Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hulp 4
hulpmiddel 1
humanitate 1
hun 63
huwelijken 1
huwelijksleven 1
i 3
Frequency    [«  »]
66 ook
65 priester
64 god
63 hun
61 men
57 ze
55 bij
Congregatie voor de Clerus
Priester en derde millennium

IntraText - Concordances

hun

   Chapter, Paragraph
1 Intro | ordinarissen, om dit door hun bemiddeling aan alle priesters 2 Intro | onverkort uitoefenen van hun onmisbaar ambtswerk. Ik 3 Inl | dat God van hen vraagt het hun toevertrouwde deel van het 4 I,1 | relativisme is kenmerkend voor hun stijl van leven. De rol 5 I,1 | dient te worden. Krachtens hun aan het doopsel ontleend 6 I,1 | rekenschap kunnen geven van hun geloof en hun hoop, en vurig 7 I,1 | geven van hun geloof en hun hoop, en vurig zullen verlangen 8 I,2 | bedienaren; des te meer is dus hun echt evangelisch getuigenis 9 I,2 | vgl. Mt 9,36) en hen in hun denken tot bekering brengen ( 10 I,2 | naar berouw en boete voor hun zonden, en hun de weg openen 11 I,2 | boete voor hun zonden, en hun de weg openen om van God 12 II,1 | die er borg voor staat dat hun prediking waarachtig is 13 II,1 | spreken, maar omdat zij hun toehoorders het evangelie 14 II,1 | ambtsdragers is "om niet hun eigen wijsheid, maar het 15 II,1 | vast geworteld staan in hun geest van vertrouwvol gebed: " 16 II,1 | versterkt het besef dat hun zending een dienstbaar karakter 17 II,1 | dienstbaar karakter heeft en hun leven een roeping is, en 18 II,1 | roeping is, en ondersteunt hun levend en apostolisch geloof. 19 II,1 | wordt iedere dag opnieuw hun ijver voor de evangelisatie 20 II,2 | katholieke moraal, en over hun betekenis voor het geestelijk 21 II,2 | priesters tekort schieten in hun verantwoordelijkheid om 22 II,2 | leven van de heiligenmet hun strijd en heldhaftigheid – 23 II,2 | zich zorgvuldig voor op hun werk; het is ongetwijfeld 24 II,2 | kwaliteit van dit aspect van hun ambtswerk te vergroten. 25 II,2 | niet te kwetsen ook als men hun geweten raakt, en niet bang 26 II,2 | te zijn om de dingen bij hun naam te noemen.~Priesters 27 II,2 | kerkleraars en heiligen? Doen zij hun best om de grote meesters 28 III,1 | heilige Geest, omwille van hun nauwe band met Christus 29 III,1 | ertoe gebracht om zichzelf, hun arbeid en al het geschapene 30 III,1 | de communie te ontvangen. Hun devotie voor Christus die 31 III,1 | uitwendig trouw zijn aan hun leven als priester. "De 32 III,1 | persoonlijk contact mensen hun talenten te doen ontdekken, 33 III,1 | bejaarde priesters dagelijks hun werk in de biechtstoel verrichten; 34 III,1 | moet met name uitgaan naar hun medebroeders in het priesterschap, 35 III,1 | geestelijk te ondersteunen, hun met tact gelegenheid te 36 III,1 | geestelijke leiding, hen in hun dienstwerk te stimuleren, 37 III,1 | in alle moeilijkheden, in hun ouderdom en bij ziekte bij 38 III,1 | regelmatig en stellen ze zich van hun kant beschikbaar voor dit 39 III,1 | vormen op het gebied van hun werk als biechtvader zodat 40 III,1 | genomen opdat de gelovigen hun zondagsplicht vervullen 41 IV | geestelijke herders van de hun toevertrouwde kudde~"Een 42 IV | effectueren door middel van hun ambtswerk, waarbij zij " 43 IV | Jezushart".87 Dankzij hun wijding en ambtswerk zijn 44 IV,1 | erbarming die zij niet als hun eigen bezit maar als een 45 IV,2 | en Herder, overeenkomstig hun aandeel in het gezag uitoefenen, 46 IV,2 | te preken, de herders van hun gelovigen te zijn en de 47 IV,2 | hebben hangt dus af van hun natuurlijke of verworven 48 IV,2 | vruchtbaar uitoefenen van hun ambtswerk.~"Het wezenlijk 49 IV,2 | Het wezenlijk doel van hun pastorale arbeid en van 50 IV,2 | pastorale arbeid en van het hun verleende gezag" is "de 51 IV,2 | verleende gezag" is "de hun toevertrouwde gemeenschap 52 IV,2 | te vervullen, en daarbij hun persoonlijke voorkeuren 53 IV,2 | Door de natuur zelf van hun ambt moeten zij dus van 54 IV,2 | gehele Kerk te lenigen, in hun hart bereid om het evangelie 55 IV,2 | broederlijkheid te bekommeren om al hun collegas, met name de zieken 56 IV,2 | priesters behoorlijk inzicht in hun speciale taak als geestelijk 57 IV,2 | geestelijk leider van de hun toevertrouwde gemeenschap 58 IV,2 | aangemoedigd met eerbiediging van hun eigen charisma?~ 59 Slot | priesters die zich inspannen om hun priesterschap te beleven 60 Slot | wekken naar vernieuwing in hun taak van leermeesters van 61 Slot | hebt gij de apostelen en hun medearbeiders bijgestaan 62 Slot | het hoogtepunt maken van hun eigen leven en van dat van 63 Slot | leven en van dat van de hun toevertrouwde gelovigen.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License