Chapter, Paragraph
1 Inl,3 | millennium. Het Jubeljaar was niet enkel een herdenken
2 I,5 | volheid van de tijd gekomen was" (Gal 4,4). Als men Christus
3 I,7 | schenken. Voor sommigen was het Jubeljaar ook het jaar
4 I,9 | diep onderling begrip. Zo was het reeds vanaf de eerste
5 I,10 | niet enkel aan wie erbij was, maar ook aan wie erover
6 I,10 | Deze jubileumbijeenkomst was veelzeggend. Ontelbare families,
7 I,10 | het einde van het jaar, was er de sympathieke ontmoeting
8 I,11 | betekenis hebben. En dat was ook zo! Als de Eucharistie
9 I,11 | voorbijgaan aan zijn Moeder? Maria was aanwezig tijdens heel deze
10 I,12 | de oecumenische dimensie. Was er een betere gelegenheid
11 I,13 | Palestijnse gemeenschappen. Groot was mijn emotie bij het gebed
12 I,14 | Jubeljaar - hoe kon het anders - was ook een belangrijke tijd
13 I,14 | bijbelse vorm precies een tijd was waar de gemeenschap het
14 II,19 | verrijzenis aanschouwde was hetzelfde als dit van Jezus,
15 II,19 | gezien en aangeraakt had, was het in werkelijkheid enkel
16 II,19 | mysterie van dit gelaat. Dit was trouwens een ervaring die
17 II,19 | opgemerkt hebben, maar het was nog niet in staat om Hem
18 II,20 | Hij "eens aan het bidden was" (Lc 9,18). Deze twee gelijklopende
19 II,20 | ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid" (
20 II,23 | tezelfdertijd God en mens was heeft Hij ons ook het ware
21 II,24 | Hij nauwelijks twaalf jaar was, in de tempel van Jeruzalem
22 II,24 | bestaan zich reeds bewust was van zijn identiteit als
23 II,26 | gesteld hoe het mogelijk was dat Jezus tezelfder tijd
24 II,27 | Drie-eenheid, maar zijn doodstrijd was daarom niet minder smartelijk.
25 II,28 | 14). Jezus' verrijzenis was het antwoord van de Vader
26 II,28 | verhoord. Hoewel Hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school
27 II,28 | toen Hij tot de voleinding was gekomen, is Hij voor allen
28 III,30 | onderwerp hebben gehecht, was het niet om een soort spirituele
29 III,35 | vooral sinds het Concilie, was er grote vooruitgang in
30 III,37 | paenitentia hierover. Ze was het resultaat van de bijeenkomst
31 III,38 | altum! Bij deze visvangst was het Petrus die woorden van
32 III,41 | woord, dat in goede a arde was gezaaid, het honderdvoudige
33 IV,49 | me te drinken gegeven, ik was vreemdeling en jullie hebben
34 IV,49 | hebben mij opgenomen, ik was naakt en jullie hebben mij
35 IV,49 | jullie hebben mij gekleed, ik was ziek en jullie hebben naar
36 IV,49 | hebben naar me omgezien, ik was in de gevangenis en jullie
37 IV,54 | de maan"; dat zo geliefd was in de beschouwingen van
38 Besl,58| Gods plan mee te werken. Was het niet juist om met deze
39 Besl,59| pelgrimstocht authentiek was, zijn daardoor onze benen
|