1-500 | 501-1000 | 1001-1472
Chapter, Paragraph
501 II,23 | blijf ik zoeken" (Ps 27,8). De aloude verzuchting van de
502 II,23 | De aloude verzuchting van de psalmist kon niet beter
503 II,23 | ook het ware gelaat van de mens laten zien, "Hij heeft
504 II,23 | zien, "Hij heeft ten volle de mens aan hemzelf geopenbaard". (12) ~
505 II,23 | geopenbaard". (12) ~Jezus is "de nieuwe mens" (cf. Ef 4,24;
506 II,23 | Ef 4,24; Kol 3,10) die de verloste mensheid oproept
507 II,23 | leven. In het mysterie van de menswording werd de grondslag
508 II,23 | van de menswording werd de grondslag gelegd voor een
509 II,23 | meer nog, om te komen tot de 'vergoddelijking'. Hierbij
510 II,23 | vergoddelijking'. Hierbij wordt de verloste mens in Christus
511 II,23 | opgenomen en deelt hij in de intimiteit van het leven
512 II,23 | intimiteit van het leven binnen de Drie-eenheid. De kerkvaders
513 II,23 | binnen de Drie-eenheid. De kerkvaders hebben sterk
514 II,23 | kerkvaders hebben sterk de nadruk gelegd op deze soteriologische
515 II,23 | dimensie van het mysterie van de menswording. Het is enkel
516 II,23 | menswording. Het is enkel omdat de Zoon van God waarachtig
517 II,23 | waarachtig mens geworden is dat de mens in staat is in Hem
518 II,23(12) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van deze
519 II,23(12) | Constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium
520 II,23(13) | Alexandrie, Redevoeringen tegen de Arianen, (vertaald door
521 II,23(13) | Arianen, (vertaald door C. J. De Vogel) Spectrum Utrecht ~
522 II,24 | Het gelaat van de Zoon ~24. Het wezen van
523 II,24 | Zoon ~24. Het wezen van de goddelijke en de menselijke
524 II,24 | wezen van de goddelijke en de menselijke natuur komt in
525 II,24 | menselijke natuur komt in de evangelies helder naar voor.
526 II,24 | zelfbewustzijn te betreden. De Kerk twijfelt er niet aan
527 II,24 | twijfelt er niet aan dat de evangelisten, vanuit hun
528 II,24 | waren, in Jezus' woorden de ware betekenis van zijn
529 II,24 | verduidelijken wanneer hij de eerste woorden van Jezus
530 II,24 | nauwelijks twaalf jaar was, in de tempel van Jeruzalem heeft
531 II,24 | met God, dat Hij namelijk de 'Zoon' is. Want wanneer
532 II,24 | zijn moeder Hem wijst op de angst en de pijn, waarmede
533 II,24 | Hem wijst op de angst en de pijn, waarmede zij en Jozef
534 II,24 | een duidelijke manier over de diepte van dit mysterie
535 II,24 | dit mysterie spreekt. In de synoptische evangelies wordt
536 II,24 | Hij heeft van zichzelf: "De Vader is in mij en ik ben
537 II,24 | Vader is in mij en ik ben in de Vader" (Joh 10,38). ~We
538 II,24 | werd, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de
539 II,24 | de gunst kwam bij God en de mensen" (Lc 2,52), stilaan
540 II,24 | Hij tastte niet alleen de sabbat aan, Hij noemde ook
541 II,24 | zelfbewustzijn het pijnlijkst op de proef gesteld worden. Maar
542 II,24 | dood zal niet in staat zijn de serene zekerheid te ondermijnen
543 II,24 | ondermijnen die Hij bezit: de Zoon te zijn van de hemelse
544 II,24 | bezit: de Zoon te zijn van de hemelse Vader. ~
545 II,25 | aspect van het mysterie kan de mens slechts in aanbidding
546 II,25 | aanbidding neerknielen. ~De doodstrijd van Jezus in
547 II,25 | doodstrijd van Jezus in de Olijfhof kunnen we ons in
548 II,25 | door het vooruitzicht van de beproeving die Hem wacht
549 II,25 | nemen (cf. Mc 14,36). Maar de Vader schijnt de kreet van
550 II,25 | Maar de Vader schijnt de kreet van zijn Zoon niet
551 II,25 | te willen horen. Om aan de mensheid het gelaat van
552 II,25 | mensheid het gelaat van de Vader terug te schenken,
553 II,25 | niet alleen het gelaat van de mens aannemen, maar ook
554 II,25 | maar ook het "gelaat" van de zonde op zich nemen: "Hem
555 II,25 | 5,21). ~Nooit zullen we de ondoorgrondelijke diepte
556 II,25 | mysterie kunnen peilen. De gruwelijke scherpte van
557 II,25 | God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?" (Mc 15,34).
558 II,25 | voorstellen? We willen zeker niet de werkelijkheid van die onnoembare
559 II,25 | richt, maakt Hij gebruik van de eerste verzen van psalm
560 II,25 | van het hele gebed waarin de psalmist in een ontroerende
561 II,25 | onder woorden brengt. Want de psalm gaat inderdaad als
562 II,26 | Dierbare broeders en zusters, de kreet van Jezus op het kruis
563 II,26 | wanhoop maar wel het gebed van de Zoon die in liefde zijn
564 II,26 | geeft Hij zich over" in de handen van zijn Vader. Zijn
565 II,26 | gevestigd. Juist omwille van de unieke kennis en ervaring
566 II,26 | manier, het gewicht van de zonde en Hij lijdt er onder.
567 II,26 | wat het betekent zich, in de zonde, te verzetten tegen
568 II,26 | zonde, te verzetten tegen de liefde van de Vader. Zijn
569 II,26 | verzetten tegen de liefde van de Vader. Zijn lijden is dan
570 II,26 | gruwelijke zielenpijn. In de theologische traditie heeft
571 II,26 | traditie heeft men vaak de vraag gesteld hoe het mogelijk
572 II,26 | en verwerken: enerzijds de diepe eenheid en verbondenheid
573 II,26 | zijn Vader, die van nature de bron is van vreugde en zaligheid,
574 II,26 | kreet van verlatenheid. De gelijktijdige aanwezigheid
575 II,26 | werkelijkheid ingebed in de onpeilbare diepte van de
576 II,26 | de onpeilbare diepte van de hypostatische vereniging. ~
577 II,27 | het patrimonium van wat we de "beleefde theologie" van
578 II,27 | beleefde theologie" van de heiligen zouden kunnen noemen,
579 II,27 | ons om gemakkelijker op de intuïtie van het geloof
580 II,27 | in te gaan, vooral door de bijzondere verlichting die
581 II,27 | sommigen hebben ontvangen van de Heilige Geest of zelfs doorheen
582 II,27 | Geest of zelfs doorheen de ervaring van de vreselijke
583 II,27 | doorheen de ervaring van de vreselijke beproeving die
584 II,27 | vreselijke beproeving die de mystieke traditie "de donkere
585 II,27 | die de mystieke traditie "de donkere nacht" noemt. Vaak
586 II,27 | gelijkaardigs beleefd als de ervaring van Jezus op het
587 II,27 | lijden. In haar “Dialogue de la Divine Providence” (Dialoog
588 II,27 | Providence” (Dialoog van de Goddelijke Voorzienigheid),
589 II,27 | Voorzienigheid), toont God de Vader aan Catharina van
590 II,27 | Catharina van Siëna dat in de ziel van de heiligen tegelijkertijd
591 II,27 | Siëna dat in de ziel van de heiligen tegelijkertijd
592 II,27 | lijden aanwezig kan zijn: "En de ziel is vervuld van zaligheid
593 II,27 | van lijden omwille van de zonde van de mensen, van
594 II,27 | omwille van de zonde van de mensen, van zaligheid door
595 II,27 | mensen, van zaligheid door de vereniging en de tederheid
596 II,27 | zaligheid door de vereniging en de tederheid van de liefde
597 II,27 | vereniging en de tederheid van de liefde die haar geschonk
598 II,27 | Jezus ook beleefd heeft: "In de Olijfhof had Jezus deel
599 II,27 | deel aan alle vreugden van de Drie-eenheid, maar zijn
600 II,27(14) | Catharina van Siënna, Dialogue de la Divine Providence ~
601 II,27 | het lijdensverhaal uit de evangelies ondersteunt de
602 II,27 | de evangelies ondersteunt de visie van de Kerk over Jezus'
603 II,27 | ondersteunt de visie van de Kerk over Jezus' zelfbewustzijn,
604 II,27 | wordt dat Jezus zelfs in de diepste smart gedompeld,
605 II,28 | Het gelaat van de verrezen Heer ~28. Weliswaar
606 II,28 | Heer ~28. Weliswaar zal de Kerk nooit ophouden, zoals
607 II,28 | aanwezig en is het heil aan de wereld geschonken. Maar
608 II,28 | stilstaan bij het beeld van de gekruisigde. Hij is verrezen! "
609 II,28 | verrijzenis was het antwoord van de Vader op zijn gehoorzaamheid,
610 II,28 | zoals geschreven staat in de brief aan de Hebreeën: "
611 II,28 | geschreven staat in de brief aan de Hebreeën: "In de dagen van
612 II,28 | brief aan de Hebreeën: "In de dagen van zijn sterfelijk
613 II,28 | gesmeekt tot God, die Hem uit de dood kon redden. Na de doorstane
614 II,28 | uit de dood kon redden. Na de doorstane angst is Hij verhoord.
615 II,28 | Gods Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid
616 II,28 | geleerd; en toen Hij tot de voleinding was gekomen,
617 II,28 | 5,7-9). ~Voortaan houdt de Kerk haar ogen gevestigd
618 II,28 | Kerk haar ogen gevestigd op de verrezen Christus. Ze doet
619 II,28 | zet haar weg verder met de apostel Paulus, die op weg
620 II,28 | Tweeduizend jaar later beleeft de Kerk die gebeurtenissen
621 II,28 | Christus' gelaat bewondert de Kerk, zijn Bruid, haar schat,
622 II,28 | cordis gaudia"; hoe zoet is de herinnering aan Jezus, de
623 II,28 | de herinnering aan Jezus, de bron van de ware vreugde
624 II,28 | herinnering aan Jezus, de bron van de ware vreugde van het hart!
625 II,28 | hart! Deze ervaring sterkt de Kerk om haar weg verder
626 II,28 | millennium Christus aan de wereld te verkondigen: "
627 III,29 | jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld" (
628 III,29 | tot aan de voleinding van de wereld" (Mt 28,20). Deze
629 III,29 | broeders en zusters, heeft de Kerk gedurende tweeduizend
630 III,29 | harten verlevendigd door de viering van het Jubeljaar.
631 III,29 | op weg zijn. Bewust van de tegenwoordigheid van de
632 III,29 | de tegenwoordigheid van de Verrezen Heer onder ons,
633 III,29 | ons, stellen wij vandaag de vraag, die tot Petrus werd
634 III,29 | formule zou bestaan tegenover de grote uitdagingen van onze
635 III,29 | redden, maar een Persoon en de zekerheid die ze in ons
636 III,29 | gebaseerd is op het evangelie en de levende Traditie. Uiteindelijk
637 III,29 | te beleven en om met Hem de geschiedenis om te vormen
638 III,29 | geschiedenis om te vormen tot aan de voltooiing in het hemelse
639 III,29 | programma dat niet verandert met de wisseling van de tijden
640 III,29 | verandert met de wisseling van de tijden en culturen, zelfs
641 III,29 | oriëntaties die aangepast zijn aan de situatie van elke gemeenschap.
642 III,29 | Het Jubeljaar bood ons de uitzonderlijke kans om gedurende
643 III,29 | gemeenschappelijke weg voor heel de Kerk te bewandelen: een
644 III,29 | catechese rond het thema van de Drie-eenheid, samen met
645 III,29 | antwoord dat gegeven werd op de voorstellen die ik in mijn
646 III,29 | aandient, staan we voor de brede en veeleisende horizon
647 III,29 | veeleisende horizon van de gewone pastoraal. Midden
648 III,29 | gewone pastoraal. Midden de universele en onvervreemdbare
649 III,29 | al is geweest. Precies in de lokale Kerken kunnen de
650 III,29 | de lokale Kerken kunnen de concrete elementen van een
651 III,29 | personeel, het zoeken naar de vereiste middelen, - die
652 III,29 | het mogelijk maken om bij de verkondiging van Christus
653 III,29 | gemeenschappen te vormen en naar de diepte toe te handelen door
654 III,29 | handelen door te getuigen van de evangelische waarden over
655 III,29 | cultuur. ~Ik roep dus met klem de herders van de lokale Kerken
656 III,29 | met klem de herders van de lokale Kerken op, om geholpen
657 III,29 | Kerken op, om geholpen door de verschillende geledingen
658 III,29 | godsvolk, met vertrouwen de etappes van de komende weg
659 III,29 | vertrouwen de etappes van de komende weg uit te tekenen
660 III,29 | uit te tekenen en hierbij de opties van elke diocesane
661 III,29 | te brengen met deze van de naburige Kerken en met deze
662 III,29 | naburige Kerken en met deze van de universele Kerk. ~Deze harmonie
663 III,29 | vanzelfsprekend is geworden voor de bisschoppen in de Bisschoppenconferenties
664 III,29 | geworden voor de bisschoppen in de Bisschoppenconferenties
665 III,29 | Bisschoppenconferenties en in de Synodes. Ligt hierin ook
666 III,29 | Synodes. Ligt hierin ook niet de betekenis van de continentale
667 III,29 | ook niet de betekenis van de continentale bijeenkomsten
668 III,29 | continentale bijeenkomsten van de Bisschoppensynode, die de
669 III,29 | de Bisschoppensynode, die de voorbereiding van het Jubeljaar
670 III,29 | Jubeljaar gestalte gaven, door de grondlijnen uit te stippelen
671 III,29 | grondlijnen uit te stippelen voor de actuele verkondiging van
672 III,29 | opbouw en oriëntatie. Vanuit de ondervinding van het Jubeljaar
673 III,30 | De heiligheid ~30. Eerst en
674 III,30 | gebeuren in het perspectief van de heiligheid. Is dit niet
675 III,30 | heiligheid. Is dit niet de uiteindelijke betekenis
676 III,30 | uiteindelijke betekenis van de jubileumaflaat als een bijzondere
677 III,30 | leven van elke gedoopte in de diepte zou gezuiverd en
678 III,30 | dienen we hoofdstuk V van de dogmatische Constitutie
679 III,30 | dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen gentium, gewijd
680 III,30 | Lumen gentium, gewijd aan "de universele oproep tot heiligheid",
681 III,30 | betekenis te herontdekken. Als de concilievaders zoveel belang
682 III,30 | soort spirituele noot aan de ecclesiologie toe te voegen,
683 III,30 | het daglicht te stellen. De herontdekking van de Kerk
684 III,30 | stellen. De herontdekking van de Kerk als "mysterie", dat
685 III,30 | volk dat deel heeft aan de eenheid van Vader, Zoon
686 III,30 | eenheid van Vader, Zoon en de heilige Geest", (16) kon
687 III,30 | kon alleen maar leiden tot de herontdekking van haar "
688 III,30 | heiligheid". Heiligheid, in de fundamentele zin van het
689 III,30 | toebehoren aan Hem, die de Heilige is bij uitstek,
690 III,30 | Heilige is bij uitstek, de "driemaal Heilige" (cf.
691 III,30 | cf. Js 6,3). Zeggen dat de Kerk heilig is, betekent
692 III,30 | gedoopte aangebod en. ~Maar de gave houdt op haar beurt
693 III,30 | moet bepalen "want dit is de wil van God: dat u zich
694 III,30 | behoren, zijn geroepen tot de volheid van het christelijk
695 III,30 | het christelijk leven en de volmaaktheid van de liefde". (17) ~
696 III,30 | leven en de volmaaktheid van de liefde". (17) ~
697 III,30(16)| Cyprianus, De Orat. Dom. 23: PL 4, 553;
698 III,30(17)| Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, nr.
699 III,31 | en er het fundament van de pastorale programmatie van
700 III,31 | kan op het eerste zicht de schijn wekken weinig operationeel
701 III,31 | te zijn. Is het mogelijk de heiligheid te "programmeren"?
702 III,31 | in een pastoraal plan? ~De pastorale programmatie in
703 III,31 | programmatie in het teken van de heiligheid stellen, is in
704 III,31 | heiligheid stellen, is in de praktijk een keuze met vergaande
705 III,31 | vergaande gevolgen. Het drukt de overtuiging uit dat, indien
706 III,31 | waarlijk binnenvoert in de heiligheid van God, door
707 III,31 | heiligheid van God, door de opname in Christus en de
708 III,31 | de opname in Christus en de inwoning van zijn Geest,
709 III,31 | men aan een doopleerling de vraag stelt: "Wil je gedoopt
710 III,31 | het radicaal karakter van de Bergrede voorhouden. "Jullie
711 III,31 | voor enkele 'genieën' in de heiligheid zou haalbaar
712 III,31 | heiligheid zou haalbaar zijn. De wegen naar de heiligheid
713 III,31 | haalbaar zijn. De wegen naar de heiligheid zijn veelvuldig
714 III,31 | heiligheid zijn veelvuldig en op de maat van ieders roeping.
715 III,31 | ieders roeping. Ik dank de Heer, die mij de mogelijkheid
716 III,31 | Ik dank de Heer, die mij de mogelijkheid schonk, om
717 III,31 | mogelijkheid schonk, om de voorbije jaren talrijke
718 III,31 | leken die heilig werden in de meest gewone levensomstandigheden.
719 III,31 | opnieuw aan allen vastberaden de 'hoge waarde' van het dagdagelijkse
720 III,31 | houden: heel het leven van de kerkelijke gemeenschap en
721 III,31 | een echte pedagogie van de heiligheid vereist, die
722 III,31 | rijke aanbod aan eenieder, de tra diti onele vormen van
723 III,31 | dienen samen te gaan met de recentere vormen, aangereikt
724 III,31 | verenigingen en bewegingen die door de Kerk erkend zijn. ~
725 III,32 | Voor deze pedagogie van de heiligheid is er een christendom
726 III,32 | christendom nodig dat zich in de eerste plaats onderscheidt
727 III,32 | plaats onderscheidt door de kunst van het gebed. Het
728 III,32 | moeten we leren en net als de eerste leerlingen moeten
729 III,32 | moeten we telkens opnieuw aan de goddelijke Leermeester deze
730 III,32 | het gebed voltrekt zich de dialoog met Christus die
731 III,32 | wederkerigheid is het wezen zelf, de ziel van het christelijk
732 III,32 | christelijk leven en zij is de voorwaarde van elk authentiek
733 III,32 | tot stand gebracht door de heilige Geest en opent ons,
734 III,32 | door en in Christus, voor de beschouwing van het gelaat
735 III,32 | beschouwing van het gelaat van de Vader. Deze drievuldigheidslogica
736 III,32 | door haar vóór alles in de liturgie ten volle te beleven,
737 III,32 | kerkelijk leven,(18) maar ook in de persoonlijke gebedservaring,
738 III,32 | geen enkel motief heeft om de toekomst met vrees tegemoet
739 III,32 | omdat het voortdurend tot de bron terugkeert en er zich
740 III,32(18)| Concilie, Constitutie over de heilige liturgie, Sacrosanctum
741 III,33 | dat we heden ten dage in de wereld - ondanks de gestage
742 III,33 | dage in de wereld - ondanks de gestage ontwikkeling van
743 III,33 | gestage ontwikkeling van de secularisatie - een diffuse
744 III,33 | gebed, niet een "teken van de tijd"? De andere godsdiensten
745 III,33 | een "teken van de tijd"? De andere godsdiensten die
746 III,33 | rijkelijk aanwezig zijn in de streken die vroeger traditioneel
747 III,33 | aantrekkelijke vormen. Wij die de genade bezitten in Christus
748 III,33 | geloven, Openbaring van de Vader en Verlosser van de
749 III,33 | de Vader en Verlosser van de wereld, wij hebben de plicht
750 III,33 | van de wereld, wij hebben de plicht te tonen tot welke
751 III,33 | te tonen tot welke diepte de verbondenheid met Hem kan
752 III,33 | verbondenheid met Hem kan leiden. ~De grote mystieke traditie
753 III,33 | grote mystieke traditie van de Kerk, zowel in het Oosten
754 III,33 | liefdesdialoog kan uitgroeien en de menselijke persoon totaal
755 III,33 | persoon totaal laat opgaan in de goddelijke Geliefde, beroerd
756 III,33 | beroerd door het contact met de Geest, en zich kinderlijk
757 III,33 | toevertrouwend aan het hart van de Vader. Dan hebben we een
758 III,33 | liefheeft zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft, en
759 III,33 | totaal gedragen is door de genade, maar evenwel een
760 III,33 | pijnlijke uitzuiveringen (de "donkere nacht") kent, maar
761 III,33 | onuitsprekelijke vreugde leidt, door de mystici beleefd als "eenheid
762 III,33 | beleefd als "eenheid met de Bruidegom". Kunnen wij,
763 III,33 | lichtende getuigenissen, de leer vergeten van Sint Jan
764 III,33 | Jan van het Kruis en van de Heilige Theresia van Avila? ~
765 III,33 | van gebed worden, waar de ontmoeting met Christus
766 III,33 | afkeert van het engagement in de tijd: het hart openen voor
767 III,33 | liefde opent het ook voor de liefde tot de broeders en
768 III,33 | het ook voor de liefde tot de broeders en stelt het in
769 III,33(19)| Congregation pour la Doctrine de la Foi, Lettre sur quelques
770 III,33(19)| Lettre sur quelques aspects de la méditation chrétienne,
771 III,34 | extravagante vormen van bijgeloof. ~De opvoeding tot gebed wordt
772 III,34 | Persoonlijk voorzie ik tijdens de catecheses op woensdag een
773 III,34 | woensdag een bezinning over de psalmen, te beginnen met
774 III,34 | te beginnen met deze van de lauden waarmee het openbaar
775 III,34 | waarmee het openbaar gebed van de Kerk ons uitnodigt onze
776 III,34 | het zijn als niet alleen de religieuze communiteiten
777 III,34 | religieuze communiteiten maar ook de parochiale gemeenschappen
778 III,34 | nodige doorzicht dient men de volkse gebedsvormen te herwaarderen
779 III,34 | op te voeden. Een dag van de christelijke gemeenschap,
780 III,34 | christelijke gemeenschap, waarop de vele vormen van pastoraal
781 III,34 | pastoraal en getuigenis in de wereld worden samengebracht
782 III,34 | men in het algemeen denkt. De ervaring van vele christelijk
783 III,35 | De zondagseucharistie ~35.
784 III,35 | zondagseucharistie ~35. De grootste aandacht moet dus
785 III,35 | aandacht moet dus gaan naar de liturgie, "het hoogtepunt
786 III,35 | het hoogtepunt waarnaar de Kerk in al haar handelen
787 III,35 | handelen streeft, en tevens de bron waaruit al haar kracht
788 III,35 | kracht voortvloeit". (20) In de twintigste eeuw, vooral
789 III,35 | er grote vooruitgang in de manier waarop de christelijke
790 III,35 | vooruitgang in de manier waarop de christelijke gemeenschap
791 III,35 | christelijke gemeenschap de sacramenten viert, vooral
792 III,35 | sacramenten viert, vooral de Eucharistie. In die richting
793 III,35 | vooral belang hechten aan de Eucharistie op zondag en
794 III,35 | Eucharistie op zondag en aan de zondag zelf, als een bijzondere
795 III,35 | dag van geloof, dag van de verrezen Heer en van de
796 III,35 | de verrezen Heer en van de gave van de Geest, een echt
797 III,35 | Heer en van de gave van de Geest, een echt wekelijks
798 III,35(20)| Concilie, Constitutie over de heilige liturgie, Sacrosanctum
799 III,35 | tweeduizend jaar ritmeert de herinnering aan die "eerste
800 III,35 | herinnering aan die "eerste dag na de sabbat" (cf. Mc 16,2.9;
801 III,35 | Lc 24,1; Joh 20,1) waarop de verrezen Christus aan de
802 III,35 | de verrezen Christus aan de apostelen de gave van de
803 III,35 | Christus aan de apostelen de gave van de Geest en de
804 III,35 | de apostelen de gave van de Geest en de vrede schonk (
805 III,35 | de gave van de Geest en de vrede schonk (cf. Joh 20,
806 III,35 | schonk (cf. Joh 20,19-23) de christelijke tijd. De werkelijkheid
807 III,35 | 23) de christelijke tijd. De werkelijkheid van Christus'
808 III,35 | centrum van het mysterie van de tijd staa t en die een voorafbeelding
809 III,35 | een voorafbeelding is van de jongste dag waarop Christus
810 III,35 | zijn handen draagt, Hij, de "Koning der koningen en
811 III,35 | elke zondag te vieren, wil de Kerk aan "iedere generatie
812 III,35 | generatie laten zien wat de spil van de geschiedenis
813 III,35 | laten zien wat de spil van de geschiedenis is, waaraan
814 III,35 | waaraan het mysterie van de oorsprong en dat van de
815 III,35 | de oorsprong en dat van de uiteindelijke bestemming
816 III,35 | uiteindelijke bestemming van de wereld verbonden zijn". (22) ~
817 III,35(21)| Apostolische brief over de heiliging van de zondag,
818 III,35(21)| brief over de heiliging van de zondag, Dies Domini (31
819 III,36 | Zoals ik het reeds deed in de apostolische brief 'Dies
820 III,36 | willen aandringen opdat de deelname aan de Eucharistie
821 III,36 | aandringen opdat de deelname aan de Eucharistie voor elke gedoopte
822 III,36 | gedoopte werkelijk het hart van de zondag zou zijn. Het is
823 III,36 | culturen en religies, zelfs in de landen waar het christendom
824 III,36 | vele streken zijn of worden de christenen een "kleine kudde" (
825 III,36 | 32). Dit plaatst hen voor de uitdaging om specifieke
826 III,36 | identiteit sterker te beleven in de eenzaamheid en in moeilijke
827 III,36 | moeilijke omstandigheden. De zondagsplicht heeft hiermee
828 III,36 | van God samengebracht rond de tafel van het Woord en het
829 III,36 | en het Brood des Levens. De zondagseucharistie is dan
830 III,36 | natuurlijk tegengif tegen de ve reenzaming. Zij is de
831 III,36 | de ve reenzaming. Zij is de bevoor rech te plaats waar
832 III,36 | plaats waar telkens opnieuw de communio wordt verkondigd
833 III,36 | onderhouden. Precies door de deelname aan de Eucharistie
834 III,36 | Precies door de deelname aan de Eucharistie wordt de dag
835 III,36 | aan de Eucharistie wordt de dag van de Heer ook de dag
836 III,36 | Eucharistie wordt de dag van de Heer ook de dag van de Kerk (23)
837 III,36 | wordt de dag van de Heer ook de dag van de Kerk (23) die
838 III,36 | van de Heer ook de dag van de Kerk (23) die zo op krachtige
839 III,36 | haar rol van sacrament van de eenheid kan uitoefenen. ~
840 III,37 | Het sacrament van de verzoening ~37. Ik vraag
841 III,37 | nieuwe pastorale moed in de dagelijkse pedagogie van
842 III,37 | dagelijkse pedagogie van de christelijke gemeenschappen
843 III,37 | christelijke gemeenschappen de praktijk van het sacrament
844 III,37 | praktijk van het sacrament van de verzoening op een overtuigende
845 III,37 | bevorderen. In 1984 handelde de postsynodale exhortatie
846 III,37 | Ze was het resultaat van de bijeenkomst van de Bisschoppensynode
847 III,37 | resultaat van de bijeenkomst van de Bisschoppensynode over deze
848 III,37 | het hoofd te bieden aan de crisis van 'het zondebesef'
849 III,37 | van 'het zondebesef' in de huidige cultuur. (24) Maar
850 III,37 | het boetesacrament, als "de gewone weg om vergiffenis
851 III,37 | bekomen en kwijtschelding van de zware zonden die na het
852 III,37 | werden bedreven". (25) Toen de Synode, waarover ik zojuist
853 III,37 | probleem aansneed, hadden allen de crisis van het sacram ent
854 III,37 | vooral in bepaalde delen van de wereld. De motieven die
855 III,37 | bepaalde delen van de wereld. De motieven die aan de grondslag
856 III,37 | wereld. De motieven die aan de grondslag van deze crisis
857 III,37 | hun toevlucht genomen tot de sacramentele boetvaardigheid.
858 III,37 | waarschijnlijk nodig dat de herders met meer vertrouwen,
859 III,37 | priesterschap, in tijden van crisis! De gaven van de Heer - en de
860 III,37 | van crisis! De gaven van de Heer - en de sacramenten
861 III,37 | De gaven van de Heer - en de sacramenten zijn de meest
862 III,37 | en de sacramenten zijn de meest kostbare - komen van
863 III,37 | van Hem die het hart van de mensen goed kent en die
864 III,37 | goed kent en die Heer van de geschiedenis is. ~
865 III,38 | Het primaat van de genade ~38. De pastorale
866 III,38 | primaat van de genade ~38. De pastorale programmering
867 III,38 | christelijk leven: het primaat van de genade. Steeds weer worden
868 III,38 | in iedere pastorale actie de resultaten afhankelijk te
869 III,38 | ons innerlijk leven en van de heiligheid. Als we dit principe
870 III,38 | achterlaten. Wij ervaren dan wat de leerlingen meemaakten in
871 III,38 | leerlingen meemaakten in de evangelieperikoop over de
872 III,38 | de evangelieperikoop over de wonderbare visvangst : "
873 III,38 | wonderbare visvangst : "De hele nacht hebben wij ons
874 III,38 | die het hart opent voor de genadestroom en die het
875 III,38 | sprak: "Op uw woord zal ik de netten uitgooien" (ibid.).
876 III,38 | ibid.). Vandaag is het de opvolger van Petrus, die
877 III,38 | begin van dit millennium de hele Kerk uitnodigt om deze
878 III,39 | Ongetwijfeld zijn het primaat van de heiligheid en het gebed
879 III,39 | Vaticaans Concilie heeft de uitzonderlijke betekenis
880 III,39 | woord voor het leven van de Kerk onderlijnd. Sindsdien
881 III,39 | en aandachtig lezen van de Heilige Schrift. De eerbied
882 III,39 | van de Heilige Schrift. De eerbied die ze verdient,
883 III,39 | het officieel gebed van de Kerk. De gelovigen en de
884 III,39 | officieel gebed van de Kerk. De gelovigen en de religieuze
885 III,39 | de Kerk. De gelovigen en de religieuze gemeenschappen
886 III,39 | meer vertrouwd geraakt met de Heilige Schrift en vele
887 III,39 | studies op toegelegd. Vooral de evangelisatie en de catechese
888 III,39 | Vooral de evangelisatie en de catechese kreeg een nieuwe
889 III,39 | een nieuwe impuls vanuit de aandacht voor het Woord
890 III,39 | verstevigen en te verdiepen en de Bijbel meer te verspreiden
891 III,39 | Bijbel meer te verspreiden in de families. Het is vooral
892 III,39 | levende ontmoeting en dat de antieke en de altijd actuel
893 III,39 | ontmoeting en dat de antieke en de altijd actuel e tr aditie
894 III,39 | altijd actuel e tr aditie van de lectio divina ons in staat
895 III,39 | in staat stelt, doorheen de bijbeltekst, het levende
896 III,40 | millennium, een prioriteit voor de Kerk. We dienen er voortaan
897 III,40 | een oude evangelisatie, de tijd waarin men sprak over
898 III,40 | uitdrukkelijk bekende tot de evangelische waarden. Vandaag
899 III,40 | van volkeren en culturen. De voorbije jaren heb ik vele
900 III,40 | te laten doordringen van de ijver van de apostolische
901 III,40 | doordringen van de ijver van de apostolische prediking na
902 III,40 | Mogen we bezield worden door de woorden van Paulus: "Wee
903 III,40 | nieuwe missionaire geest in de Kerk oproepen die niet enkel
904 III,40 | oproepen die niet enkel de zaak van een groep 'specialisten'
905 III,40 | specialisten' zal zijn maar die de verantwoordelijkheid van
906 III,40 | gebeuren in respect voor de eigen weg die ieder persoon
907 III,40 | gaat en met aandacht voor de verschillende culturen waarin
908 III,40 | verschillende culturen waarin de christelijke boodschap gestalte
909 III,40 | krijgt op die wijze dat de eigen waarden van ieder
910 III,40 | blijven in absolute trouw aan de evangelische boodschap en
911 III,40 | evangelische boodschap en de kerkelijke traditie, en
912 III,40 | het gelaat aannemen van de ontelbare culturen en volkeren
913 III,40 | ons vooral verheugd over de schoonheid van het veelvormige
914 III,40 | het veelvormige gelaat van de Kerk. Het is wellicht maar
915 III,40 | nauwelijks ontworpen icoon van de toekomst die Gods Geest
916 III,40 | jongeren, kinderen, zonder de meest radicale eisen van
917 III,40 | meest radicale eisen van de evangelische boodschap te
918 III,40 | we rekening te houden met de gevoeligheden en de taal
919 III,40 | met de gevoeligheden en de taal van eenieder, naar
920 III,40 | formuleer, denk ik vooral aan de jongerenpastoraal. Zoals
921 III,40 | Zoals ik reeds zei, gaven de jongeren in het Jubeljaar
922 III,40 | talent (cf. Mt 25,15) dat de Heer ons toevertrouwt opdat
923 III,41 | Jubeljaar gevierd werden! Voor de Kerk is het bloed van de
924 III,41 | de Kerk is het bloed van de martelaren altijd zaad van
925 III,41 | Tertullianus verwoord, is door de geschiedenis bevestigd.
926 III,41 | niet het geval zijn voor de eeuw en het millennium waar
927 III,41 | betrof, vooral verbonden met de eerste eeuwen van de christelijke
928 III,41 | met de eerste eeuwen van de christelijke tijdrekening.
929 III,41 | voorbeeld hebben zij ons de weg naar de toekomst gewezen
930 III,41 | hebben zij ons de weg naar de toekomst gewezen en "geëffend".
931 IV | IV. GETUIGEN VAN DE LIEFDE ~
932 IV,42 | als jullie onder elkaar de liefde bewaren" (Joh 13,
933 IV,42 | geïnspireerd worden: "Met de liefde die Ik jullie heb
934 IV,42 | zich, op het niveau van de universele Kerk en van de
935 IV,42 | de universele Kerk en van de plaatselijke Kerken, resoluut
936 IV,42 | resoluut moet inzetten, is de "communio" (koinonia), de
937 IV,42 | de "communio" (koinonia), de gemeenschap, die het wezenlijke
938 IV,42 | wezenlijke van het mysterie van de Kerk belichaamt en tot uitdrukking
939 IV,42 | brengt. Deze gemeenschap is de vrucht en de uitdrukking
940 IV,42 | gemeenschap is de vrucht en de uitdrukking van de liefde
941 IV,42 | vrucht en de uitdrukking van de liefde die ontspringt aan
942 IV,42 | ontspringt aan het hart van de hemelse Vader. Ze is in
943 IV,42 | ons hart uitgestort door de Geest die Jezus ons schenkt (
944 IV,42 | te bouwen, manifesteert de Kerk zich als "sacrament",
945 IV,42 | teken en het instrument van de intieme eenheid met God
946 IV,42 | intieme eenheid met God en van de eenheid van heel het menselijk
947 IV,42 | menselijk geslacht". (27) ~De woorden van de Heer daarover
948 IV,42 | geslacht". (27) ~De woorden van de Heer daarover zijn zo duidelijk
949 IV,42 | zijn zo duidelijk dat men de draagwijdte ervan niet kan
950 IV,42 | zal veel nodig zijn voor de tocht van de Kerk in de
951 IV,42 | nodig zijn voor de tocht van de Kerk in de geschiedenis;
952 IV,42 | de tocht van de Kerk in de geschiedenis; maar als de
953 IV,42 | de geschiedenis; maar als de liefde (agapè) ontbreekt,
954 IV,42 | zal alles nutteloos zijn. De apostel Paulus zelf herinnert
955 IV,42 | hieraan in zijn hymne aan de liefde: ook als wij de taal
956 IV,42 | aan de liefde: ook als wij de taal van mensen en engelen
957 IV,42 | verzetten", maar wij hebben de liefde niet, dan betekent
958 IV,42 | niets" (cf. 1 Kor 13,2). De liefde is werkelijk het "
959 IV,42 | werkelijk het "hart" van de kerk, zoals de Heilige Theresia
960 IV,42 | hart" van de kerk, zoals de Heilige Theresia van Lisieux
961 IV,42 | uitgeroepen als expert in de scientia amoris: "Ik begreep
962 IV,42 | amoris: "Ik begreep dat de Kerk een hart had en dat
963 IV,42 | brandde. Ik begreep dat alleen de Liefde de ledematen van
964 IV,42 | begreep dat alleen de Liefde de ledematen van de Kerk doet
965 IV,42 | Liefde de ledematen van de Kerk doet handelen (...).
966 IV,42 | handelen (...). Ik begreep dat de Liefde alle andere roepingen
967 IV,42 | roepingen in zich insluit, dat de Liefde alles is". (28) ~
968 IV,42(27) | Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, nr.
969 IV,43 | spiritualiteit van communio ~43. Van de Kerk het huis en de school
970 IV,43 | Van de Kerk het huis en de school van de communio maken:
971 IV,43 | het huis en de school van de communio maken: dat is de
972 IV,43 | de communio maken: dat is de grote uitdaging voor ons
973 IV,43 | Gods plan en als wij op de diepe verwachtingen van
974 IV,43 | diepe verwachtingen van de wereld een antwoord willen
975 IV,43 | zouden we onmiddellijk tot de actie kunnen overgaan. Maar
976 IV,43 | men een spiritualiteit van de communio bevorderen en deze
977 IV,43 | christenen worden gevormd, waar de bedienaren voor het altaar,
978 IV,43 | bedienaren voor het altaar, de Godgewijde personen, de
979 IV,43 | de Godgewijde personen, de pastorale verantwoordelijken
980 IV,43 | Een spiritualiteit van de communio is vooreerst een
981 IV,43 | hart naar het geheim van de Drie-eenheid die in ons
982 IV,43 | Een spiritualiteit van de communio betekent tot aandacht
983 IV,43 | aandacht in staat te zijn; in de diepe eenheid van het Mystiek
984 IV,43 | beschouwen als "een van de onzen", hun vreugde en hun
985 IV,43 | In een spiritualiteit van de communio zijn we in staat
986 IV,43 | vooral het positieve in de andere te zien, de ander
987 IV,43 | positieve in de andere te zien, de ander te aanvaarden en te
988 IV,43 | betekent een spiritualiteit van de communio dat we aan de ander "
989 IV,43 | van de communio dat we aan de ander "een eigen plaats"
990 IV,43 | Gal 6,2) te dragen en door de bekoringen van het egoïsme
991 IV,43 | geestelijke groei, kunnen de uitwendige middelen om de
992 IV,43 | de uitwendige middelen om de communio te realiseren,
993 IV,43 | dan een uitdrukking van de communio of een weg om erin
994 IV,44 | nieuwe eeuw meer dan ooit de ruimte en de middelen te
995 IV,44 | meer dan ooit de ruimte en de middelen te ontwikkelen
996 IV,44 | ontwikkelen die, volgens de grote oriëntaties van het
997 IV,44 | Concilie, kunnen helpen om de communio waar te maken.
998 IV,44 | niet vooral te denken aan de specifieke diensttaken van
999 IV,44 | specifieke diensttaken van de communio, namelijk het ambt
1000 IV,44 | daarmee nauw verbonden, de bisschoppelijke collegialiteit?
1-500 | 501-1000 | 1001-1472 |