Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de Clerus
Priester en derde millennium

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk II Leraren van het Woord "Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap te verkondigen" (Mc 16,15)
    • 2. Voor een doeltreffende verkondiging van het Woord
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

2. Voor een doeltreffende verkondiging van het Woord

In verband met de nieuwe evangelisatie moet erop gewezen worden hoe belangrijk het is de gelovigen dieper de betekenis van de uit het doopsel voortvloeiende roeping te doen beseffen, dat zij namelijk door God geroepen worden om Christus van nabij te volgen, en persoonlijk mee te werken aan de opdracht van de Kerk. "Het geloof overdragen betekent de roeping van de christen aan het licht brengen, verkondigen en verdiepen; de roeping van de christen, dat wil zeggen de roep die God tot iedere mens richt door hem het heilsgeheim te tonen." 37 De rol van de prediking is dus Christus aan de mensen voor te houden want Hij alleen, "de laatste Adam, maakt juist door de openbaring van het mysterie van de Vader en diens liefde de mens voor zichzelf duidelijk en geeft hem inzicht in zijn zeer hoge roeping".38

Voor de christen gaan de nieuwe evangelisatie en het roepingsaspect van het leven hand in hand. Dat isde blijde boodschapdie aan de gelovigen verkondigd moet worden, zonder er ook maar iets aan af te doen wat de goedheid ervan betreft of de eisen die ze stelt om er deel aan te krijgen. Tegelijk bedenke men dat "op de christen de noodzaak en taak wegen om in veel wederwaardigheden tegen het kwaad te strijden en om door het lijden van de dood te gaan; maar in verbondenheid met het paasmysterie, gelijkvormig aan de dood van Christus en sterk in de hoop snelt hij de verrijzenis tegemoet".39

De nieuwe evangelisatie vraagt een bezielde, complete en goed onderbouwde bediening van het Woord. Ze moet duidelijk theologisch, geestelijk, liturgisch en moreel van inhoud zijn, en oog hebben voor de concrete behoeften van de mensen die men wil bereiken. Men mag natuurlijk niet vervallen in cerebrale constructies die het verstand van de christenen eerder verwarren dan verlichten; maar men moet gebruik maken van een wareverstandelijke liefdedoor middel van geduldige en constante catechese over de grondwaarheden van het katholieke geloof en de katholieke moraal, en over hun betekenis voor het geestelijk leven. Christelijk onderricht hoort op bijzondere wijze tot de geestelijke werken van barmhartigheid: het heil komt door de kennis van Christus, "want er is onder de hemel geen andere naam aan mensen gegeven waardoor wij ons kunnen laten redden" (Hnd 4,12).

Deze catechetische verkondiging kan niet gebeuren zonder gebruik te maken van gezonde theologie, want het gaat er natuurlijk niet alleen om, de geopenbaarde leer te herhalen maar om door middel daarvan verstand en geweten van de gelovigen te vormen opdat ze consequent kunnen leven naar de eisen van de bij het doopsel ontvangen roeping. De nieuwe evangelisatie zal tot stand komen in de mate waarin niet alleen de Kerk in haar geheel of haar verschillende instellingen maar ook iedere individuele christen in staat is oprecht zijn geloof te beleven en door zijn leven de geloofwaardigheid ervan aan te tonen.

Evangeliseren betekent het met alle beschikbare eerlijke en passende middelen verkondigen en verspreiden van de inhoud van de geopenbaarde waarheden (het trinitair en christologisch geloof, de betekenis van het scheppingsdogma, de eschatologische waarheden, de leer over Kerk, mens, sacramenten en andere heilsmiddelen, enzovoorts). Dat betekent ook dat men de mensen door middel van geestelijke en morele vorming leert hoe ze deze waarheden door getuigenis en missionaire inzet naar de dagelijkse praktijk kunnen vertalen.

Het geven van theologische en spirituele vorming is een enorme en absoluut noodzakelijke opdracht (permanente vorming van priesters en diakens, vorming van alle gelovigen). De bediening van het Woord, en vooral de bedienaars van het Woord, moeten daarom tegen de omstandigheden opgewassen zijn. Het resultaat ervan hangt allereerst af van Gods hulp, maar ze vraagt ook met zo groot mogelijke menselijke perfectie verricht te worden. Een vernieuwde leerstellige, theologische en spirituele verkondiging van de christelijke boodschap, – bestemd om allereerst het geweten van de gedoopten te enthousiasmeren en te zuiverenmag niet op gemakzuchtige en onverantwoordelijke wijze geïmproviseerd worden. Nog minder mogen de priesters tekort schieten in hun verantwoordelijkheid om persoonlijk de taak van de verkondiging op zich te nemen, met name met betrekking tot de opdracht het evangelie te verklaren: deze taak mag niet worden toevertrouwd aan iemand die niet gewijd is, 40 en niet zonder goede reden worden overgelaten aan iemand die er niet goed op is voorbereid.

Als we denken aan de prediking door de priester moet worden benadrukt, zoals dat overigens altijd is gebeurd, hoe belangrijk de verwijderde voorbereiding is; deze kan bijvoorbeeld in concreto bestaan in het lezen en het richten van zijn belangstelling op hetgeen voor de gewijde ambtsdrager bij zijn voorbereiding dienstig kan zijn. De predikant moet voortdurend pastorale voeling houden met de vraagstukken waarmee de mensen in onze tijd worstelen, en nagaan hoe die eventueel zijn op te lossen. "De priesters moeten, om een juist antwoord te kunnen geven op vragen die de mensen van onze tijd bezighouden, goed kennis nemen van de documenten van het kerkelijk leergezag en vooral van concilies en pausen en zij moeten de beste en beproefde theolo-gische auteurs raadplegen," 41 en niet te vergeten de Katechismus van de Katholieke Kerk. Wat dit betreft is het goed te blijven benadrukken hoe belangrijk de permanente vorming van de geestelijkheid is, waarbij inhoudelijk het Directorium voor het ambt en het leven van de priesters als leidraad dient. 42 Alle moeite op dit gebied zal rijkelijk beloond worden.

Naast hetgeen hierboven gezegd is, is ook een onmiddellijke voorbereiding op de prediking van het woord Gods van groot belang. Afgezien van enkele uitzonderlijke gevallen waar het niet anders mogelijk is, dient men nederig en met ijver minstens zorgvuldig een schema voor te bereiden van wat men wil gaan zeggen.

De voornaamste bron van de prediking is natuurlijk de Heilige Schrift die men in persoonlijk gebed heeft overwogen en waarmee men door het lezen en bestuderen van geschikte boeken vertrouwd is geworden. 43 Uit pastorale ervaring blijkt dat de kracht en welsprekendheid van de gewijde tekst diepe indruk maakt op de toehoorders. De geschriften van de kerkvaders en andere grote schrijvers uit de traditie leren ons hoe we in de betekenis van het geopenbaarde Woord kunnen doordringen en het aan anderen duidelijk maken. 44 Dat is heel iets anders dan welke vorm ook vanbijbels fundamentalismeof verminking van de goddelijke boodschap. Ook kan men zich bij de voorbereiding op de prediking laten leiden door de pedagogie waarmee de liturgie van de Kerk het Woord van God in de verschillende delen van het liturgisch jaar leest, interpreteert en toepast. Bovendien heeft van oudsher de beschouwing van het leven van de heiligenmet hun strijd en heldhaftigheidin het hart van de christenen rijke vruchten voortgebracht. De gelovigen worden vaak belaagd door gevaarlijke omstandigheden en twijfelachtige leer; ook in onze tijd hebben zij bijzonder hard het voorbeeld nodig van die heldhaftige levens die zich geheel overgaven aan de liefde voor God en die zich omwille van God aan de mensen uitleverden. Dat alles is nuttig voor de evangelisatie; zo ook het aan de gelovigen uit liefde voor God bijbrengen van solidariteitsbesef, geest van dienstbaarheid, edelmoedige zelfgave. Het geweten van de christen komt tot wasdom door steeds nauwer verband met de liefde.

Ook aan de formele kanten van de prediking moet de priester veel zorg besteden. We leven in het tijdperk van informatie en snelle kennisoverdracht, en we zijn gewend naar bekende vaklui op televisie en radio te luisteren en te kijken. In zekere zin moet de priester (die op eigen wijze contact heeft met zijn publiek) met hen ten overstaan van de gelovigen vreedzaam concurreren; hij moet zijn boodschap dus op aantrekkelijke manier brengen. Niet alleen moet hij in apostolische geest deskundig gebruik weten te maken van dezenieuwe leerstoelen’, de massamedia, maar vooral moet hij ervoor zorgen dat het niveau van zijn boodschap beantwoordt aan het Woord dat hij predikt. Bij de media bereiden de vaklui zich zorgvuldig voor op hun werk; het is ongetwijfeld niet teveel gevraagd dat zij die het Woord onderrichten, geduldig en verstandig ervoor zorgen deprofessionelekwaliteit van dit aspect van hun ambtswerk te vergroten. In verschillende universitaire en culturele kringen toont men weer belangstelling voor welsprekendheid; deze belangstelling moet ook onder de priesters gewekt worden, waarbij deze welsprekendheid gepaard moet gaan met een eenvoudige en waardige wijze van optreden.

Zoals de prediking van Christus moet ook die van de priester positief en stimulerend zijn, en de mensen brengen tot de goedheid, schoonheid en waarheid van God. De christenen moeten "de kennis laten stralen van Gods heerlijkheid die ligt over het gelaat van Jezus Christus" (2Kor 4,6), en de ontvangen waarheid op boeiende wijze uiteenzetten. Zou iemand blind kunnen blijven voor de aantrekkelijke, tegelijk sterke en serene eisen van het christelijk leven? Er is geen reden tot angst. "Sinds zij in het Paasgeheim de gave heeft ontvangen van de uiteindelijke waarheid over het leven van de mens, is zij (de Kerk) over de wegen der wereld uitgetrokken om te verkondigen dat Jezus Christusde weg, de waarheid en het levenis (Joh 14,6). Onder de verschillende diensten die zij de mensheid bieden moet, is er één waarvoor zij heel bijzonder verantwoordelijk is: de diaconie van de waarheid." 45

Voor de prediking dient men een heldere taal te gebruiken die voor mensen met welke sociale achtergrond ook verstaanbaar is; platvloersheden en gemeenplaatsen moeten worden vermeden. 46 Men dient te spreken vanuit een waarachtige geloofsvisie, maar met woorden die begrepen kunnen worden in de verschillende milieus; dus nooit in de vaktaal van specialisten, en evenmin met concessies aan de geest van de wereld. Het menselijkgeheimvoor een vruchtbare prediking van het Woord is voor een groot deel gelegen inde vakkennisvan de predikant, die weet wat hij wil zeggen en hoe het te zeggen, en die zich op lange en korte termijn serieus heeft voorbereid, en niet op amateuristische wijze gaat improviseren. Het zou een betreurenswaardige vorm van irenisme zijn als men de kracht van de volledige waarheid zou verhullen. Men moet dus met zorg zijn woorden, stijl en voordracht kiezen; men moet goed bedenken welke punten sterker benadrukt dienen te worden, en voor zover mogelijk er zelfs zonder aanstellerij voor zorgen een aangenaam stemgeluid te hebben. Men dient te weten wat men wil bereiken en goed op de hoogte te zijn van de levensomstandigheden en cultuur van zijn gehoor; om niet in abstracte theorieën en algemeenheden te vervallen moet men zijn schaapjes kennen. Men dient een vriendelijke en opbouwende wijze van spreken te hebben, mensen niet te kwetsen ook als men hun geweten raakt, en niet bang te zijn om de dingen bij hun naam te noemen.

Priesters die in verschillende pastorale taken samenwerken moeten elkaar helpen door broederlijke raad over bepaalde aspecten van de prediking zoals de inhoud ervan, het theologisch en taalkundig gehalte, de stijl, de lengtede preek mag nooit te lang zijn –, de wijze van spreken, hoe men zich achter de ambo beweegt, het stemgebruik dat normaal moet zijn maar dat kan wisselen zonder dat men zich aanstelt, naar gelang de verschillende onderdelen van de preek, enzovoorts. Wij herhalen: er is nederigheid nodig om zich te willen laten helpen door zijn collegas en zelfs indirect door de gelovigen die met de priester in het pastoraat samenwerken.

Suggesties om zich te bezinnen op hoofdstuk II

6. Beschikken we over instrumenten om na te gaan wat voor werkelijke invloed het predikambt heeft op het leven van onze gemeenschappen? Zijn we erop gespannen dit essentieel evangelisatiemiddel te gebruiken met zo groot mogelijk menselijk vakmanschap?

7. Wordt in de cursussen voor permanente vorming van de geestelijkheid aandacht besteed aan verdere verbetering van de verschillende vormen van de verkondiging van het Woord?

8. Worden de priesters gestimuleerd om tijd te besteden aan het bestuderen van theologie, kerkvaders, kerkleraars en heiligen? Doen zij hun best om de grote meesters van de spiritualiteit te leren kennen en bekend te maken?

9. Wordt met praktische zin en gezonde wetenschappelijke bedoeling gezorgd voor het inrichten van bibliotheken voor priesters?

10. Is men op de hoogte van eventuele mogelijkheden om zich aan te sluiten bij bibliotheken op internet, zoals die welke door de Congregatie voor de Geestelijkheid is opgezet (www.clerus.org)?

11. Maken de priesters gebruik van de catechese en het onderricht van de Heilige Vader en van de verschillende documenten van de Heilige Stoel?

12. Beseft men het belang van een professionele vorming van mensen (priesters, permanent diakens, religieuzen, leken) die uitstekend weten om te gaan met de media, hetgeen een wezenlijk aspect vormt van de evangelisatie van de eigentijdse cultuur?




37. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters, 45.



38. Tweede Vaticaans Concilie, pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd Gaudium et spes, 22.



39. T.a.p.



40. Vgl. Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters, artikel 3.



41. Presbyterorum ordinis, 19.



42. Vgl. t.a.p.; Pastores dabo vobis, 70 e.v.; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters, 69 e.v.



43. Vgl. Pastores dabo vobis, 26 en 47; Directorium voor het ambt en het leven van de priesters, 46.



44. Congregatie voor de Katholieke Vorming, Instructie over de bestudering van de kerkvaders bij de priesteropleiding (10 november 1989), 26-27, in: aas 82 (1990), 618-619.



45. Fides et ratio, 2.



46. Vgl. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters, 46.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License