Chapter, Paragraph
1 Intro | ordinarissen, om dit door hun bemiddeling aan alle priesters
2 Intro | onverkort uitoefenen van hun onmisbaar ambtswerk. Ik
3 Inl | dat God van hen vraagt het hun toevertrouwde deel van het
4 I,1 | relativisme is kenmerkend voor hun stijl van leven. De rol
5 I,1 | dient te worden. Krachtens hun aan het doopsel ontleend
6 I,1 | rekenschap kunnen geven van hun geloof en hun hoop, en vurig
7 I,1 | geven van hun geloof en hun hoop, en vurig zullen verlangen
8 I,2 | bedienaren; des te meer is dus hun echt evangelisch getuigenis
9 I,2 | vgl. Mt 9,36) en hen in hun denken tot bekering brengen (
10 I,2 | naar berouw en boete voor hun zonden, en hun de weg openen
11 I,2 | boete voor hun zonden, en hun de weg openen om van God
12 II,1 | die er borg voor staat dat hun prediking waarachtig is
13 II,1 | spreken, maar omdat zij hun toehoorders het evangelie
14 II,1 | ambtsdragers is "om niet hun eigen wijsheid, maar het
15 II,1 | vast geworteld staan in hun geest van vertrouwvol gebed: "
16 II,1 | versterkt het besef dat hun zending een dienstbaar karakter
17 II,1 | dienstbaar karakter heeft en hun leven een roeping is, en
18 II,1 | roeping is, en ondersteunt hun levend en apostolisch geloof.
19 II,1 | wordt iedere dag opnieuw hun ijver voor de evangelisatie
20 II,2 | katholieke moraal, en over hun betekenis voor het geestelijk
21 II,2 | priesters tekort schieten in hun verantwoordelijkheid om
22 II,2 | leven van de heiligen – met hun strijd en heldhaftigheid –
23 II,2 | zich zorgvuldig voor op hun werk; het is ongetwijfeld
24 II,2 | kwaliteit van dit aspect van hun ambtswerk te vergroten.
25 II,2 | niet te kwetsen ook als men hun geweten raakt, en niet bang
26 II,2 | te zijn om de dingen bij hun naam te noemen.~Priesters
27 II,2 | kerkleraars en heiligen? Doen zij hun best om de grote meesters
28 III,1 | heilige Geest, omwille van hun nauwe band met Christus
29 III,1 | ertoe gebracht om zichzelf, hun arbeid en al het geschapene
30 III,1 | de communie te ontvangen. Hun devotie voor Christus die
31 III,1 | uitwendig trouw zijn aan hun leven als priester. "De
32 III,1 | persoonlijk contact mensen hun talenten te doen ontdekken,
33 III,1 | bejaarde priesters dagelijks hun werk in de biechtstoel verrichten;
34 III,1 | moet met name uitgaan naar hun medebroeders in het priesterschap,
35 III,1 | geestelijk te ondersteunen, hun met tact gelegenheid te
36 III,1 | geestelijke leiding, hen in hun dienstwerk te stimuleren,
37 III,1 | in alle moeilijkheden, in hun ouderdom en bij ziekte bij
38 III,1 | regelmatig en stellen ze zich van hun kant beschikbaar voor dit
39 III,1 | vormen op het gebied van hun werk als biechtvader zodat
40 III,1 | genomen opdat de gelovigen hun zondagsplicht vervullen
41 IV | geestelijke herders van de hun toevertrouwde kudde~"Een
42 IV | effectueren door middel van hun ambtswerk, waarbij zij "
43 IV | Jezus’ hart".87 Dankzij hun wijding en ambtswerk zijn
44 IV,1 | erbarming die zij niet als hun eigen bezit maar als een
45 IV,2 | en Herder, overeenkomstig hun aandeel in het gezag uitoefenen,
46 IV,2 | te preken, de herders van hun gelovigen te zijn en de
47 IV,2 | hebben hangt dus af van hun natuurlijke of verworven
48 IV,2 | vruchtbaar uitoefenen van hun ambtswerk.~"Het wezenlijk
49 IV,2 | Het wezenlijk doel van hun pastorale arbeid en van
50 IV,2 | pastorale arbeid en van het hun verleende gezag" is "de
51 IV,2 | verleende gezag" is "de hun toevertrouwde gemeenschap
52 IV,2 | te vervullen, en daarbij hun persoonlijke voorkeuren
53 IV,2 | Door de natuur zelf van hun ambt moeten zij dus van
54 IV,2 | gehele Kerk te lenigen, in hun hart bereid om het evangelie
55 IV,2 | broederlijkheid te bekommeren om al hun collega’s, met name de zieken
56 IV,2 | priesters behoorlijk inzicht in hun speciale taak als geestelijk
57 IV,2 | geestelijk leider van de hun toevertrouwde gemeenschap
58 IV,2 | aangemoedigd met eerbiediging van hun eigen charisma?~
59 Slot | priesters die zich inspannen om hun priesterschap te beleven
60 Slot | wekken naar vernieuwing in hun taak van leermeesters van
61 Slot | hebt gij de apostelen en hun medearbeiders bijgestaan
62 Slot | het hoogtepunt maken van hun eigen leven en van dat van
63 Slot | leven en van dat van de hun toevertrouwde gelovigen.~
|