Chapter, Paragraph
1 Inl,3 | geliefde broeders en zusters, moeten we ons richten op de toekomst.
2 Inl,3 | profetie voor de toekomst. We moeten de genade die we hebben
3 I,10 | maakte van de houding die we moeten aannemen om het Rijk Gods
4 I,13 | 16). Ik heb echter vrede moeten nemen met een louter geestelijke
5 I,15 | het licht op onze weg. ~We moeten nu vooruitkijken en . naar
6 I,15 | wachten op ons en daarom moeten we een efficiënt pastoraal
7 I,15 | te doen om te doen. . We moeten weerstand bieden aan die
8 II,25 | Christus' gelaat beschouwen moeten we ook het meest paradoxale
9 II,25 | van psalm 22; die woorden moeten we begrijpen in het licht
10 III,29 | pinkstertoespraak: "Wat moeten wij doen?" (Hnd 2,37). ~
11 III,32 | vanzelfsprekend is. Bidden moeten we leren en net als de eerste
12 III,32 | als de eerste leerlingen moeten we telkens opnieuw aan de
13 III,33 | christelijke gemeenschappen moeten "authentieke scholen" van
14 III,35 | Eucharistie. In die richting moeten we verdergaan en vooral
15 III,38 | principe niet eerbiedigen, moeten we niet verwonderd zijn
16 III,40 | edelmoedige openheid. Wij moeten dit hartverwarmend getuigenis
17 IV,42 | jullie heb toegedragen, moeten jullie ook elkaar liefhebben" (
18 IV,45 | bewegingen. Met dit doel moeten de participatieorganen die
19 IV,45 | keuze te komen. ~Daartoe moeten wij die oude wijsheid beleven
20 IV,46 | de caritas. ~Ongetwijfeld moeten we ons edelmoedig inspannen,
21 IV,48 | engagement ~48. Hoe dringend moeten wij nu de communio in het
22 IV,49 | beschouwing van Christus, moeten wij Hem ook kunnen ontdekken
23 IV,51 | gebieden tussenkomt. Toch moeten deze aspecten ter sprake
24 IV,52 | duidelijk dat dit alles zal moeten gerealiseerd worden in een
25 IV,52 | de leken die deze taken moeten behartigen om zo hun eigen
26 IV,52 | herleiden. In het bijzonder moeten de betrekkingen met de burgerlijke
27 IV,55 | deze nieuwe eeuw ter harte moeten nemen in de lijn die door
28 IV,56 | 15) aan te bieden. Wij moeten niet vrezen dat de identiteit
29 IV,56 | een goed nieuws dat wij moeten verkondigen. ~De Kerk mag
30 Besl,58| nog zijn werk verder: wij moeten een doordringende blik hebben
31 Besl,59| tocht die op ons wacht. Wij moeten het elan van de apostel
32 Besl,59| de contemplatie bij Maria moeten wij navolgen: na haar pelgrimstocht
|