitwendige bezigheden mag hij de zorg voor zijn inwendig 9 II,1 | toewijding aan het Woord dat hij predikt, een toewijding 10 II,2 | mensen voor te houden want Hij alleen, "de laatste Adam, 11 II,2 | en sterk in de hoop snelt hij de verrijzenis tegemoet".39~ 12 II,2 | gelovigen vreedzaam concurreren; hij moet zijn boodschap dus 13 II,2 | brengen. Niet alleen moet hij in apostolische geest deskundig 14 II,2 | massamedia, maar vooral moet hij ervoor zorgen dat het niveau 15 II,2 | beantwoordt aan het Woord dat hij predikt. Bij de media bereiden 16 II,2 | predikant, die weet wat hij wil zeggen en hoe het te 17 III,1| vooral door de wijze waarop hij de sacramenten hoogacht 18 III,1| Jezus de apostelen. Zo wil Hij ook ons noemen, die dankzij 19 III,1| herhalen de woorden die Hij heeft uitgesproken over 20 III,1| consecratie tot stand gebracht die hij tot stand bracht. Kan er 21 III,1| liefde en godsvrucht waarmee hij celebreert, en dat ze van 22 III,1| kunnen leren bidden, terwijl hij ook Gods genade zal weten 23 III,1| roepen over hen voor wie hij als pastor verantwoordelijk 24 III,1| verantwoordelijk is. Zo zal hij mensen tot bekering en tot 25 III,1| effent, ook dan wanneer hij met zware schuld beladen 26 III,1| roepingenpastoraal. ... Hij zal geschikte initiatieven 27 III,1| ook de gemeenschap waarvan hij herder is, zal het bemerken." 77~" 28 III,1| sacramenteel gebeuren is wanneer hij de absolutie geeft, heeft 29 III,1| de absolutie geeft, heeft hij bij de andere biecht-handelingen 30 III,1| vergiffenis schenkt. Tegelijk moet hij van de door de biecht geboden 31 III,1| vragen te stellen waardoor hij er zich van kan vergewissen 32 III,1| het sacrament geldig is. Hij moet de penitent helpen 33 III,1| leven te beteren. Steeds zal hij de penitent enige bemoedigende 34 III,1| boetvaardigheid te verrichten waarmee hij niet alleen voldoening geeft 35 IV | hebben op de mens, dan moet hij over zijn wezen, handelen 36 IV | Op het eigen moment dat Hij zijn messiaanse opdracht 37 IV | van God, die liefde is; Hij wordt het teken van de Vader. 38 IV | verlossing kan opdragen. Hij moet dus leren denken en 39 IV | als zijn Meester en, zoals Hij, als gave voor zijn broeders 40 IV | broeders en zusters leven. Hij moet daarom leren zich intiem 41 IV,1 | hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en 42 IV,1 | heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden 43 IV,1 | tegenwoordig bij de mensen, Hij de herder die "niet gekomen 44 IV,1 | de Kerk en haar zending.~"Hij heeft ons lief, en Hij heeft 45 IV,1 | Hij heeft ons lief, en Hij heeft zijn bloed vergoten 46 IV,1 | peccatis in sanguine tuo. Hij heeft zichzelf voor ons 47 IV,2 | Door zijn voorbeeld heeft Hij de eerste norm bepaald voor 48 IV,2 | bejegenen; steeds weigert hij in dienst te staan van een 49 IV,2 | ideologie of kliek, 100 en hij zal niet volgens de "gunst 50 IV,2 | evangelies blijkt schrikt Hij nooit terug voor de met 51 IV,2 | munus regendi: steeds zal hij ernaar moeten streven zijn 52 IV,2 | Uit herderlijke liefde mag hij daarom niet vrezen zijn 53 IV,2 | op al de gebieden waarop hij dat moet doen, want daartoe 54 IV,2 | moet doen, want daartoe is hij in gezag gesteld. Zelfs 55 IV,2 | te onttrekken. Want als hij zijn gezag niet uitoefent 56 IV,2 | gezag niet uitoefent schiet hij tekort in het dienen. In 57 IV,2 | met alle gelovigen moet hij in de uitoefening van zijn 58 IV,2 | zijn wijze van doen waarbij hij niet over zaken die onder 59 IV,2 | burgerlijk gezag, dient hij wel te beseffen dat hij 60 IV,2 | hij wel te beseffen dat hij er nederig bij moet blijven, 61 IV,2 | bij moet blijven, en dat hij zich op de juiste wijze 62 IV,2 | Christus toe, want alleen Hij heeft hen tot eer van de 63 IV,2 | vrijgekocht. Zo is ook alleen Hij Meester over de bovennatuurlijke 64 IV,2 | gaven. Als zodanig heeft hij niet het recht om deze te 65 IV,2 | goeddunken gestalte te geven. 107 Hij heeft bijvoorbeeld niet 66 IV,2 | aandacht te schenken omdat hij ze moeilijker te aanvaarden 67 Slot | armoede constateren waarin hij als priester leeft; 114 68 Slot | wanneer ze zien dat hij op juiste, ordelijke manier 69 Slot | menselijke wijze waarop hij de mensen, ook de allereenvoudigsten, 70 Slot | niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak en 71 Slot | heilsgeschiedenis: "Wat Hij ook beveelt, doet u het


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License