Chapter, Paragraph
1 I,5 | gekomen was" (Gal 4,4). Als men Christus ziet in zijn goddelijk
2 I,9 | van Gods Geest zijn. Als men naar de jongeren kijkt,
3 I,10 | met aandrang te vragen dat men het economisch en sociaal
4 I,11 | het pogen te beleven. ~Als men de geboorte van de Zoon
5 I,11 | van de Zoon viert, hoe zou men dan kunnen voorbijgaan aan
6 I,12 | oecumenische dimensie ~12. Men zal begrijpen dat ik spontaan
7 I,12 | Ik had ook aanbevolen dat men in het programma van het
8 II,22 | culturele omstandigheden heeft men eerder de neiging gehad
9 II,24 | verworpen en veroordeeld werd: men zocht Hem inderdaad te doden
10 II,25 | gelaten?" (Mc 15,34). Kan men zich een gruwelijker kwelling,
11 II,26 | theologische traditie heeft men vaak de vraag gesteld hoe
12 III,31| oppervlakkige godsdienstigheid. Als men aan een doopleerling de
13 III,31| gedoopt worden?", vraagt men hem tezelfdertijd: "Wil
14 III,31| het zelf uitdrukte, mag men dit volmaaktheidsideaal
15 III,34| toewijding op toeleggen. Maar men vergist zich als men denkt
16 III,34| Maar men vergist zich als men denkt dat eenvoudige christenen
17 III,34| het nodige doorzicht dient men de volkse gebedsvormen te
18 III,34| het overwegen waard dan men in het algemeen denkt. De
19 III,36| Het is een engagement dat men niet mag loslaten, niet
20 III,40| evangelisatie, de tijd waarin men sprak over een 'christelijke
21 III,40| evangelische waarden. Vandaag dient men moedig een situatie onder
22 IV,42 | andere grote domein waarvoor men zich, op het niveau van
23 IV,42 | daarover zijn zo duidelijk dat men de draagwijdte ervan niet
24 IV,43 | initiatieven te programmeren, moet men een spiritualiteit van de
25 IV,45 | beter functioneren. Zoals men weet, worden deze raden
26 IV,46 | in het nieuwe leven dat men in het doopsel ontvangt,
27 IV,47 | moment dat wij nu beleven, nu men een onderhuidse en radicale
28 IV,49 | als bruid van Christus. ~Men mag zeker niet vergeten
29 IV,49 | opdracht. Door die optie legt men getuigenis af van de eigen
30 IV,49 | barmhartigheid. Zo zaait men in de geschiedenis het zaad
31 IV,50 | Deze nieuwe vormen treft men vaak aan in sectoren en
32 IV,51 | vaak het minst begrepen. Men wordt zelfs wrevelig wanneer
33 IV,51 | ethiek. In deze materies doet men soms beroep op een betwistbare
34 IV,52 | Kerk wordt voorgesteld. ~Men kent de inspanningen van
35 IV,53 | afgesloten, zal het geld dat men gespaard heeft, besteed
36 IV,53 | zijn van de communio die men ervaren heeft naar aanleiding
37 IV,55 | religieus pluralisme zoals men die kan verwachten in de
|