Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de Clerus
Priester en derde millennium

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk IV Liefhebbende geestelijke herders van de hun toevertrouwde kudde "Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen" (Joh 10,11)
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

Hoofdstuk IV

Liefhebbende geestelijke herders van de hun toevertrouwde kudde

"Een goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen" (Joh 10,11)

1. Met Christus, om de barmhartigheid van de Vader zichtbaar te maken en te verbreiden

"De Kerk leidt haar ware leven wanneer zij de barmhartigheid belijdt en verkondigt – de meest bewonderenswaardige eigenschap van de Schepper en Verlosser – en alle mensen trekt tot de bronnen van barmhartigheid van de Heiland, welke zij bewaart en uitdeelt." 81 Hiermee onderscheidt de Kerk zich wezenlijk van alle andere instellingen die het welzijn van de mensen beogen en een grote rol spelen op het gebied van solidariteit en zorg voor mensen. Hoewel soms zelfs doortrokken van religieuze geest zullen deze nooit uit zichzelf Gods barmhartigheid daadwerkelijk aan de mensen kunnen toedelen. Tegenover een geseculariseerde opvatting over barmhartigheid die de mens niet van binnen uit kan omvormen, verschijnt de in de Kerk geboden barmhartigheid van God als vergeving en heilsmiddel. Wil ze daadwerkelijk effect hebben op de mens, dan moet hij over zijn wezen, handelen en schuld de onverkorte waarheid aanvaarden. Vandaar dat berouw noodzakelijk is, en er gewezen moet worden op het verband tussen de verkondiging van de barmhartigheid en van de volle waarheid. Wat hier gezegd wordt is van groot belang voor de priesters, die in en door de Kerk op heel eigen wijze geroepen zijn om het mysterie van de liefde van de Vader te ontsluieren en tegelijk te effectueren door middel van hun ambtswerk, waarbij zij "de waarheid spreken in liefde" (Ef 4,15) en zich laten leiden door de bewegingen van de heilige Geest.

De ontmoeting met Gods barmhartigheid voltrekt zich in Christus in wie Gods vaderliefde zichtbaar wordt. Op het eigen moment dat Hij zijn messiaanse opdracht bekend maakt (vgl. Lc 4,18) openbaart Christus zich als de barmhartigheid van de Vader jegens allen die in nood verkeren, met name de zondaars die vergiffenis en inwendige vrede behoeven. "Tegenover deze mensen vooral wordt de Messias een gemakkelijk te lezen teken van God, die liefde is; Hij wordt het teken van de Vader. En in dat zichtbare teken kunnen ook de mensen van onze tijd – juist zoals de mensen van toen – de Vader zien." 82 "God is liefde" (1Joh 4,16) en kan zich slechts als barmhartigheid openbaren. 83 Uit liefde heeft de Vader door het offer van zijn Zoon betrokken willen worden in het drama van het heil van de mensen.

Terwijl in Christus’ prediking de barmhartigheid reeds indrukwekkende trekken vertoont die alles waartoe mensen in staat zijn te boven gaan – zoals duidelijk blijkt uit de parabel van de verloren zoon (vgl. Lc 15,11-32) – wordt ze heel in het bijzonder zichtbaar in zijn zelfopoffering op het kruis. De gekruisigde Christus is de radicale openbaring van de barmhartigheid van de Vader, dat wil zeggen "van de liefde, die zich tegen alles verzet dat de wortel zelf van het kwaad in de mensengeschiedenis uitmaakt, met name tegen de zonde en de dood".84 In de christelijke traditie der spiritualiteit heeft men in het Allerheiligst Hart van Jezus die de harten van de priesters tot zich trekt, een diepe en geheimnisvolle synthese gezien van de onbegrensde barmhartigheid van de Vader.

De soteriologische dimensie van het gehele munus pastorale van de priester is dus geconcentreerd op het eucharistisch offer, gedachtenisviering van Jezus’ levensoffer. "Tussen de centrale plaats van de eucharistie, de pastorale liefde en de eenheid van leven van de priester bestaat een intieme samenhang ... . De priester biedt aan Christus, de eeuwige Hogepriester, zijn verstand, wil, stem en handen aan, opdat door zijn bediening Christus aan de Vader het sacramentele offer van verlossing kan opdragen. Hij moet dus leren denken en doen als zijn Meester en, zoals Hij, als gave voor zijn broeders en zusters leven. Hij moet daarom leren zich intiem te verenigen met de offergave, en heel zijn leven op het offeraltaar neerleggen als teken van de vrije en voorkomende liefde van God." 85 In de blijvende gave van het eucharistisch offer, gedachtenisviering van Jezus’ dood en verrijzenis, hebben de priesters op sacramentele wijze het unieke en heel bijzondere vermogen ontvangen om als bedienaren aan de mensen het getuigenis te brengen van Gods eindeloze liefde die zoals uit de verdere heilsgeschiedenis blijkt, machtiger is dan de zonde. De Christus van pasen is de uiteindelijke incarnatie van de barmhartigheid, het tegelijk historisch, heilbrengend en eschatologisch levend teken daarvan. 86 Priesterschap is met de woorden van de pastoor van Ars "het liefhebben van Jezus’ hart".87 Dankzij hun wijding en ambtswerk zijn de priesters ook een levend en daadwerkelijk teken van deze grote liefde, van dit ‘amoris officium’ waarover Augustinus sprak. 88




81. Dives in misericordia, 13c.



82. A.w., 3.



83. Vgl. a.w., 13.



84. A.w., 8.



85. Directorium voor het ambt en het leven van de priesters, 48.



86. Vgl. Pastores dabo vobis, 8.



87. Vgl. Jean-Marie Vianney, curé d’Ars, sa pensée, son coeur, présentés par Bernard Nodet (Le Puy 1960), 100.



88. Augustinus, In Johannis evangelium tractatus, 123, 5, in: ccl 36, 678.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License