Chapter, Paragraph
1 Inl,2 | Jubeljaar daaraan tegemoet? Onze edelmoedige inzet en onze
2 Inl,2 | Onze edelmoedige inzet en onze onvermijdelijke zwakheden
3 I,6 | gemaakt en waakzamer in onze gehechtheid aan het evangelie. ~
4 I,13 | voetstappen van Abraham "onze vader in het geloof" (cf.
5 I,15 | enkele krachtlijnen uit onze ervaringen tijdens het Jubeljaar.
6 I,15 | geschiedenis en het licht op onze weg. ~We moeten nu vooruitkijken
7 I,15 | contemplatie en het gebed. Onze tijd is een tijd van . altijd
8 II,16 | tweeduizend jaar geleden, stellen onze tijdgenoten, vaak onbewust,
9 II,16 | mochten meemaken en blijft onze blik meer dan ooit gevestigd
10 II,20 | ons op attent dat wij, met onze menselijke krachten alleen,
11 II,21 | Wij weten wel dat onze begrippen en woorden erg
12 II,25 | inderdaad als volgt verder: ~"Onze vaderen vertrouwden op U,
13 II,26 | Op het ogenblik dat Hij onze zonden op zich neemt, "verlaten"
14 II,28 | niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud
15 III,29 | begeleid en zij werd weer in onze harten verlevendigd door
16 III,29 | de grote uitdagingen van onze tijd. Neen, geen formule
17 III,33 | geliefde broeders en zusters, onze christelijke gemeenschappen
18 III,34 | van de Kerk ons uitnodigt onze dag toe te wijden en te
19 III,38 | afhankelijk te maken van onze bekwaamheid en programmering.
20 III,41 | gegeven, ze toonde ons dat onze tijd uitzonderlijk rijk
21 IV,42 | beschouwd, is het ondenkbaar dat onze pastorale plannen niet door
22 IV,43 | straalt op het gelaat van onze broeders en zusters. Een
23 IV,43 | het Mystiek Lichaam, voor onze broeder of zuster in het
24 IV,44 | snelle veranderingen van onze tijd. ~
25 IV,48 | Jubeljaar het mogelijk maakte onze blik op Christus te richten,
26 IV,48 | Kerk; ze is een gevolg van onze menselijke kwetsbaarheid
27 IV,48 | een heilzame aanklacht van onze traagheid en onze bekrompenheid
28 IV,48 | aanklacht van onze traagheid en onze bekrompenheid van hart.
29 IV,48 | gebed van Jezus, en niet op onze eigen bekwaamheid, steunt
30 IV,48 | Laten wij dus vol vertrouwen onze tocht verder zetten, uitkijkend
31 IV,49 | vergeten dat niemand van onze liefde kan uitgesloten worden
32 IV,50 | 50. In onze tijd zijn de noden die ons
33 IV,50 | christenen appelleren talrijk. Onze wereld treedt het nieuwe
34 IV,50 | is het mogelijk dat er in onze tijd nog mensen van honger
35 IV,54 | doet huiveren wanneer wij onze zwakheid zien die ons zo
36 Besl,58| met deze levende bron van onze hoop opnieuw in contact
37 Besl,58| van deze nieuwe eeuw moet onze stap meer alert zijn wanneer
38 Besl,58| waarop ieder van ons, elk van onze Kerken voortgaat, zijn talrijk.
39 Besl,58| morgenrood en de veilige gids op onze weg. Als echo van de stem
40 Besl,59| terecht. Integendeel, als onze pelgrimstocht authentiek
41 Besl,59| authentiek was, zijn daardoor onze benen soepeler geworden
42 Besl,59| te herkennen en zo naar onze broeders en zusters toe
|