Chapter, Paragraph
1 Inl,3 | vooral in elke Kerk dat het mysterie van het ene Godsvolk een
2 I,4 | viering van tweeduizend jaar mysterie van de Menswording beleefd
3 I,5 | beter begrijpen van het mysterie van Christus tegen de wijde
4 I,5 | zijn goddelijk en menselijk mysterie, is Hij fundament en centrum
5 I,6 | zuiverder zou worden om in het mysterie binnen te treden, werd dit
6 I,7 | dimensie te zijn om het mysterie van de Kerk tot uitdrukking
7 I,12 | welsprekender wijze haar mysterie zou tonen: het sacrament
8 I,13 | werd ingesteld. Ik heb het mysterie van het kruis opnieuw mogen
9 I,15 | historische trekken en in zijn mysterie, ontvangen in zijn meervoudige
10 I,15 | met u bezinnen over het mysterie van Christus die het absolute
11 II,17 | het einde vervuld van zijn mysterie. In het Oude Testament gebeurt
12 II,19 | kon binnentreden in het mysterie van dit gelaat. Dit was
13 II,19 | kern die de diepte van het mysterie raakt: "U bent de Messias,
14 II,20 | en zich ontwikkelen. Dit mysterie wordt op een unieke wijze
15 II,21 | Een ondoorgrondelijk mysterie ~21. Het Woord en het vlees,
16 II,21 | ondoorgrondelijke van dit mysterie enigszins te vatten. Jezus
17 II,23 | goddelijk leven. In het mysterie van de menswording werd
18 II,23 | soteriologische dimensie van het mysterie van de menswording. Het
19 II,24 | het 'grensgebied' van het mysterie van Jezus' zelfbewustzijn
20 II,24 | manier over de diepte van dit mysterie spreekt. In de synoptische
21 II,24 | groeide van het goddelijk mysterie dat tot vervulling zou komen
22 II,25 | paradoxale aspect van zijn mysterie durven onder ogen zien,
23 II,25 | dit dubbel aspect van het mysterie kan de mens slechts in aanbidding
24 II,25 | ondoorgrondelijke diepte van dit mysterie kunnen peilen. De gruwelijke
25 II,27 | 27. Tegenover dit mysterie kan naast het theologisch
26 II,27 | minder smartelijk. Het is een mysterie, maar ik kan u verzekeren
27 III,30 | herontdekking van de Kerk als "mysterie", dat wil zeggen als "het
28 III,35 | die in het centrum van het mysterie van de tijd staa t en die
29 III,35 | geschiedenis is, waaraan het mysterie van de oorsprong en dat
30 IV,42 | die het wezenlijke van het mysterie van de Kerk belichaamt en
31 IV,47 | sacrament, is ook het "grote mysterie" uitgedrukt van de bruidsliefde
32 IV,48 | gemaakt van de Kerk als mysterie van eenheid. "Ik geloof
33 IV,49 | die een lichtstraal op het mysterie van Christus doet schijnen.
34 IV,54 | mysterium lunae", het "mysterie van de maan"; dat zo geliefd
35 IV,56 | dat, ten aanzien van het mysterie van de genade, met haar
36 Besl,59| dat ons zo levendig het Mysterie van Jezus van Nazaret, Zoon
|