Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de Clerus
Priester en derde millennium

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk I In dienst van de nieuwe evangelisatie "Ik heb jullie uitgekozen en Ik heb jullie de taak gegeven eropuit te gaan" (Joh 15,16)
    • 1. De nieuwe evangelisatie, opdracht van de gehele Kerk
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

Hoofdstuk I

In dienst van de nieuwe evangelisatie

"Ik heb jullie uitgekozen en Ik heb jullie de taak gegeven eropuit te gaan" (Joh 15,16)

1. De nieuwe evangelisatie, opdracht van de gehele Kerk

De roeping en uitzending door de Heer zijn altijd actueel, maar in de huidige omstandigheden krijgen ze een bijzondere betekenis. Want het einde van de twintigste eeuw wordt in godsdienstig opzicht gekenmerkt door enige tegenstrijdige verschijnselen. Van de ene kant constateren we een hoge graad van secularisatie in een maatschappij die zich van God afkeert en van geen transcendentie weten wil; anderzijds zien we steeds sterker een religieuze gevoeligheid opkomen die het in ieder mensenhart ingeboren verlangen naar God tracht te stillen, maar daartoe niet altijd een bevredigende vorm weet te vinden. "De zending van Christus de Verlosser, welke aan de Kerk is toevertrouwd, is nog lang niet voltooid. Een blik op het geheel van de mensheid op het eind van het tweede millennium na Zijn komst toont aan dat die zending pas aan haar begin staat en dat wij ons met alle kracht moeten inzetten om haar te dienen." 5 In onze tijd wordt deze dringend noodzakelijke missionaire taak voor een groot deel uitgeoefend in het kader van de nieuwe evangelisatie van veel landen met een lang christelijk verleden, waar niettemin het christelijk verstaan van het leven voor een groot deel verloren is gegaan. Maar ze gebeurt ook in het bredere geheel van de totale mensheid, overal waar de mensen de boodschap van het door Christus gebrachte heil nog niet hebben vernomen of begrepen.

Het is een treurig feit dat op veel plaatsen en in veel kringen mensen weliswaar van Jezus Christus gehoord hebben, maar zijn leer eerder als een stelsel van algemene ethische normen dan als een verplichting voor het concrete leven schijnen te kennen en aanvaarden. Een groot aantal gedoopten heeft zich afgewend van de navolging van Christus, en relativisme is kenmerkend voor hun stijl van leven. De rol van het christelijk geloof is in veel gevallen niet meer dan een puur culturele factor die zuiver tot de privésfeer beperkt blijft en geen enkele invloed heeft op het maatschappelijk leven van individuen en volken. 6

Na twintig eeuwen christendom zijn er nog heel wat gebieden waarop apostolische arbeid verricht dient te worden. Krachtens hun aan het doopsel ontleend priesterschap moeten alle christenen zich geroepen weten om, ieder naar de eigen levenssituatie, mee te werken aan de evangelisatieopdracht welke een duidelijke gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is van de Kerk. 7 De verantwoordelijkheid voor de missionaire arbeid "rust vooral op het college van de bisschoppen met de opvolger van Petrus als hoofd".8 Als "medewerkers van de bisschoppen, worden de priesters krachtens het sacrament van de wijding geroepen de zorg voor de missie te delen".9 Men kan dus zeggen dat in een zekere zin de priesters "de eerst verantwoordelijken zijn voor deze nieuwe evangelisatie van het derde millennium".10

Onder invloed van de grote vooruitgang op het gebied van wetenschap en techniek heeft de moderne samenleving een sterk gevoel van kritische onafhankelijkheid ontwikkeld ten aanzien van ieder soort seculier en godsdienstig gezag of leerstelsel. Deze situatie maakt het noodzakelijk de christelijke heilsboodschap, die altijd geheimnisvol blijft, grondig uiteen te zetten en haar voor te houden met dezelfde vriendelijkheid, kracht en aantrekkelijkheid als bij de eerste evangelisatie; daarbij moet op verstandige wijze gebruik worden gemaakt van de middelen van de moderne techniek, maar altijd in het besef dat instrumenten nooit het directe getuigenis van een heilig leven kunnen vervangen. De Kerk heeft echte getuigen nodig die het evangelie uitdragen in alle lagen van het maatschappelijk leven. Daaruit volgt dat de christenen in het algemeen, en de priesters in het bijzonder, grondig filosofisch en theologisch geschoold moeten worden, 11 zodat zij rekenschap kunnen geven van hun geloof en hun hoop, en vurig zullen verlangen deze beide positief uit te dragen in een houding van dialoog en begrip. Maar de verkondiging van het evangelie mag niet tot dialoog beperkt blijven. Tegenover de bekoring van conformisme, het zoeken naar gemakkelijke populariteit en eigen rust is het een onontkoombare uitdaging de waarheid te durven uit te spreken.

Bij de evangelisatiearbeid moet men er ook aan denken dat bepaalde woorden en begrippen waarvan men zich bij de evangelisatie van oudsher bedient, voor een groot aantal mensen in de hedendaagse cultuur praktisch onverstaanbaar zijn geworden. Begrippen als erfzonde met alles wat daarmee samenhangt, verlossing, kruis, noodzaak van gebed, vrijwillig offer, kuisheid, matigheid, gehoorzaamheid, nederigheid, berouw, armoede, enzovoorts hebben voor hen de positieve betekenis verloren die ze bezaten in het christendom. Daarom moet de nieuwe evangelisatie, in grote trouw aan de constante geloofsleer van de Kerk en in het besef verantwoordelijk te zijn voor de woordenschat van de christelijke leer, ook de geschikte woorden weten te vinden om hen in onze tijd te helpen weer de diepe zin te ontdekken van deze menselijke en christelijke grondgegevens. Daarbij mag ze niet afzien van de voor eens en altijd vastgestelde geloofsformuleringen die samengevat zijn in de geloofsbelijdenis. 12




5. Redemptoris missio, 1.



6. Pastores dabo vobis, 46: "Dikwijls loopt de christelijke godsdienst gevaar beschouwd te worden als één godsdienst onder vele andere godsdiensten of gereduceerd te worden tot een zuiver sociale ethiek ten dienste van de mens, zodat haar revolutionaire nieuwheid in de geschiedenis niet altijd aan het licht komt. Zij is het ‘mysterie’, het gebeuren van Gods Zoon die mens wordt en aan hen die Hem aanvaarden ‘het vermogen om kinderen van God te worden’ (Joh 1,12) geeft."



7. Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Decreet over het ambt en het leven van de priesters Presbyterorum ordinis, 2; Pastores dabo vobis, 13, Directorium voor het ambt en het leven van de priesters, 1, 3, 6; Congregatie voor de Clerus, Pauselijke Raad voor de Leken, e.a., Instructie over enige vragen betreffende de medewerking van lekengelovigen aan het dienstwerk van de priesters (15 augustus 1997), voorwoord.



8. Redemptoris missio, 63.



9. A.w., 67.



10. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters, Inleiding; Pastores dabo vobis, 2 en 14.



11. Vgl. Johannes Paulus II, Encycliek Fides et Ratio (14 september 1998), 62.



12. Vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 171.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License