Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | en ons nieuw maakt (cf. Joh 4,14). Het is de barmhartige
2 I,5 | dat "alles ontstaan is" (Joh 1,3; cf. Kol 1,15-16). Zijn
3 II,16 | Jezus willen ontmoeten" (Joh 12,21). Dit verzoek werd
4 II,17 | werking van de Geest (cf. Joh 15,26), die aan de oorsprong
5 II,17 | handen aangeraakt (cf. 1 Joh 1,1). ~Door hun bemiddeling
6 II,18 | de Geest ontvangen (cf. Joh 20,22) en de zending krijgen
7 II,19 | toen ze de Heer zagen" (Joh 20,20). Het gelaat van Christus
8 II,19 | verrezen Heer ontmoet had (cf. Joh 20,24-29). Hoewel hij Jezus'
9 II,20 | van genade en waarheid" (Joh 1,14). ~
10 II,21 | in mijn zijde te voelen" (Joh 20,27). Zoals Thomas knielt
11 II,21 | Mijn Heer! Mijn God!" (Joh 20,28). ~
12 II,22 | Woord is vlees geworden" (Joh 1,14). Deze schitterende
13 II,24 | en ik ben in de Vader" (Joh 10,38). ~We mogen aannemen
14 II,24 | zichzelf met God gelijk" (Joh 5,18). In Getsemane en Golgota
15 II,28 | toch dat ik U bemin" (cf. Joh 21,15-17). Ze zet haar weg
16 III,32 | blijven, jullie en Ik" (Joh 15,4). Deze wederkerigheid
17 III,33 | Mij aan hem openbaren" (Joh 14,21). Het gaat om een
18 III,35 | cf. Mc 16,2.9; Lc 24,1; Joh 20,1) waarop de verrezen
19 III,35 | en de vrede schonk (cf. Joh 20,19-23) de christelijke
20 III,38 | niets kunnen doen" (cf. Joh 15,5). ~Het gebed doet ons
21 IV,42 | elkaar de liefde bewaren" (Joh 13,35). Indien wij, geliefde
22 IV,42 | ook elkaar liefhebben" (Joh 13,34). ~Het andere grote
23 IV,48 | Vader, in mij en Ik in U" (Joh 17,21) - is tegelijk openbaring
24 IV,54 | het licht van de wereld" (Joh 8, 12) en als Hij aan zijn
25 IV,56 | Zoon heeft geschonken" (Joh 3,16). Dit alles, zoals
26 IV,56 | Waarheid en het Leven" (Joh 14,6), het heil vindt. De
27 IV,56 | Geest van Waarheid (cf. Joh 14,17), die de Kerk juist
28 IV,56 | volheid van de waarheid" (Joh 16,13) zal leiden. ~Dit
29 IV,56 | die "waait waar Hij wil" (Joh 3,8) doorheen de universele
30 Besl,58| eerste dag van de week" (Joh 20,19) aan de zijnen om
31 Besl,58| stem van Jezus zelf (cf. Joh 19,26) zeg ik opnieuw aan
32 Besl,59| hebben de Heer gezien!" (Joh 20,25). ~Dit zijn de zozeer
|