Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | tha" - "Kom, Heer Jezus" (cf. Apk 22,17.20; 1Kor 16,22). ~
2 Inl,1 | de "troon van het Lam" (cf. Apk 22,1), de hele Kerk
3 Inl,1 | lest en ons nieuw maakt (cf. Joh 4,14). Het is de barmhartige
4 Inl,2 | aan de Kerk heeft gezegd (cf. Apk 2,7.11;17, vv.) ~
5 Inl,3 | breken van het Brood" (cf. Hnd 2,42), is "de ene,
6 I,5 | alles ontstaan is" (Joh 1,3; cf. Kol 1,15-16). Zijn Menswording,
7 I,5 | het Rijk Gods nabij komt (cf. Mc 1,15) en zich zelfs
8 I,5 | groeien tot een grote boom (cf. Mc 4,30-32). ~"Christus
9 I,8(6) | 1984, XVIII,5 1 blz. 921; cf. Tweede Vaticaans Oecumenisch
10 I,9 | in de morgen. te worden (cf. Jes 21,11-12) bij de dageraad
11 I,10 | Rijk Gods binnen te treden (cf. Mt 18,2-4). ~In het voetspoor
12 I,10 | oorsprong met hen heeft (cf. Mc 10,6-8). Ze hebben zich
13 I,13 | onze vader in het geloof" (cf. Rm 4,11-16). Ik heb echter
14 II,17 | de werking van de Geest (cf. Joh 15,26), die aan de
15 II,17 | getuigenis van de apostelen (cf. ibid., 27) die de levende
16 II,17 | eigen handen aangeraakt (cf. 1 Joh 1,1). ~Door hun bemiddeling
17 II,18 | betrouwbare getuigenissen (cf. Lc 1,3) terwijl ze tevens
18 II,18 | van zijn leven te Nazaret (cf. Lc 3,23), hebben ze een
19 II,18 | behorend tot een familie (cf. Mc 6,3). Ze spreken over
20 II,18 | de tempel van Jeruzalem (cf. Lc 2,4) en die Hem er toe
21 II,18 | van zijn stad te bezoeken (cf. Lc 4,16). ~Voor de periode
22 II,18 | apostelen, door Hem uitgekozen (cf. Mc 3,13-19), van een groep
23 II,18 | vrouwen die voor Hem zorgden (cf. Lc 8,2-3), van een menigte
24 II,18 | van de Geest ontvangen (cf. Joh 20,22) en de zending
25 II,19 | Emmaüs tot geloof gekomen (cf. Lc 24,13-35). De apostel
26 II,19 | verrezen Heer ontmoet had (cf. Joh 20,24-29). Hoewel hij
27 II,19 | van Caesarea van Filippus (cf. Mt 16,13-20). Jezus geeft
28 II,20 | Vader is daartoe vereist (cf. ibid). Lucas spreekt in
29 II,22 | geslacht van David" (Rom 1,3; cf. 9,5). ~Nu het rationalisme
30 II,22 | gedeeld, behalve in de zonde (cf. Heb 4,15). Vanuit dit oogpunt
31 II,22 | bezit van alle eeuwigheid (cf. Fil 2,6-8; 1 Pe 3,18). ~
32 II,23 | Jezus is "de nieuwe mens" (cf. Ef 4,24; Kol 3,10) die
33 II,24 | dit veelvuldig onderlijnd (cf. Mt 11,27; Lc 1,22); maar
34 II,25 | beker van Hem weg te nemen (cf. Mc 14,36). Maar de Vader
35 II,27 | vergeving bidt voor zijn beulen (cf. Lc 23,34) terwijl Hij eveneens
36 II,28 | weet toch dat ik U bemin" (cf. Joh 21,15-17). Ze zet haar
37 III,30 | de "driemaal Heilige" (cf. Js 6,3). Zeggen dat de
38 III,30 | juist om haar te heiligen (cf. Ef 5,25-26). Deze gave
39 III,30(16)| Orat. Dom. 23: PL 4, 553; cf. Lumen Gentium, nr. 4. ~
40 III,32(18)| Cf. Tweede Vaticaans Oecumenisch
41 III,33(19)| Cf. Congregation pour la Doctrine
42 III,35 | eerste dag na de sabbat" (cf. Mc 16,2.9; Lc 24,1; Joh
43 III,35 | Geest en de vrede schonk (cf. Joh 20,19-23) de christelijke
44 III,35 | christelijk geloof steunt (cf. 1 Kor 15,14), een gebeurtenis
45 III,36(23)| Cf. ibid, nr. 35: l.c., p.
46 III,38 | Christus niets kunnen doen" (cf. Joh 15,5). ~Het gebed doet
47 III,40 | geven als een nieuw talent (cf. Mt 25,15) dat de Heer ons
48 III,41 | honderdvoudige opgebracht (cf. Mt 13,3-23). Door hun voorbeeld
49 IV,42 | Geest die Jezus ons schenkt (cf. Rom 5,5), om ons zo "één
50 IV,42 | betekent dit alles "niets" (cf. 1 Kor 13,2). De liefde
51 IV,44(29) | Cf. Tweede Vaticaans Oecumenisch
52 IV,45(30) | Cf. Congregatie voor de Clerus
53 IV,46 | unieke Lichaam van Christus (cf. 1 Kor 12,12). Daarom is
54 IV,46 | tot de Heer van de oogst (cf. Mt 9,38) om roepingen tot
55 IV,47 | Christus voor zijn Kerk (cf. Ef 5,32). ~Op dit punt
56 IV,48 | de Kerk niet verdeeld is (cf. 1 Kor 1,11-13). Als zijn
57 IV,48(35) | Cf. Tweede Vaticaans Oecumenisch
58 IV,53 | goederen met de armsten (cf. Hand 2, 44-45). ~Het initiatief
59 IV,56 | de Geest van Waarheid (cf. Joh 14,17), die de Kerk
60 IV,57(45) | Cf Paus Johannes Paulus II,
61 Besl,58 | de stem van Jezus zelf (cf. Joh 19,26) zeg ik opnieuw
62 Besl,59 | van haar Zoon bewaarde (cf. Lc 2, 51). ~Moge de verrezen
|