Chapter, Paragraph
1 Intro | te zijn om de individuele priester en de presbyteria – de huidige
2 Inl | gegroeide leer beschrijft de priester als de leraar van het Woord,
3 I,2 | onvervangbare rol van de priester~Hoewel de geestelijke herders
4 I,2 | leven moet ook dat van de priester een leven zijn dat in zijn
5 I,2 | handelen. Zo moet ook bij de priester het objectieve geestelijk
6 I,2 | transparant beeld van Christus, de Priester".20~In het kader van Christus’
7 II,1 | 1. De priester, leraar van het Woord "nomine
8 II,1 | verkondigen" (Rom 1,9). De priester mag hieraan geen hinderpalen
9 II,1 | manipuleren! Integendeel, de priester "moet zelf als eerste een
10 II,1 | er spontaan toe "dat de priester allereerst getuigt door
11 II,2 | aan de prediking door de priester moet worden benadrukt, zoals
12 II,2 | van de prediking moet de priester veel zorg besteden. We leven
13 II,2 | kijken. In zekere zin moet de priester (die op eigen wijze contact
14 II,2 | Christus moet ook die van de priester positief en stimulerend
15 II,2 | de gelovigen die met de priester in het pastoraat samenwerken.~
16 III,1 | gemaakt met Christus, staat de priester in het hart van het volk
17 III,1 | Christi Capitis gaat de priester het volk van God voor op
18 III,1 | volgt "de noodzaak dat de priester van zijn geloof getuigenis
19 III,1 | niet de bedoeling is van de priester, is het van belang dat de
20 III,1 | gedaanten duidelijk maken. "De priester heeft tot taak de verering
21 III,1 | zijn op voorwaarde dat de priester werkelijk een man van gebed
22 III,1 | Uiteindelijk zal alleen de priester die dagelijks de ‘conversatio
23 III,1 | trouw zijn aan hun leven als priester. "De priester dient een
24 III,1 | leven als priester. "De priester dient een bijzondere zorg
25 III,1 | herderlijke liefde dat iedere priester – met hulp van de heilige
26 III,1 | op de hoogte zijn, en de priester mag niet alleen maar in
27 III,1 | het noodzakelijk dat de priester zelf als penitent tot dit
28 III,1 | sacrament nadert. "Als een priester niet meer biecht of slecht
29 III,1 | priester-zijn en zijn optreden als priester er zeer spoedig onder lijden
30 III,1 | De pastorale zorg van de priester moet met name uitgaan naar
31 IV | gehele munus pastorale van de priester is dus geconcentreerd op
32 IV | eenheid van leven van de priester bestaat een intieme samenhang ... .
33 IV | intieme samenhang ... . De priester biedt aan Christus, de eeuwige
34 IV,1 | in het ambtswerk van de priester, en vraagt van de betreffende
35 IV,1 | beantwoordende morele gesteldheid. De priester stelt Jezus tegenwoordig
36 IV,1 | te dienen" (Mt 20,28). De priester is allereerst dienaar van
37 IV,1 | slachtoffer kan niet van de priester worden gescheiden." 90 Hoewel
38 IV,1 | onverbrekelijke eenheid tussen priester en slachtoffer, 91 tussen
39 IV,1 | betrekking op deze band van de priester met Jezus in het ambtswerk.~
40 IV,1 | dienen van de Kerk door de priester. Het gaat erom dat de priester
41 IV,1 | priester. Het gaat erom dat de priester wordt opgenomen in het offer
42 IV,1 | te maken (Ef 5,25-26). De priester is geroepen om een "levend
43 IV,1 | drukt de dienst uit van de priester aan de Kerk in en met de
44 IV,2 | Het pastoraal werk van de priester: dienen door het volk in
45 IV,2 | het munus regendi door de priester mag beslist niet gezien
46 IV,2 | Christus, de hoogste en eeuwige Priester (Heb 5,1-10; 7,24; 9,11-
47 IV,2 | met de gemeenschap doet de priester zijn best om iedereen met "
48 IV,2 | krachtig optreden van de priester op liefdevolle wijze geschiedt
49 IV,2 | dienstbaarheid – dient de priester zich te houden bij het uitoefenen
50 IV,2 | onder zijn gezag is ook de priester de geestelijke herder van
51 IV,2 | de secularisatie van de priester en clericalisatie van de
52 IV,2 | van de identiteit van de priester: de gelijkvormigheid met
53 IV,2 | evangelisatie vraagt dat de priester op waarachtige wijze duidelijk
54 IV,2 | kerkelijk gewaad waaraan de priester zich niet mag onttrekken;
55 IV,2 | tekenen behoefte heeft.~De priester moet op zijn hoede zijn
56 IV,2 | heeft overgelaten.~Hoewel de priester wellicht in groot aanzien
57 IV,2 | hechten aan de persoon van de priester. Ze behoren alleen aan Christus
58 IV,2 | gezag onderricht geeft. De priester is in Christus en de heilige
59 IV,2 | evangelisatie vraagt ook van de priester een nieuwe beschikbaarheid
60 Slot | wezenlijk belang dat iedere priester weer dagelijks de absolute
61 Slot | eenheid van leven waardoor de priester in alle omstandigheden van
62 Slot | ontvangen, 113 wanneer ze de priester zien eten of rusten en ze
63 Slot | constateren waarin hij als priester leeft; 114 wanneer ze zien
64 Slot | de media. Overal kan de priester zijn taak als geestelijke
65 Slot | Op die manier zal de priester van het derde millennium
|