Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de Clerus
Priester en derde millennium

IntraText - Concordances

(Hapax - words occurring once)


1061-geact | geant-overt | overv-zwijg

                                                           bold = Main text
     Chapter, Paragraph                                    grey = Comment text
1 III (52) | Insegnamenti XVI, 1 (1993), 1061.~ 2 III (66) | Sacrosanctum Concilium, 112, 114, 116, 120, 122-124, 3 III (66) | Sacrosanctum Concilium, 112, 114, 116, 120, 122-124, 128.~ 4 III (66) | Sacrosanctum Concilium, 112, 114, 116, 120, 122-124, 128.~ 5 III (66) | Concilium, 112, 114, 116, 120, 122-124, 128.~ 6 III (66) | Concilium, 112, 114, 116, 120, 122-124, 128.~ 7 IV (88) | Johannis evangelium tractatus, 123, 5, in: ccl 36, 678.~ 8 III (66) | 112, 114, 116, 120, 122-124, 128.~ 9 IV (97) | Insegnamenti XVI, 1 (1993), 1254.~ 10 III (66) | 114, 116, 120, 122-124, 128.~ 11 III (76) | Insegnamenti XVI, I (1993), 1331; Reconciliatio et paenitentia, 12 IV (103) | Augustinus, Ep. 134, 1, in: csel, 44, 85.~ 13 IV (81) | Dives in misericordia, 13c.~ 14 I (12) | van de Katholieke Kerk, 171.~ 15 IV (87) | par Bernard Nodet (Le Puy 1960), 100.~ 16 II (36) | Laudis canticum (1 november 1970), 8, in: aas 63 (1971), 17 II (36) | november 1970), 8, in: aas 63 (1971), 533-534.~ 18 I (22) | Evangelii nuntiandi (8 december 1975), 47.~ 19 III (68) | misericordia (30 november 1980), 13.~ 20 I (21) | paenitentia (2 december 1984), 13.~ 21 I (19) | Europees continent (11 oktober 1985), 13.~ 22 II (44) | priesteropleiding (10 november 1989), 26-27, in: aas 82 (1990), 23 IV (104) | in: Sacrum Ministerium 1 (1995), 64; Instructie over enige 24 Slot | de Congregaties, 19 maart 1999, feest van de H. Jozef, 25 III,1 | verstoken, nu begenadigd" (1Pe 2,10).~De nieuwe evangelisatie 26 IV (106) | Katholieke Kerk, 2442; cic, can. 227; Directorium voor het ambt 27 IV (106) | van de Katholieke Kerk, 2442; cic, can. 227; Directorium 28 Slot (114)| Presbyterorum ordinis, 17; cic, can. 282; Pastores dabo vobis, 30; 29 III,1 | kerkelijk wetboek (vgl. canon 284, 669) en houden ze zich 30 III (67) | Radiomessaggi VIII (1946), 288; Reconciliatio et paenitentia, 31 II,2 | gelaat van Jezus Christus" (2Kor 4,6), en de ontvangen waarheid 32 II (35) | christiana, 4, 15, 32, in: pl 34, 100.~ 33 Slot (112)| Orationes, 2, 71, in: pg 35, 480B.~ 34 IV (103) | Augustinus, Ep. 134, 1, in: csel, 44, 85.~ 35 Slot (112)| Orationes, 2, 71, in: pg 35, 480B.~ 36 III (76) | leven van de priesters, 53.~ 37 II (36) | 8, in: aas 63 (1971), 533-534.~ 38 II (36) | in: aas 63 (1971), 533-534.~ 39 III (71) | leven van de priesters, 54; vgl. Reconciliatio et paenitentia, 40 II (44) | 26-27, in: aas 82 (1990), 618-619.~ 41 II (44) | in: aas 82 (1990), 618-619.~ 42 I (11) | Ratio (14 september 1998), 62.~ 43 IV (105) | leven van de priesters, 66.~ 44 III,1 | wetboek (vgl. canon 284, 669) en houden ze zich bij de 45 IV (88) | tractatus, 123, 5, in: ccl 36, 678.~ 46 II (42) | leven van de priesters, 69 e.v.~ 47 I (28) | Insegnamenti VI, 1 (1983), 698; Pastores dabo vobis, 18.~ 48 IV (100) | Vgl. a.w., 6g.~ 49 II (42) | a.p.; Pastores dabo vobis, 70 e.v.; Directorium voor het 50 Slot (112)| Nazianza, Orationes, 2, 71, in: pg 35, 480B.~ 51 III (75) | 1998), in: aas 90 (1998), 711.~ 52 III (47) | van de Katholieke Kerk, 738.~ 53 III (51) | leven van de priesters, 7b-c.~ 54 II (44) | november 1989), 26-27, in: aas 82 (1990), 618-619.~ 55 III (69) | Insegnamenti XVI, 2 (1993), 826.~ 56 Slot (111)| Pastores dabo vobis, 82f.~ 57 IV (91) | Summa Theologiae, III, q. 83, a 1, ad 3.~ 58 IV (107) | Concilium, 22; cic, can. 846; Directorium voor het ambt 59 IV (103) | Ep. 134, 1, in: csel, 44, 85.~ 60 IV (89) | van de Katholieke Kerk, 875.~ 61 III (75) | cic (7 juli 1998), in: aas 90 (1998), 711.~ 62 III,1 | over de gewaden (vgl. canon 929)?~17. Biechten de priesters 63 IV (108) | Insegnamenti XVI, 1 (1993), 938; Directorium voor het ambt 64 III (75) | Antwoord aangaande canon 964 §2 cic (7 juli 1998), in: 65 III,1 | Christus wordt bewaard en aanbeden, is het hart van onze godshuizen. 66 III,1 | herontdekking in geloof en aanbidding van de grote gave van de 67 Slot | dat de priesters bij het aanbreken van het derde millennium 68 IV,2 | eigen smaak verandering aanbrengen.~De nieuwe evangelisatie 69 III,1 | stimuleert bij hen "de waardige, aandachtige en vruchtbare" deelname 70 IV,2 | Herder, overeenkomstig hun aandeel in het gezag uitoefenen, 71 I,2 | doelstelling zouden kunnen aanduiden: het onderricht aan de menigten 72 III (55) | 1 (1993), 1197 (verder aangeduid als Catechese 12 mei 1993).~ 73 I,2 | worden genomen die worden aangegeven door het leergezag van de 74 II,2 | aanstellerij voor zorgen een aangenaam stemgeluid te hebben. Men 75 Inl | ieder lid van de Kerk zich aangesproken zou moeten voelen door deze 76 I,2 | door Christus niet werden aangesteld om de gehele heilszending 77 I,2 | zeer duidelijk kan worden aangetoond, maar dat voor de mensen 78 I,2 | gescheiden broeders worden aangetroffen met vreugde te erkennen 79 II,1 | die geloven, de boodschap aanhoren en aanvaarden en eraan gehoorzamen.~ 80 Inl | behoefte aan vriendelijke en aanhoudende bemoediging om te streven 81 Intro | huidige omstandigheden in aanmerking genomente brengen tot 82 III,1 | woorden toespreken en hem aanmoedigen om werken van boetvaardigheid 83 Intro | goddelijke Stichter.~In nauwe aansluiting hierbij heeft de Congregatie 84 IV,1 | Jezus in het ambtswerk.~De aansporing om met Jezus hostia te worden 85 II,2 | mogelijk er zelfs zonder aanstellerij voor zorgen een aangenaam 86 II,2 | wisselen zonder dat men zich aanstelt, naar gelang de verschillende 87 I,1 | vriendelijkheid, kracht en aantrekkelijkheid als bij de eerste evangelisatie; 88 I,2 | hart en zonder volledige aanvaarding van het geloof en van de 89 I,2 | hiërarchische structuur van de Kerk aanvechten; men vraagt zich af waartoe 90 I,2 | munus sanctificandi’, elkaar aanvullen?~ 91 III,1 | waar de in het sacrament aanwezige Christus wordt bewaard en 92 III,1 | te onderkennen. De eerste aanzet tot bekering, niet alleen 93 IV,2 | tijdelijke, sociale of politieke aard106 die God aan de vrije 94 IV,2 | heilszending tot het uiteinde der aarde. Want iedere priesterlijke 95 Slot | priester weer dagelijks de absolute noodzaak ontdekt persoonlijk 96 II,2 | zijn gehoor; om niet in abstracte theorieën en algemeenheden 97 I,2 | steeds trouw de beginselen in acht worden genomen die worden 98 I,2 | vreugde te erkennen en hoog te achten".26 Tegelijk moet er ook 99 II,2 | mensen met welke sociale achtergrond ook verstaanbaar is; platvloersheden 100 Slot | verschillende pastorale activiteiten deelnemen, zien, en ze nemen 101 III,1 | ervan te getuigen, het te actualiseren en te verbreiden." 47 Deze 102 I,1 | door de Heer zijn altijd actueel, maar in de huidige omstandigheden 103 II,1 | luisteren naar het Woord doet de actuele confrontatie met God een 104 II,2 | Hij alleen, "de laatste Adam, maakt juist door de openbaring 105 III,1 | Soms worden gelovigen ervan afgehouden om te gaan biechten alleen 106 I,1 | aantal gedoopten heeft zich afgewend van de navolging van Christus, 107 II,2 | woord Gods van groot belang. Afgezien van enkele uitzonderlijke 108 I,1 | maatschappij die zich van God afkeert en van geen transcendentie 109 III,1 | van zijn geloof getuigenis aflegt door heel zijn wijze van 110 I,2 | omstandigheden van onze tijd laten afleiden van het uiteindelijke doel. 111 III,1 | zijn ambt als biechtvader afneemt. De biechtvader moet de 112 Slot | uitleggen, vol bewondering zich afvroegen: "Was het niet hartverwarmend 113 II,1 | naar Mij, en wie jullie afwijst, wijst Mij af" (Lc 10,16), 114 I,1 | grondgegevens. Daarbij mag ze niet afzien van de voor eens en altijd 115 III,1 | als kortstondige inwendige akte, maar als een vaste gesteldheid, 116 II,2 | in abstracte theorieën en algemeenheden te vervallen moet men zijn 117 Slot | waarop hij de mensen, ook de allereenvoudigsten, met ongeveinsde priesterlijke 118 IV | spiritualiteit heeft men in het Allerheiligst Hart van Jezus die de harten 119 III,1 | Deze waarheid heeft allerlei consequenties voor de pastoraal.~ 120 III,1 | wezen is van het heilig Altaaroffer en hen aan te sporen tot 121 Slot | heilig leven te leiden. "Alvorens anderen te reinigen moet 122 II,2 | heeft voorbereid, en niet op amateuristische wijze gaat improviseren. 123 I,2 | juist hierbinnen heeft het ambtelijk priesterschap zijn plaats. 124 IV,2 | bepaalde mensen of aan bepaalde ambtelijke taken, over een heimelijk 125 IV | deze grote liefde, van ditamoris officium’ waarover Augustinus 126 III,1 | niet voortkomen uit een of ander vaag ‘spiritualisme’, maar 127 I,2 | vreugde en verwachtingen, angsten en verdriet delen en tegelijk 128 IV,2 | ten bate van het ‘salus animarum’, zich ervan bewust dat 129 III,1 | worden en de biechteling moet anoniem kunnen blijven, enzovoorts. 75~ 130 II,1 | vertrouwvol gebed: "sit orator, antequam dictor".35~Het persoonlijk 131 Slot | woorden van Ignatius van Antiochiëertoe brengt de tarwe 132 III,1 | heiligheid van leven met de apostel kunnen zeggen: ‘En toch 133 III,1 | kerkelijke bedieningen en apostolaatswerken, samenhangen met de heilige 134 II,1 | ondersteunt hun levend en apostolisch geloof. Door dat gebed wordt 135 IV (91) | Vgl. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, 136 Slot | ambo, de biechtstoel, de archieven van de parochie, de school, 137 II (40) | dienstwerk van de priesters, artikel 3.~ 138 IV (104) | Collaboration des laïcs au ministère pastoral des prêtres’ ( 139 I (7) | dienstwerk van de priesters (15 augustus 1997), voorwoord.~ 140 II,2 | beproefde theolo-gische auteurs raadplegen," 41 en niet 141 IV,2 | prodesse" (niet zozeer om de baas te zijn als wel om te dienen). 103 142 II,2 | hun geweten raakt, en niet bang te zijn om de dingen bij 143 II,1 | en gaat met hen om (vgl. Bar 3,38) om hen uit te nodigen 144 III,1 | uit de ware kennis van de barmhartige liefde van God. "Wie God 145 IV,2 | aanzien moet bedienen ten bate van het ‘salus animarum’, 146 IV,1 | betreffende persoon de daaraan beantwoordende morele gesteldheid. De priester 147 III,1 | Parochiekerken en in het algemeen bedehuizen dienen een duidelijk, tamelijk 148 II,2 | voordracht kiezen; men moet goed bedenken welke punten sterker benadrukt 149 IV,2 | wijze van dit aanzien moet bedienen ten bate van het ‘salus 150 III,1 | evenals alle kerkelijke bedieningen en apostolaatswerken, samenhangen 151 I,1 | evangelisatie van oudsher bedient, voor een groot aantal mensen 152 Slot | in verbondenheid met de bedoelingen van de vicaris van Christus 153 Intro | kunnen worden."~Deze brief bedoelt dus een instrument te zijn 154 III,1 | genadevolle ontmoeting te begeleiden. Dit betekent het vermijden 155 III,1 | van genade verstoken, nu begenadigd" (1Pe 2,10).~De nieuwe evangelisatie 156 III,1 | van Christus, en dus te beginnen met een persoonlijke biecht 157 II,1 | bediening van het Woord begint met de beschouwing van Gods 158 IV,2 | ontvangen, hen niet uit voor een begrensde of beperkte zending, maar 159 III | Christus, belast met het beheer van Gods geheimen" (1Kor 160 IV,2 | heilige Geest slechts een beheerder van de hem door de Kerk 161 IV,2 | bundelen van krachten ten behoeve van de evangelisatie-opdracht. 162 IV | vergiffenis en inwendige vrede behoeven. "Tegenover deze mensen 163 IV,2 | persoon van de priester. Ze behoren alleen aan Christus toe, 164 IV,2 | dragen van de bij zijn staat behorende kleding of het daarin naar 165 I,1 | vurig zullen verlangen deze beide positief uit te dragen in 166 III,1 | bewonderenswaardige wijze waarop talrijke bejaarde priesters dagelijks hun 167 IV,2 | s, met name de zieken en bejaarden, of degenen die in moeilijkheden 168 IV,2 | eximia humanitate"99 te bejegenen; steeds weigert hij in dienst 169 II,2 | en we zijn gewend naar bekende vaklui op televisie en radio 170 I,2 | als man die met gezag was bekleed (vgl. Mt 7,29). Dit gezag 171 IV,2 | oprechte broederlijkheid te bekommeren om al hun collegas, met 172 I,2 | niet verwaarlozen, noch uit bekommernis voor het inwendige nalaten 173 III,1 | heilige Geestzich erom bekommert minstens één iemand met 174 IV,1 | veronderstelt dat er door Christus bekrachtigde en gevolmachtigde bedienaren 175 II,2 | De gelovigen worden vaak belaagd door gevaarlijke omstandigheden 176 III,1 | wanneer hij met zware schuld beladen is. Door dat sacrament kan 177 I,2 | evangelisatie wordt steeds belangrijker, de oecumenische vorming 178 Intro | priesters die de eerste en belangrijkste medewerkers zijn van de 179 III | sacramenten~"Helpers van Christus, belast met het beheer van Gods 180 III,1 | conversatio in coelis’ beleeft en wiens leven in het teken 181 II,1 | zondigheid van de bedienaar geen belemmering is voor de vrucht van de 182 III,1 | van kan vergewissen dat de belijdenis volledig en het sacrament 183 IV | wanneer zij de barmhartigheid belijdt en verkondigt – de meest 184 II,2 | dit gebied zal rijkelijk beloond worden.~Naast hetgeen hierboven 185 III,1 | waarvan hij herder is, zal het bemerken." 77~"Het dienstwerk van 186 Slot | medearbeiders bijgestaan en bemoedigd bij de verspreiding van 187 III,1 | zal hij de penitent enige bemoedigende woorden toespreken en hem 188 Inl | vriendelijke en aanhoudende bemoediging om te streven naar de heiligheid 189 IV,2 | uitoefenen, maar zich wel gaat bemoeien met vraagstukken van tijdelijke, 190 IV,1 | werkzaam is. De woorden: "Ik ben de ware wijnstokZoals 191 II,2 | betreft is het goed te blijven benadrukken hoe belangrijk de permanente 192 IV,2 | Vandaar dat zijn gezag nooit benauwende heerszucht is, maar een 193 IV,2 | voldoende aangedrongen op het beoefenen van de geestelijke en lichamelijke 194 III,1 | Juist op dit gebied is de beoefening van de priesterdeugden van 195 IV | het welzijn van de mensen beogen en een grote rol spelen 196 IV,2 | heeft Hij de eerste norm bepaald voor individuele pastorale 197 II,2 | en zij moeten de beste en beproefde theolo-gische auteurs raadplegen," 41 198 Slot | Woord van God met volmaakte bereidwilligheid heeft aanvaard: leer de 199 IV (87) | son coeur, présentés par Bernard Nodet (Le Puy 1960), 100.~ 200 II,1 | confrontatie met God een beroep op het hart van de mens, 201 III,1 | die vergezeld gaat van de berouwvolle en oprechte erkenning van 202 I,2 | dialoog en dienstbetoon; ze berust op drie onverbrekelijke 203 I,2 | nodig zijn en waarop ze berusten.~Zoals Christusleven moet 204 Slot | en moeder van de genade,~bescherm uw zonen, de priesters die, 205 IV,2 | die God aan de vrije beschikking van de mensen heeft overgelaten.~ 206 I (6) | christelijke godsdienst gevaar beschouwd te worden als één godsdienst 207 I,2 | meer dan allen zich aan beschouwend gebed wijden; de mens die 208 I,2 | en tegelijk liefdevolle beschouwers van God zijn". "Daarvoor 209 Inl | ontstane en gegroeide leer beschrijft de priester als de leraar 210 II,1 | de mens, en vraagt om een beslissing die niet met puur verstandelijke 211 IV,2 | regendi door de priester mag beslist niet gezien worden als een 212 Intro | van 13 tot 15 oktober 1998 besloten bijgaand rondschrijven te 213 IV,1 | vindt het gewijde ambt zijn bestaansrecht. Niemand kan aan zichzelf 214 III,1 | dat men er veel tijd aan besteedt. 73 Het is zeer aan te bevelen 215 II,2 | christelijke boodschap, – bestemd om allereerst het geweten 216 Intro | leveren aan voor priesters bestemde studiedagen, retraites, 217 II (44) | Vorming, Instructie over de bestudering van de kerkvaders bij de 218 IV,2 | vormen van democratisch bestuur welke niet passen bij het 219 III,1 | voornemen te maken zijn leven te beteren. Steeds zal hij de penitent 220 III,1 | biechtgesprek zoveel begrip worden betoond dat daardoor het mensenhart 221 I,2 | Kerk en haar bedienaren te betrekken bij het verlossingswerk), 222 II,2 | improviseren. Het zou een betreurenswaardige vorm van irenisme zijn als 223 IV | het offer van zijn Zoon betrokken willen worden in het drama 224 I,2 | wil Christus met name de betrokkenheid van de priesters. Wij zien 225 II,1 | Kerk gepredikte evangelie bevat niet alleen een boodschap 226 Slot | heilsgeschiedenis: "Wat Hij ook beveelt, doet u het maar" (vgl. 227 III,1 | besteedt. 73 Het is zeer aan te bevelen bepaalde tijden vast te 228 III,1 | waar zich de biechtstoelen bevinden: ze moeten schoon zijn, 229 III,1 | vroomheid in al haar vormen bevorderd? Wordt de praktijk van de 230 III,1 | zal geschikte initiatieven bevorderen om door persoonlijk contact 231 I (21) | Bisschoppen Nieuwe evangelisatie, bevordering van de menselijke waardigheid 232 I,1 | daartoe niet altijd een bevredigende vorm weet te vinden. "De 233 IV | van de Heiland, welke zij bewaart en uitdeelt." 81 Hiermee 234 IV | zich laten leiden door de bewegingen van de heilige Geest.~De 235 III,1 | hart te danken voor de hem bewezen barmhartigheid, en het vaste 236 I,2 | heeft onderricht en zijn wil bewogen om de zonde af te wijzen, 237 Slot | hadden horen uitleggen, vol bewondering zich afvroegen: "Was het 238 Inl | verzwakt geloof en het in het bewustzijn van veel van haar zonen 239 I,1 | betekenis verloren die ze bezaten in het christendom. Daarom 240 IV,2 | missionaire geest doordrongen en bezield zijn envan die waarlijk 241 I,2 | evangelisatieopdrachtnieuw naar haar "bezieling, methodes en taal"28ad 242 I,2 | zondaars. Bij zijn uitwendige bezigheden mag hij de zorg voor zijn 243 II,2 | de mensen van onze tijd bezighouden, goed kennis nemen van de 244 Inl | vormt een uitgangspunt voor bezinning op zijn identiteit en zending 245 II,1 | voortkomt uit een oprecht en biddend hart dat beseft dat het 246 III,1 | de geestelijke herder die bidt zal kunnen leren bidden, 247 III,1 | heeft hij bij de andere biecht-handelingen tot taak de penitent met 248 III,1 | gemaakt kunnen worden en de biechteling moet anoniem kunnen blijven, 249 III,1 | Maar tegelijk moet in het biechtgesprek zoveel begrip worden betoond 250 III,1 | vast te stellen voor het biechthoren; iedereen moet ervan op 251 III,1 | ruime en gunstig gelegen biechtkapel te hebben; de priesters 252 III,1 | de plaatsen waar zich de biechtstoelen bevinden: ze moeten schoon 253 III,1 | dat aan de vastgestelde biechttijden vast de hand wordt gehouden. 254 III (79) | blijkt het Vademecum voor de biechtvaders over enige morele onderwerpen 255 II,1 | in het onderricht van de bijbel, de kerkvaders, de theologie 256 II,2 | dan welke vorm ook vanbijbels fundamentalisme’ of verminking 257 II,2 | gelovigen uit liefde voor God bijbrengen van solidariteitsbesef, 258 Intro | rondschrijven willen we ook een bijdrage leveren aan voor priesters 259 IV,2 | eenheid bezielde broederschap bijeen en leiden het door Christus 260 Intro | geestelijke oefeningen en bijeenkomsten die tijdens deze tijd van 261 Intro | 15 oktober 1998 besloten bijgaand rondschrijven te sturen 262 Slot | apostelen en hun medearbeiders bijgestaan en bemoedigd bij de verspreiding 263 III,1 | onvervangbare ambtswerk te blijven bijscholen?~19. In het kader van de 264 I,2 | goede doet moet hij nederig bijstaan, maar omwille van zijn vurig 265 III,1 | regelmatig liturgische vieringen bijwonen, deze gelegenheden tegenwoordig 266 IV,2 | gewennen de grenzen van eigen bisdom, volk of ritus te overschrijden 267 III,1 | vernieuwen en nieuw leven in te blazen. Men moet allereerst de 268 III,1 | noodzakelijk van hen die haar trouw bleven.~Voor de nieuwe evangelisatie 269 Slot | thuis op bezoek gaan en met blijdschap de soberheid en armoede 270 Slot | van het derde millennium, blijf de priesters van Jezus Christus 271 IV | liefde van God." 85 In de blijvende gave van het eucharistisch 272 I,1 | lang niet voltooid. Een blik op het geheel van de mensheid 273 II,2 | uiteenzetten. Zou iemand blind kunnen blijven voor de aantrekkelijke, 274 III,1 | staat van genade te zijn. De bloei van het christelijk leven 275 Inl | waarachtige vertegenwoordiger en bode zij worden. 3 De priesters, 276 Inl | Inleiding~De op de vruchtbare bodem van de grote katholieke 277 II,2 | de ontvangen waarheid op boeiende wijze uiteenzetten. Zou 278 II,2 | bestuderen van geschikte boeken vertrouwd is geworden. 43 279 I,2 | opwekken naar berouw en boete voor hun zonden, en hun 280 III,1 | en kerken de liturgische boetevieringen met pastorale wijsheid en 281 III,1 | om de zonde in heel haar boosaardigheid te onderkennen. De eerste 282 IV | mensen in staat zijn te boven gaanzoals duidelijk blijkt 283 III,1 | dienstwerk van de priesters is bovenal gemeenschap en verantwoordelijke 284 III,1 | gebracht die hij tot stand bracht. Kan er een meer volledige 285 I,1 | Maar ze gebeurt ook in het bredere geheel van de totale mensheid, 286 Slot | en liefde van het altaar breidt zich ook uit tot de ambo, 287 II,2 | moeten elkaar helpen door broederlijke raad over bepaalde aspecten 288 IV,2 | aangespoord zich met oprechte broederlijkheid te bekommeren om al hun 289 IV,2 | een tot eenheid bezielde broederschap bijeen en leiden het door 290 IV | alle mensen trekt tot de bronnen van barmhartigheid van de 291 IV,1 | zijn van Jezus Christus, de Bruidegom van de Kerk",92 door van 292 III,1 | zijn priesterschap, 54 zijn buitengewoon belangrijke momenten van 293 IV,2 | het pastoraal ambt is het bundelen van krachten ten behoeve 294 IV,2 | niet verward worden met een bureaucratische of organisatorische taak. 295 IV,2 | plaatsen soms ook bij het burgerlijk gezag, dient hij wel te 296 III,1 | nieuwe evangelisatie in de burgermaatschappij uit te dragen. Voor een 297 Inl | het christelijk leven. Als burgers in een wereld die onverschillig 298 II (36) | apostolische Constitutie Laudis canticum (1 november 1970), 8, in: 299 III (67) | Radioboodschap aan het nationaal catechetisch congres in de Verenigde 300 II,2 | redden" (Hnd 4,12).~Deze catechetische verkondiging kan niet gebeuren 301 IV (88) | evangelium tractatus, 123, 5, in: ccl 36, 678.~ 302 I (28) | tot de bisschoppen van het celam (9 maart 1983), in: Insegnamenti 303 III,1 | voorbeeldig gedrag van de celebrant van wezenlijke betekenis. " 304 III,1 | en godsvrucht waarmee hij celebreert, en dat ze van hem kunnen 305 III,1 | betekenis. "Een goede wijze van celebreren is een eerste en belangrijke 306 IV,1 | haar. "Het priesterlijk celibaat is dus de gave van zichzelf 307 IV,1 | dat er bestaat tussen de celibaatsverplichting en het dienen van de Kerk 308 III,1 | priesters de sacramenten centraal omdat ze de momenten bij 309 III,1 | de eucharistie: ‘het ware centrum van het priesterambt’~"‘ 310 II,2 | natuurlijk niet vervallen in cerebrale constructies die het verstand 311 III,1 | vieren van de liturgische ceremonies, 66 het verrichten van kniebuigingen 312 IV,2 | eerbiediging van hun eigen charisma?~ 313 II (35) | Augustinus, De doctrina christiana, 4, 15, 32, in: pl 34, 100.~ 314 II,2 | waarheden (het trinitair en christologisch geloof, de betekenis van 315 IV,2 | secularisatie van de priester en clericalisatie van de leken in de hand 316 III,1 | dagelijks de ‘conversatio in coelis’ beleeft en wiens leven 317 IV (87) | curé d’Ars, sa pensée, son coeur, présentés par Bernard Nodet ( 318 IV (104) | Toespraak bij het symposiumCollaboration des laïcs au ministère pastoral 319 I,1 | arbeid "rust vooral op het college van de bisschoppen met de 320 Intro | hartelijke genegenheid in collegiale verbondenheid.~Darío Castrillón 321 II,2 | evangelisatie vraagt een bezielde, complete en goed onderbouwde bediening 322 II,2 | specialisten, en evenmin met concessies aan de geest van de wereld. 323 IV,2 | 23. Worden de priesters concreet aangespoord zich met oprechte 324 II,2 | van de gelovigen vreedzaam concurreren; hij moet zijn boodschap 325 I,1 | Tegenover de bekoring van conformisme, het zoeken naar gemakkelijke 326 II,1 | het Woord doet de actuele confrontatie met God een beroep op het 327 Slot | Hem.~Rome, Paleis van de Congregaties, 19 maart 1999, feest van 328 III (67) | het nationaal catechetisch congres in de Verenigde Staten ( 329 III,1 | dienstwerk wordt dezelfde consecratie tot stand gebracht die hij 330 II,1 | hetgeen tot uiting komt in een consequente en overtuigende wijze van 331 III,1 | Het is een natuurlijke consequentie van de herderlijke liefde 332 III,1 | waarheid heeft allerlei consequenties voor de pastoraal.~Het is 333 II,2 | niet vervallen in cerebrale constructies die het verstand van de 334 I (19) | evangelisatie van het Europees continent (11 oktober 1985), 13.~ 335 I,2 | maar alleen harmonieuze continuïteit kent.~Suggesties om zich 336 III,1 | priester die dagelijks deconversatio in coelis’ beleeft en wiens 337 III,1 | zichtbaar, er moet van een crates gebruikt gemaakt kunnen 338 III,1 | dit de voorwaarden om de crisis waarin het verkeert te overwinnen. 339 IV (103) | Augustinus, Ep. 134, 1, in: csel, 44, 85.~ 340 IV (87) | Vgl. Jean-Marie Vianney, curé d’Ars, sa pensée, son coeur, 341 II,2 | vakmanschap?~7. Wordt in de cursussen voor permanente vorming 342 IV (87) | Jean-Marie Vianney, curé dArs, sa pensée, son coeur, 343 I,2 | Heb 10,7-10). "In woord en daad" (vgl. Hnd 1,1) wijdde de 344 Intro | voorgaan op de wegen van daadwerkelijke verbondenheid, van trouw 345 IV,1 | de betreffende persoon de daaraan beantwoordende morele gesteldheid. 346 III,1 | begrip worden betoond dat daardoor het mensenhart langs de 347 Inl | christen wezenlijk zijn. Maar daarnaast zijn er vele anderen die 348 II,1 | genade gegeven heeft. En daarover spreken wij, geestelijke 349 I,2 | beschouwers van God zijn". "Daarvoor zijn nieuwe heiligen nodig," 350 II,1 | Door dat gebed wordt iedere dag opnieuw hun ijver voor de 351 II,2 | missionaire inzet naar de dagelijkse praktijk kunnen vertalen.~ 352 Inl | Meer dan ooit zijn in onze dagen voor de Kerk als moeder 353 III,1 | communie te besteden aan de dankzegging.~Terwijl een wezenlijk onderdeel 354 III,1 | sacrament van de wijding deelhebben aan Zijn priesterschap. ... 355 Slot | verschillende pastorale activiteiten deelnemen, zien, en ze nemen waar!, 356 I (19) | Paulus II, Toespraak tot de deelnemers aan het zesde symposium 357 I (26) | Decreet over de katholieke deelneming aan de oecumenische beweging 358 II,1 | zijn, maar de woorden van Degene die hem gezonden heeft".32~ 359 IV,2 | zieken en bejaarden, of degenen die in moeilijkheden verkeren? 360 II (29) | de goddelijke openbaring Dei Verbum, 2.~ 361 IV,2 | evenzeer als die vormen van democratisch bestuur welke niet passen 362 IV,1 | uitgeleverd: tradidisti temetipsum Deo oblationem et hostiam. Christus 363 IV,2 | hand werken. 104 Achter een dergelijk gedrag gaat vaak de angst 364 IV,1 | verdiensten te danken is. Een dergelijke vrijgevigheid is deel van 365 III,1 | bekering tot Hem. Zij leven derhalve in een staat van bekering." 68 366 II,2 | hij in apostolische geest deskundig gebruik weten te maken van 367 I,2 | herauten van het evangelie als deskundigen in menselijkheid nodig, 368 III,1 | priesterdeugden van belang.~Onder de deugden die vereist zijn voor een 369 II,2 | verantwoordelijk is: de diaconie van de waarheid." 45~Voor 370 II,1 | gebed: "sit orator, antequam dictor".35~Het persoonlijk gebedsleven 371 II,1 | die God "die ik van harte dien door het evangelie van zijn 372 II,2 | mysterie van de Vader en diens liefde de mens voor zichzelf 373 II,1 | besef dat hun zending een dienstbaar karakter heeft en hun leven 374 II,2 | Onder de verschillende diensten die zij de mensheid bieden 375 II,2 | ambtsdrager bij zijn voorbereiding dienstig kan zijn. De predikant moet 376 IV,2 | is, maar een in geest van dienstvaardigheid openstaan voor anderen. 377 II,2 | belangrijk het is de gelovigen dieper de betekenis van de uit 378 III,1 | penitent helpen God uit het diepst van zijn hart te danken 379 IV,2 | welke niet passen bij het diepste wezen van het ambtswerk 380 Intro | als een heldere ster haar dierbare priesters, zonen van haar 381 III (63) | Paulus II, apostolische Brief Dies Domini (31 mei 1998), 46.~ 382 Slot | Hogepriester, opdat zij in diezelfde geest ingaan op de dringende 383 I (6) | Pastores dabo vobis, 46: "Dikwijls loopt de christelijke godsdienst 384 IV,1 | te wassen: Pontifex qui dilexisti nos et lavasti nos a peccatis 385 Intro | millennio adveniente, in de directoria voor de priesters en permanente 386 IV,2 | belang begrijpen van de discipline betreffende het kerkelijk 387 III (67) | Staten (26 oktober 1946), in: Discorsi e Radiomessaggi VIII (1946), 388 I,2 | voorbeeldig in zijn handelen, discreet in zijn zwijgen, van nut 389 I,2 | sacramenten, hetmunus docendien hetmunus sanctificandi’, 390 Inl | van veel van haar zonen en dochters vervagen van de zedelijke 391 II (35) | Augustinus, De doctrina christiana, 4, 15, 32, in: 392 Intro | naam is van de liefde. Dit document herhaalt hetgeen concilies 393 II,1 | hinderpalen in de weg leggen door doeleinden na te streven die niet met 394 I,2 | niet van elkaar te scheiden doelstellingen opmerken. Enerzijds, een 395 Intro | term ‘nieuwe evangelisatiedoeltreffender naar de praktijk vertaald 396 I (21) | christelijke cultuur (Santo Domingo, 12 oktober 1992), 1; vgl. 397 III (63) | apostolische Brief Dies Domini (31 mei 1998), 46.~ 398 III,1 | familie of de samenleving (doopsels, vormsels, huwelijken, uitvaarten, 399 IV,2 | diepe missionaire geest doordrongen en bezield zijn envan 400 Slot | Maria,~leermeesteres van doorleefd geloof, die het Woord van 401 IV | mensen. Hoewel soms zelfs doortrokken van religieuze geest zullen 402 IV,1 | beschouwen als levende tekenen en dragers van die erbarming die zij 403 Inl | dat men niet langer mag dralen, dat het nu tijd is om met 404 IV | betrokken willen worden in het drama van het heil van de mensen.~ 405 III,1 | waarin het zondebesef veelal dreigt te verdwijnen67 moet er 406 I,2 | dienstbetoon; ze berust op drie onverbrekelijke elementen: 407 III,1 | gemeenschap van de heilige Drie-eenheid te verkondigen en ervan 408 III,1 | gemeenschap delen in het drievoudig munus Christi. Door te handelen 409 IV,1 | Christus aan de Kerk en drukt de dienst uit van de priester 410 I,1 | evangelisatieopdracht welke een duidelijke gemeenschappelijke verantwoordelijkheid 411 I,1 | uitdaging de waarheid te durven uit te spreken.~Bij de evangelisatiearbeid 412 IV,2 | menselijke zwakheid, heerszucht, dwalingen of zelfs zonde".96 In hoeverre 413 II,1 | nomine Christi et nomine Ecclesiae"~Een juist verstaan van 414 I,2 | vragen moet dat het niet aan edelmoedigheid moge ontbreken om daarop 415 III (79) | februari 1997), Libreria Editrice Vaticana 1997).~ 416 Inl | zich voor te bereiden om de eenentwintigste eeuw binnen te gaan, vol 417 Slot | voorbeeld van matigheid en eenvoud; wanneer ze bij hem thuis 418 I,2 | Koninkrijk van Christus en de eenwording in Hem van al het geschapene. 419 IV,2 | alleen Hij heeft hen tot eer van de Vader door zijn kostbaar 420 IV,2 | roepingen aangemoedigd met eerbiediging van hun eigen charisma?~ 421 II,2 | het met alle beschikbare eerlijke en passende middelen verkondigen 422 III,1 | sfeer heersen; het is een eeuwenoude traditie in de Kerk te zorgen 423 Slot | door de heilige Geest van eeuwigheid her heeft bereid om ook 424 III,1 | zoals de ambtsdrager een effectief instrument in het sacramenteel 425 III,1 | gelegenheden tegenwoordig de enige effectieve momenten zijn geworden om 426 IV | ontsluieren en tegelijk te effectueren door middel van hun ambtswerk, 427 III,1 | dat "voor ieder de weg effent, ook dan wanneer hij met 428 IV,2 | liefde niets te betekenen. Eigenliefde en het soms zelfs onbewust 429 IV | meest bewonderenswaardige eigenschap van de Schepper en Verlosser 430 IV,2 | natuurlijke of verworven eigenschappen op het gebied van intelligentie, 431 II,2 | de evangelisatie van de eigentijdse cultuur?~ 432 IV | getuigenis te brengen van Gods eindeloze liefde die zoals uit de 433 III,1 | onontkoombare pastorale eisdat men zich inspant om 434 III,1 | De nieuwe evangelisatie eist duseen absoluut onontkoombare 435 I,2 | op drie onverbrekelijke elementen: verkondiging van het Woord, 436 II | heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap 437 Intro | Eminentie, excellentie,~In een geest 438 Slot | mogelijk maken als die van de Emmausgangers, die, toen ze de goddelijke 439 I,1 | tegenstrijdige verschijnselen. Van de ene kant constateren we een 440 Slot | geantwoord op de boodschap van de engel: wil ten beste spreken voor 441 II,2 | spirituele vorming is een enorme en absoluut noodzakelijke 442 II,2 | geweten van de gedoopten te enthousiasmeren en te zuiveren – mag niet 443 Intro | worden gebracht zonder de enthousiaste inzet van de priesters die 444 IV (103) | Augustinus, Ep. 134, 1, in: csel, 44, 85.~ 445 Slot | brood van Christus’ (vgl. Epistula ad Romanos IV, 1) tot heil 446 II,1 | aanhoren en aanvaarden en eraan gehoorzamen.~Vandaar dat 447 IV,1 | tekenen en dragers van die erbarming die zij niet als hun eigen 448 III,1 | het een weldaad is ze in ere te herstellen, mochten ze 449 I,1 | geworden. Begrippen als erfzonde met alles wat daarmee samenhangt, 450 I,2 | aangetroffen met vreugde te erkennen en hoog te achten".26 Tegelijk 451 III,1 | berouwvolle en oprechte erkenning van de zedelijke tekortkomingen 452 I | heb jullie de taak gegeven eropuit te gaan" (Joh 15,16)~ 453 II,1 | wijsheid of persoonlijke ervaringen die het evangelie zelf zouden 454 IV | historisch, heilbrengend en eschatologisch levend teken daarvan. 86 455 II,2 | het scheppingsdogma, de eschatologische waarheden, de leer over 456 II,2 | Zijn we erop gespannen dit essentieel evangelisatiemiddel te gebruiken 457 Slot | wanneer ze de priester zien eten of rusten en ze gesticht 458 I (6) | worden tot een zuiver sociale ethiek ten dienste van de mens, 459 I,1 | een stelsel van algemene ethische normen dan als een verplichting 460 III,1 | dagelijks, deel te nemen aan de eucharistieviering en te communie te gaan. 461 I (19) | nieuwe evangelisatie van het Europees continent (11 oktober 1985), 462 IV,2 | Jezus Christus. Zoals uit de evangelies blijkt schrikt Hij nooit 463 I (22) | apostolische Exhortatie Evangelii nuntiandi (8 december 1975), 464 IV,2 | krachten ten behoeve van de evangelisatie-opdracht. Worden binnen de Kerk alle 465 I,1 | durven uit te spreken.~Bij de evangelisatiearbeid moet men er ook aan denken 466 II,2 | gespannen dit essentieel evangelisatiemiddel te gebruiken met zo groot 467 I,2 | te meer is dus hun echt evangelisch getuigenis noodzakelijk 468 IV (88) | Augustinus, In Johannis evangelium tractatus, 123, 5, in: ccl 469 I,2 | ze absoluut zinloos zijn, even zinloos als een deelname 470 III,1 | de overige sacramenten, evenals alle kerkelijke bedieningen 471 Slot | uw liefde voor God en de evenmens ware geestelijke herders 472 II,2 | vaktaal van specialisten, en evenmin met concessies aan de geest 473 II,2 | worstelen, en nagaan hoe die eventueel zijn op te lossen. "De priesters 474 I,2 | in de catechese een juist evenwicht bewaard tussen geloofsonderricht 475 IV,2 | alle heerszucht vermijden evenzeer als die vormen van democratisch 476 II,1 | als zijn vrienden (vgl. Ex 33,11; Joh 15,14-15), en 477 Intro | Eminentie, excellentie,~In een geest van boetvaardigheid 478 IV,2 | pastoraal werk, of achter een excentrieke manier van preken en liturgie 479 IV,2 | zijn best om iedereen met "eximia humanitate"99 te bejegenen; 480 IV,2 | gemeenschappelijk leven of soortgelijke experimenten?~24. Hebben onze priesters 481 I,2 | taal"28ad intra en ad extra van de Kerk?~4. Beschouwen 482 I,1 | meer dan een puur culturele factor die zuiver tot de privésfeer 483 III,1 | van gebeurtenissen in de familie of de samenleving (doopsels, 484 III (79) | Raad voor het Gezin (12 februari 1997), Libreria Editrice 485 Slot | Congregaties, 19 maart 1999, feest van de H. Jozef, patroon 486 Inl | missen van het geloof en in feite een van God vervreemd leven 487 Inl | godsdienst leiden vele gedoopten feitelijk een bestaan van godsdienstige 488 Slot | kijk op de dingen, zijn fijngevoeligheid, de menselijke wijze waarop 489 IV,1 | Jezus was" te laten heersen (Fil 2,5). Van deze onverbrekelijke 490 I,1 | in het bijzonder, grondig filosofisch en theologisch geschoold 491 II,2 | met de liefde.~Ook aan de formele kanten van de prediking 492 I,2 | samengaan van deze twee functies is de volheid gelegen van 493 II,2 | welke vorm ook van ‘bijbels fundamentalismeof verminking van de goddelijke 494 Intro | immers documenten die van fundamenteel belang zijn voor het antwoord 495 III,1 | beschikbaar voor dit zo fundamentele dienstwerk?~18. Worden er 496 III,1 | is het die leeft in mij’ (Gal 2,20)." 53~De vieringen 497 Intro | in het besef dat in de gang van de tijdtrouwde naam 498 Slot | gaan waar ze verwachten gastvrij en hartelijk te worden ontvangen, 113 499 III,1 | er mag in geen geval ge-zocht worden naar uiterlijk vertoon, 500 II,1 | tegenwoordig gesteld en geactualiseerd, is het geopenbaarde Woord


1061-geact | geant-overt | overv-zwijg

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License