Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | Kerk dit voorbije jaar het gelaat van haar bruidegom en Heer
2 I,6 | schaduw hebben geworpen op het gelaat van Christus, haar Bruidegom. ~
3 I,7 | op een levende wijze het gelaat van Christus. ~Overigens
4 I,9 | Als aan de jeugd het ware gelaat van Christus wordt voorgesteld,
5 I,15 | de contemplatie van het Gelaat van Christus, beschouwd
6 II | II. EEN GELAAT OM TE CONTEMPLEREN ~
7 II,16 | de geschiedenis en zijn gelaat ook te laten oplichten voor
8 II,16 | toe zouden komen zelf zijn gelaat te contempleren. Het Jubeljaar
9 II,16 | dan ooit gevestigd op het gelaat van de Heer. ~
10 II,17 | evangelies ~17. Wanneer we het gelaat van Christus contempleren,
11 II,18 | gedaan om de trekken van dit gelaat vast te leggen, vanuit betrouwbare
12 II,19 | zagen" (Joh 20,20). Het gelaat van Christus dat de apostelen
13 II,19 | in het mysterie van dit gelaat. Dit was trouwens een ervaring
14 II,20 | contemplatie van Jezus' gelaat zullen komen, maar dat dit
15 II,23 | mijn hart: 'Ik zocht uw gelaat.' Uw gelaat blijf ik zoeken" (
16 II,23 | Ik zocht uw gelaat.' Uw gelaat blijf ik zoeken" (Ps 27,
17 II,23 | het aanschouwen van het gelaat van Christus. In Hem heeft
18 II,23 | heeft Hij ons ook het ware gelaat van de mens laten zien, "
19 II,24 | Het gelaat van de Zoon ~24. Het wezen
20 II,25 | Het gelaat van een lijdende ~25. Wanneer
21 II,25 | 25. Wanneer we Christus' gelaat beschouwen moeten we ook
22 II,25 | Om aan de mensheid het gelaat van de Vader terug te schenken,
23 II,25 | moest Jezus niet alleen het gelaat van de mens aannemen, maar
24 II,25 | aannemen, maar ook het "gelaat" van de zonde op zich nemen: "
25 II,28 | Het gelaat van de verrezen Heer ~28.
26 II,28 | Stille Zaterdag, het bebloede gelaat van Jezus voor ogen te houden,
27 II,28 | ogen te houden, want in dit gelaat is Gods leven verborgen
28 II,28 | beschouwen van Christus' gelaat mogen we niet blijven stilstaan
29 II,28 | plaats hadden. In Christus' gelaat bewondert de Kerk, zijn
30 III,32 | voor de beschouwing van het gelaat van de Vader. Deze drievuldigheidslogica
31 III,37 | Wij dienen opnieuw het gelaat van Christus te ontdekken,
32 III,40 | kerkelijke traditie, en het gelaat aannemen van de ontelbare
33 III,40 | schoonheid van het veelvormige gelaat van de Kerk. Het is wellicht
34 IV,42 | en zusters, werkelijk het gelaat van Christus hebben beschouwd,
35 IV,43 | licht ook straalt op het gelaat van onze broeders en zusters.
36 IV,49 | kunnen ontdekken op het gelaat van al diegenen met wie
37 Besl,59| vinden en bereid om zijn gelaat te herkennen en zo naar
|