Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | voorbije jaar het gelaat van haar bruidegom en Heer beschouwd.
2 Inl,2 | worden zich te bezinnen over haar vernieuwing om met een nieuw
3 Inl,2 | vernieuwing om met een nieuw elan haar taak van evangelisatie te
4 Inl,3 | een gestalte aanneemt die haar in staat stelt zich aan
5 Inl,3 | Jubeljaar. Iedere Kerk dient haar vurigheid te onderzoeken
6 Inl,3 | in de verscheidenheid van haar gaven en de eenheid van
7 Inl,3 | gaven en de eenheid van haar zending. ~
8 I,5 | Zijn Menswording, die haar bekroning vindt in het Paasmysterie
9 I,6 | maar ook voor de Kerk in haar geheel. Zij heeft zich de
10 I,6 | herinneren van veel van haar kinderen die in de loop
11 I,6 | het gelaat van Christus, haar Bruidegom. ~Sinds lang hadden
12 I,6 | gevraagd voor de zonden van al haar kinderen? Deze . zuivering
13 I,8 | hen. Een geschiedenis met haar vreugde, onrust, lijden
14 I,8 | het woord van Augustinus, haar pelgrimstocht voortzet "
15 I,11 | dit nieuw millennium, aan haar moederlijke zorg heb toevertrouwd. ~
16 I,12 | eeuwige Stad heeft zo nogmaals haar providentiële rol vervuld
17 I,12 | steeds welsprekender wijze haar mysterie zou tonen: het
18 II,23 | voor een antropologie die haar eigen grenzen kan overstijgen
19 II,23 | grenzen kan overstijgen en die haar eigen contradicties kan
20 II,27 | zaligheid en lijden. In haar “Dialogue de la Divine Providence” (
21 II,27 | tederheid van de liefde die haar geschonk en wordt. Zo volgen
22 II,27 | een gelijkaardige wijze haar doodstrijd in vereniging
23 II,28 | Voortaan houdt de Kerk haar ogen gevestigd op de verrezen
24 II,28 | cf. Joh 21,15-17). Ze zet haar weg verder met de apostel
25 II,28 | bewondert de Kerk, zijn Bruid, haar schat, haar bron van vreugde. "
26 II,28 | zijn Bruid, haar schat, haar bron van vreugde. "Dulcis
27 II,28 | ervaring sterkt de Kerk om haar weg verder te zetten, om
28 III,30 | hebben, in het bewustzijn van haar veeleisend karakter. Nu
29 III,30 | tot de herontdekking van haar "heiligheid". Heiligheid,
30 III,30 | heilig is, betekent dat we haar gezicht als Bruid van Christus
31 III,30 | heeft overgeleverd, juist om haar te heiligen (cf. Ef 5,25-
32 III,30 | Maar de gave houdt op haar beurt een opdracht in die
33 III,32 | christelijk gebed aanleren, door haar vóór alles in de liturgie
34 III,35 | hoogtepunt waarnaar de Kerk in al haar handelen streeft, en tevens
35 III,35 | tevens de bron waaruit al haar kracht voortvloeit". (20)
36 III,36 | die zo op krachtige wijze haar rol van sacrament van de
37 III,39 | ze verdient, blijkt uit haar plaats in het officieel
38 III,40 | samenleving die ondanks haar vele zwakheden, eigen aan
39 IV,49 | evangelie, evenzeer als aan haar orthodoxie, toetst de Kerk
40 IV,49 | orthodoxie, toetst de Kerk haar getrouwheid als bruid van
41 IV,56 | mysterie van de genade, met haar oneindig rijke dimensies
42 IV,56 | zelf nooit zal ophouden haar zoektocht te verdiepen met
43 IV,56 | menselijke ervaring, ondanks haar talrijke contradicties,
44 Besl,58| begeleidt ons op die weg. Aan haar heb ik, enkele maanden geleden,
45 Besl,58| de voorbije jaren, heb ik haar dikwijls voorgesteld en
46 Besl,58| evangelisatie". Ik stel haar weerom voor als het lichtend
47 Besl,58| uw kinderen" en ik bied haar de kinderlijke genegenheid
48 Besl,59| moeten wij navolgen: na haar pelgrimstocht naar de heilige
49 Besl,59| Jeruzalem, keerde zij naar haar huis in Nazaret terug, terwijl
50 Besl,59| Nazaret terug, terwijl ze in haar hart trouw het geheim van
51 Besl,59| hart trouw het geheim van haar Zoon bewaarde (cf. Lc 2,
|