|
Tot slot
"De nieuwe evangelisatie heeft nieuwe evangelieverkondigers nodig. Dat
zijn de priesters die zich inspannen om hun priesterschap te beleven als een
specifieke weg naar de heiligheid." 111 Daartoe is het van
wezenlijk belang dat iedere priester weer dagelijks de absolute noodzaak
ontdekt persoonlijk een heilig leven te leiden. "Alvorens anderen te
reinigen moet men eerst zichzelf reinigen; om te kunnen onderrichten moet men
onderricht hebben ontvangen; men moet licht worden om licht te schenken; men
dient naar God te gaan om anderen tot God te brengen, geheiligd te worden om
anderen te heiligen." 112 Dit streven betekent in concreto het
zoeken naar een innige eenheid van leven waardoor de priester in alle
omstandigheden van zijn bestaan tracht als een andere Christus te zijn
en zo te leven.
De gelovigen uit de parochie en zij die aan de verschillende pastorale
activiteiten deelnemen, zien, en ze nemen waar!, horen en ze luisteren goed!,
niet alleen als het Woord van God wordt gepredikt, maar ook bij de
verschillende liturgische vieringen, met name als de heilige mis wordt
opgedragen, wanneer ze naar de pastorie gaan waar ze verwachten gastvrij en
hartelijk te worden ontvangen, 113 wanneer ze de priester zien eten of
rusten en ze gesticht worden door zijn voorbeeld van matigheid en eenvoud;
wanneer ze bij hem thuis op bezoek gaan en met blijdschap de soberheid en armoede
constateren waarin hij als priester leeft; 114 wanneer ze zien dat hij
op juiste, ordelijke manier volgens de voorschriften gekleed gaat; wanneer ze
met hem spreken, zelfs over alledaagse dingen, en zich versterkt voelen bij het
zien van zijn bovennatuurlijke kijk op de dingen, zijn fijngevoeligheid, de
menselijke wijze waarop hij de mensen, ook de allereenvoudigsten, met
ongeveinsde priesterlijke voornaamheid tegemoet treedt. "De genade en
liefde van het altaar breidt zich ook uit tot de ambo, de biechtstoel, de
archieven van de parochie, de school, het oratorium, de huizen en straten, de
ziekenhuizen, het openbaar vervoer en de media. Overal kan de priester zijn
taak als geestelijke herder uitoefenen: in ieder van die gevallen is het zijn
mis die zich uitbreidt, zijn persoonlijke verbondenheid met Christus,
Hogepriester en offergave, die hem – met de woorden van Ignatius van Antiochië
– ertoe brengt de tarwe te zijn van God om te worden tot ‘zuiver brood van
Christus’ (vgl. Epistula ad Romanos IV, 1) tot heil van zijn
broeders en zusters." 115
Op die manier zal de priester van het derde millennium in onze tijd een
reactie mogelijk maken als die van de Emmausgangers, die, toen ze de goddelijke
Meester de Schrift hadden horen uitleggen, vol bewondering zich afvroegen:
"Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak en de
Schriften voor ons opende?" (Lc 24,32).
Wij geestelijke herders moeten ons toevertrouwen aan Maria, koningin en
moeder van de Kerk, zodat we in verbondenheid met de bedoelingen van de vicaris
van Christus nieuwe wegen weten te vinden om bij alle priesters van de Kerk een
oprecht verlangen te wekken naar vernieuwing in hun taak van leermeesters van
het Woord, bedienaars van de sacramenten en leiders van de gemeenschap. We
vragen de koningin van de evangelisatie dat de huidige Kerk weer de wegen mag
ontdekken die de barmhartigheid van de Vader in Christus door de heilige Geest
van eeuwigheid her heeft bereid om ook de mensen van onze tijd te brengen tot
verbondenheid met Hem.
Rome, Paleis van de Congregaties, 19 maart 1999, feest van de H. Jozef,
patroon van de universele Kerk.
Darío Castrillón Hoyos
prefect
Csaba Ternyák
Secretaris
Gebed tot de H. Maagd Maria
Maria,
sterre van de nieuwe evangelisatie,
vanaf het begin hebt gij de apostelen en hun medearbeiders bijgestaan en
bemoedigd bij de verspreiding van het evangelie: maak dat de priesters bij het
aanbreken van het derde millennium zich meer en meer ervan bewust worden dat
zij als eersten verantwoordelijk zijn voor de nieuwe evangelisatie.
Maria,
de eerste aan wie de blijde boodschap werd verkondigd en de eerste die haar
heeft verkondigd en die met onvergelijkelijk groot geloof, hoop en liefde heeft
geantwoord op de boodschap van de engel: wil ten beste spreken voor hen die
gelijkvormig geworden zijn aan uw Zoon, Christus de Hogepriester, opdat zij in
diezelfde geest ingaan op de dringende oproep die de paus bij gelegenheid van
het grote Jubileum in naam van God tot hen richt.
Maria,
leermeesteres van doorleefd geloof, die het Woord van God met volmaakte
bereidwilligheid heeft aanvaard: leer de priesters door het gebed vertrouwd te
worden met dat Woord en zich nederig en vurig in dienst daarvan te stellen,
zodat dit Woord zijn heilbrengend werk kan blijven uitoefenen in het derde
millennium van de verlossing.
Maria,
vol van genade en moeder van de genade,
bescherm uw zonen, de priesters die, zoals gij, geroepen worden om
medewerkers te zijn van de heilige Geest die Jezus in het hart van de gelovigen
herboren doet worden. Bij de herdenking van de geboortedag van uw Zoon, leer
hen trouwe bedienaren te zijn van Gods geheimnissen: zo zullen zij met uw hulp
voor talloze mensen de weg openen der verzoening en zullen zij van de
eucharistie de bron en het hoogtepunt maken van hun eigen leven en van dat van
de hun toevertrouwde gelovigen.
Maria,
morgenster van het derde millennium, blijf de priesters van Jezus Christus
voorgaan, opdat ze naar het voorbeeld van uw liefde voor God en de evenmens
ware geestelijke herders weten te zijn, en alle mensen weten te leiden naar uw
Zoon, het ware licht dat iedere mens verlicht (vgl. Joh 1,9). Mogen de
priesters, en dankzij hen het gehele volk van God, de hartelijke en dringende
uitnodiging verstaan die U tot hen richt aan de vooravond van het nieuwe
millennium in de heilsgeschiedenis: "Wat Hij ook beveelt, doet u het
maar" (vgl. Joh 2,5). "‘Ecce natus est nobis Salvator mundi’,
deze waarheid", zo zegt de paus, "moet in het jaar 2000 met nieuwe
kracht verkondigd worden" (Tertio millennio adveniente, 38).
|