1-500 | 501-970
Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | 1. BIJ DE AANVANG VAN HET NIEUWE MILLENNIUM, nu
2 Inl,1 | Jezus na zijn onderricht van de menigte, vanuit de boot
3 Inl,1 | menigte, vanuit de boot van Simon, tot deze apostel
4 Inl,1 | vertrouwden op het woord van Christus en wierpen de netten
5 Inl,1 | voorbije jaar het gelaat van haar bruidegom en Heer beschouwd.
6 Inl,1 | Hem die "de grote herder van de schapen" is (Heb 13,20).
7 Inl,1 | werden opgenomen, is het Volk van God in Rome, in Jeruzalem
8 Inl,1 | Hij is de eindbestemming van de geschiedenis en de enige
9 Inl,1 | geschiedenis en de enige Verlosser van de wereld; tot Hem hebben
10 Inl,1 | wat de genade in de loop van het jaar in de harten heeft
11 Inl,1 | staat vast dat "een stroom van leven", die voortdurend
12 Inl,1 | ontspringt aan de "troon van het Lam" (cf. Apk 22,1),
13 Inl,1 | doordrenkt. Het is het water van de Geest dat de dorst lest
14 Inl,1 | is de barmhartige liefde van de Vader die zich nogmaals
15 Inl,1 | in Christus. Aan het eind van dit jaar mogen we opnieuw
16 Inl,2 | lofzang voort te zetten. Van bij het begin van mijn pontificaat,
17 Inl,2 | zetten. Van bij het begin van mijn pontificaat, zag ik
18 Inl,2 | een nieuw elan haar taak van evangelisatie te vervullen. ~
19 Inl,2 | zijn voor "wat de liefde van de Heer heeft gedaan". "
20 Inl,3 | niet enkel een herdenken van het verleden maar ook een
21 Inl,3 | Kerken wil uitnodigen. In elk van deze Kerken die, verzameld
22 Inl,3 | verenigd zijn in het "breken van het Brood" (cf. Hnd 2,42),
23 Inl,3 | elke Kerk dat het mysterie van het ene Godsvolk een gestalte
24 Inl,3 | culturen. ~Het geworteld zijn van de Kerk in tijd en ruimte
25 Inl,3 | instantie de beweging zelf van de Incarnatie. Daarom is
26 Inl,3 | ik, vanuit het dienstambt van Petrus, tot besluit van
27 Inl,3 | van Petrus, tot besluit van dit Jubeljaar met deze brief
28 Inl,3 | manifesteert in de verscheidenheid van haar gaven en de eenheid
29 Inl,3 | haar gaven en de eenheid van haar zending. ~
30 Inl,3(1) | over het herderlijke ambt van de bisschoppen in de Kerk,
31 I | ONTMOETING MET CHRISTUS, ERFENIS VAN HET JUBELJAAR ~
32 I,4 | In de Bul tot afkondiging van het Jubeljaar 2000 drukte
33 I,4 | wens uit dat de viering van tweeduizend jaar mysterie
34 I,4 | tweeduizend jaar mysterie van de Menswording beleefd zou
35 I,4 | verzoening en een teken van authentieke hoop voor hen
36 I,4 | zijn Kerk" (3). De ervaring van het jubeljaar heeft zich
37 I,4 | barmhartigheid liet aanvoelen, van wie "elke goede gave en
38 I,4 | en vooral aan de dimensie van de lofprijzing. Daar ligt
39 I,4 | Daar ligt de oorsprong van elk authentiek gelovig antwoord
40 I,4 | antwoord op de openbaring van God in Christus. Het christendom
41 I,4 | God niet enkel de schepper van de wereld en de mens is
42 I,4 | heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken
43 I,4 | is gedaan aan de frisheid van dit . heden. , waarmee de
44 I,4 | herders de wondere gebeurtenis van de geboorte van Jezus te
45 I,4 | gebeurtenis van de geboorte van Jezus te Betlehem hebben
46 I,4 | Vandaag is in de stad van David uw Redder geboren;
47 I,4 | zijn zending in de synagoge van Nazaret ten aanzien van
48 I,4 | van Nazaret ten aanzien van zijn verbaasde stadgenoten.
49 I,4 | stadgenoten. Hij paste de profetie van Jesaja toe op zichzelf: "
50 I,4 | steeds troost in dit . heden. van het heil dat op het Kruis
51 I,4 | dat op het Kruis de deuren van het Rijk Gods heeft geopend
52 I,5 | twijfel dat het samenvallen van dit Jubeljaar met het binnentreden
53 I,5 | tot een beter begrijpen van het mysterie van Christus
54 I,5 | begrijpen van het mysterie van Christus tegen de wijde
55 I,5 | Christus tegen de wijde horizon van de heilsgeschiedenis. Het
56 I,5 | Israël om zo de geboorte van zijn Zoon in de schoot van
57 I,5 | van zijn Zoon in de schoot van Maria voor te bereiden "
58 I,5 | bereiden "toen de volheid van de tijd gekomen was" (Gal
59 I,5 | Hij fundament en centrum van de geschiedenis. Hij is
60 I,5 | en het uiteindelijke doel van. Het is inderdaad door Hem,
61 I,5 | Hem, die Woord en Beeld van de Vader is, dat "alles
62 I,5 | Paasmysterie en in de gave van de Geest, is het kloppend
63 I,5 | Geest, is het kloppend hart van de tijd, het mysterievolle
64 I,6 | De zuivering van het geheugen ~6. Opdat ons
65 I,6 | roepen en de bijzondere gave van de aflaat te bekomen, maar
66 I,6 | ontrouw willen herinneren van veel van haar kinderen die
67 I,6 | willen herinneren van veel van haar kinderen die in de
68 I,6 | kinderen die in de loop van de geschiedenis een schaduw
69 I,6 | hebben geworpen op het gelaat van Christus, haar Bruidegom. ~
70 I,6 | onderkennen waar, in de loop van de twee eerste millennia,
71 I,6 | de ontroerende liturgie van 12 maart 2000 kunnen vergeten,
72 I,6 | mij tot tolk heb gemaakt van de Kerk en vergiffenis heb
73 I,6 | gevraagd voor de zonden van al haar kinderen? Deze .
74 I,6 | kinderen? Deze . zuivering van het geheugen. heeft ons
75 I,6 | heeft ons gesterkt op de weg van de toekomst. Ze heeft ons
76 I,7 | alles wat Hij in de loop van de eeuwen, bijzonder in
77 I,7 | het Jubeljaar ook het jaar van hun zaligverklaring of heiligverklaring.
78 I,7 | zijn of om nederige figuren van leken en religieuzen, van
79 I,7 | van leken en religieuzen, van het ene continent der aarde
80 I,7 | te zijn om het mysterie van de Kerk tot uitdrukking
81 I,7 | levende wijze het gelaat van Christus. ~Overigens hebben
82 I,7 | hebben we ter gelegenheid van het heilig jaar veel gedaan
83 I,7 | met de vertegenwoordigers van de andere Kerken en kerkelijke
84 I,7 | gemeenschappen, in het kader van het Colosseum, symbool van
85 I,7 | van het Colosseum, symbool van vervolgingen in de eerste
86 I,8 | Alsof ze in de voetsporen van de heiligen wilden treden,
87 I,8 | stroom talloze kinderen van de Kerk naar Rome getrokken,
88 I,8 | getrokken, om bij de graven van de apostelen hun geloof
89 I,8 | onder de indruk gekomen van de grote menigten op het
90 I,8 | Sint-Pietersplein ter gelegenheid van de talrijke vieringen. Vaak
91 I,8 | kijken naar de lange rijen van pelgrims die geduldig wachtten
92 I,8 | probeerde me een beeld te vormen van de levensgeschiedenis van
93 I,8 | van de levensgeschiedenis van ieder van hen. Een geschiedenis
94 I,8 | levensgeschiedenis van ieder van hen. Een geschiedenis met
95 I,8 | dialoog met Hem weer de weg van de hoop gaat. ~Bij het zien
96 I,8 | hoop gaat. ~Bij het zien van deze aanhoudende stroom
97 I,8 | deze aanhoudende stroom van groepen kwam mij concreet
98 I,8 | kwam mij concreet het beeld van de . Kerk op weg. voor ogen,
99 I,8 | Kerk die, naar het woord van Augustinus, haar pelgrimstocht
100 I,8 | begeleid door de vervolgingen van de wereld en de vertroostingen
101 I,8 | wereld en de vertroostingen van God" (6). Alleen de buitenkant
102 I,8 | Alleen de buitenkant van dit bijzondere gebeuren
103 I,8 | Maar wie kan het wonder van de genade peilen dat zich
104 I,8 | aan de geheimvolle werking van God en zijn eindeloze liefde
105 I,8(6) | Aurelius Agustinus, De Stad van God, (vertaald en ingeleid
106 I,8(6) | Wijdeveld), Ambo/Athenaeum-Polak&Van Gennep, Baarn/Amsterdam
107 I,9 | deelnemers heeft soms de krachten van organisatoren en animatoren,
108 I,9 | organisatoren en animatoren, zowel van de kant van de Kerk als
109 I,9 | animatoren, zowel van de kant van de Kerk als van de burgerlijke
110 I,9 | de kant van de Kerk als van de burgerlijke maatschappij,
111 I,9 | de proef gesteld. Ik zou van deze brief gebruik willen
112 I,9 | enthousiaste bijeenkomst van de jongeren. Als er van
113 I,9 | van de jongeren. Als er van dit jaar 2000 één beeld
114 I,9 | het zeker wel deze stroom van jongeren waarmee ik een
115 I,9 | richtte vanaf het plein van Sint-Jan van Lateranen en
116 I,9 | vanaf het plein van Sint-Jan van Lateranen en het Sint-Pietersplein.
117 I,9 | om de eucharistieviering van Tor Vergata te vergeten. ~
118 I,9 | Kerk een bijzondere gave van Gods Geest zijn. Als men
119 I,9 | overvallen. Het jubileum van de jongeren heeft ons de
120 I,9 | en een boodschap gebracht van een jeugd die, niettegenstaande
121 I,9 | Christus niet het geheim van de ware vrijheid en van
122 I,9 | van de ware vrijheid en van de diepe vreugde van het
123 I,9 | en van de diepe vreugde van het hart? Is Christus niet
124 I,9 | de jeugd het ware gelaat van Christus wordt voorgesteld,
125 I,9 | 21,11-12) bij de dageraad van dit nieuw millennium. ~
126 I,10 | uitweiden over de details van elke gebeurtenis in dit
127 I,10 | aan de feestelijke sfeer van de eerste belangrijke samenkomst,
128 I,10 | hebben we de aansporing van Jezus ter harte genomen: "
129 I,10 | het tot het beeld maakte van de houding die we moeten
130 I,10 | 2-4). ~In het voetspoor van de kinderen zijn de meest
131 I,10 | verscheiden categorieën van volwassenen de barmhartigheid
132 I,10 | volwassenen de barmhartigheid van het jubileum komen vragen:
133 I,10 | het jubileum komen vragen: van bejaarde, zieke en gehandicapte
134 I,10 | gekomen om de betekenis van hun dienst uit te spreken:
135 I,10 | de vrede. ~De bijeenkomst van de arbeiders op 1 mei, de
136 I,10 | mei, de traditionele datum van het feest van de arbeid,
137 I,10 | traditionele datum van het feest van de arbeid, had een groot
138 I,10 | gevraagd de spiritualiteit van de arbeid te beleven, in
139 I,10 | te beleven, in navolging van de Heilige Jozef en van
140 I,10 | van de Heilige Jozef en van Jezus zelf. Hun jubileum
141 I,10 | dat bestaat in de wereld van de arbeid zou saneren en
142 I,10 | met beslistheid het proces van de economische mondialisering
143 I,10 | zou beheersen in functie van de solidariteit en het respect
144 I,10 | teruggekeerd voor het jubileum van de gezinnen, waar ze aan
145 I,10 | werden getoond als . de lente van gezin en maatschappij. .
146 I,10 | families, uit vele streken van de wereld, kwamen samen
147 I,10 | verbonden om de betekenis van huwelijk en gezin gestalte
148 I,10 | wijze, de betekenis zelf van het huwelijk en gezin als
149 I,10 | dreigt te verliezen. ~Een van de ontmoetingen die mij
150 I,10 | die met . de gevangenen van Regina Coeli. . In hun ogen
151 I,10 | bijzondere wijze . een jaar van barmhartigheid. geweest. ~
152 I,10 | geweest. ~Op het einde van het jaar, was er de sympathieke
153 I,10 | ontmoeting met . de wereld van het spektakel. , die een
154 I,10 | aantrekkingskracht uitoefent op de geest van de mensen. Ik heb de personen
155 I,10 | zouden aanbieden, getuigend van morele gezondheid en in
156 I,11 | Congres ~11. In het geheel van dit Jubeljaar, moest het
157 I,11 | Eucharistie het offer is van Christus die onder ons aanwezig
158 I,11 | het centrum moest staan van dit Heilig Jaar, gewijd
159 I,11 | gewijd aan de Menswording van het Woord. Daarom werd dit
160 I,11 | beleven. ~Als men de geboorte van de Zoon viert, hoe zou men
161 I,11 | niet enkel ter gelegenheid van bijzonder betekenisvolle
162 I,11 | dat ik, in aanwezigheid van een groot deel van het wereldepiscopaat,
163 I,11 | aanwezigheid van een groot deel van het wereldepiscopaat, in
164 I,11 | een uitdrukkelijke daad van vertrouwen het leven van
165 I,11 | van vertrouwen het leven van mannen en vrouwen in dit
166 I,11(7) | brief over de voorbereiding van het jubileumjaar 2000, Tertio
167 I,12 | gezien vanuit de Stoel van Petrus. Daarbij vergeet
168 I,12 | heb gewild dat de viering van het Jubeljaar evenzeer in
169 I,12 | waar de rijkdom en de gaven van elke Kerk en zelfs van elk
170 I,12 | gaven van elke Kerk en zelfs van elk land en elke cultuur,
171 I,12 | katholiciteit. , opdat de enige Kerk van Christus op steeds welsprekender
172 I,12 | tonen: het sacrament te zijn van de eenheid (8). ~Ik had
173 I,12 | dat men in het programma van het Jubeljaar, een bijzondere
174 I,12 | gemeenschappelijke viering van Christus. geboorte? Er werden
175 I,12 | de lichtende gedachtenis van de oecumenische ontmoeting
176 I,12 | ontmoeting in de Basiliek van Sint-Paulus, op 18 januari
177 I,12 | opvolger, samen met de primaat van de Anglicaanse Communio
178 I,12 | Communio en een metropoliet van het Oecumenisch Patriarchaat
179 I,12 | Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel, in aanwezigheid
180 I,12 | Constantinopel, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van Kerken
181 I,12 | aanwezigheid van vertegenwoordigers van Kerken en kerkelijke gemeenschappen
182 I,12 | kerkelijke gemeenschappen van overal ter wereld. In dezelfde
183 I,12 | orthodoxe patriarchen en hoofden van christelijke confessies.
184 I,12 | bijzonder aan het recente bezoek van Z.H. Karekin II, opperste
185 I,12 | patriarch en Katholicos van alle Armenië rs. ~Vele gelovigen
186 I,12 | Jubeljaar. Zeker, de weg van de oecumene blijft lastig,
187 I,12 | door de tegenwoordigheid van de Verrezene en door de
188 I,12 | de onuitputtelijke kracht van de Geest die altijd voor
189 I,13 | jubileum langs de wegen van het Heilig Land kunnen vergeten?
190 I,13 | die willen beginnen in Ur van de Chaldeeërs, om me bijna
191 I,13 | begeven in de voetstappen van Abraham "onze vader in het
192 I,13 | bedevaart plaats, de weg volgend van de heilsgeschiedenis. Zo
193 I,13 | op de Sinaï waar de gave van de Decaloog en het Eerste
194 I,13 | ik de plaatsen vereerde van Christus. geboorte en van
195 I,13 | van Christus. geboorte en van zijn leven te Betlehem en
196 I,13 | ingesteld. Ik heb het mysterie van het kruis opnieuw mogen
197 I,13 | ook nu nog plaatsen zijn van pijn en rouw omwille van
198 I,13 | van pijn en rouw omwille van het heersende geweld, heb
199 I,13 | door de zonen en dochters van de Kerk, maar ook door de
200 I,13 | bezoek aan het memoriaal van Yad Vachem, vreselijke herinnering
201 I,13 | herinnering aan de slachtoffers van de uitroeiingskampen van
202 I,13 | van de uitroeiingskampen van de nazi's. Deze bedevaart,
203 I,13 | bedevaart, een gebeuren van broederlijkheid en vrede,
204 I,13 | vrede, beschouw ik als een van de mooiste gaven van het
205 I,13 | een van de mooiste gaven van het Jubeljaar. Als ik terugdenk
206 I,14 | aandacht voor de problemen van de armoede die de wereld
207 I,14 | dit vlak krijgt de kwestie van de internationale schuld
208 I,14 | de internationale schuld van de arme landen een bijzondere
209 I,14 | landen toe, lag in de lijn van het Jubeljaar, dat in zijn
210 I,14 | de mensen in de teruggave van de materiële goederen die
211 I,14 | vaststellen dat de parlementen van meerdere Staten-schuldeisers
212 I,14 | vermindering hebben goedgekeurd van de bilaterale schuld die
213 I,14 | Daarentegen is de kwestie van de multilaterale schuldenlast
214 I,14 | multilaterale schuldenlast van de armste landen ten aanzien
215 I,14 | armste landen ten aanzien van de financiële internationale
216 I,14 | dat de staten die lid zijn van deze organisaties, vooral
217 I,14 | het ontwikkelingsproces van talrijke landen afhangt,
218 I,14 | en existentiële situatie van ontelbare mensen. ~
219 I,15 | situeren in de contemplatie van het Gelaat van Christus,
220 I,15 | contemplatie van het Gelaat van Christus, beschouwd in zijn
221 I,15 | verkondigd ook als de zin van de geschiedenis en het licht
222 I,15 | wettigt geenszins een gevoel van verzadiging, nog minder
223 I,15 | ons leiden tot een houding van gelatenheid. Wat we hebben
224 I,15 | niet voor het koninkrijk van God" (Lc 9,62). Wanneer
225 I,15 | gebed. Onze tijd is een tijd van . altijd in beweging zijn.
226 I,15 | doen. . Laat ons het woord van Jezus tot Marta in herinnering
227 I,15 | je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één
228 I,15 | bezinnen over het mysterie van Christus die het absolute
229 I,15 | het absolute fundament is van heel ons pastoraal handelen. ~
230 II,16 | Grieken die ter gelegenheid van het Paasfeest op bedevaart
231 II,16 | opdracht gekregen het licht van Christus te laten schijnen
232 II,16 | schijnen in elk tijdperk van de geschiedenis en zijn
233 II,16 | oplichten voor de generaties van het nieuwe millennium? ~
234 II,16 | uitdrukkelijker te doen. Bij het einde van het Jubeljaar gaan we ons
235 II,16 | gevestigd op het gelaat van de Heer. ~
236 II,17 | Het getuigenis van de evangelies ~17. Wanneer
237 II,17 | 17. Wanneer we het gelaat van Christus contempleren, worden
238 II,17 | Hem zegt; zij is immers van het begin tot het einde
239 II,17 | begin tot het einde vervuld van zijn mysterie. In het Oude
240 II,17 | openstellen voor de werking van de Geest (cf. Joh 15,26),
241 II,17 | die aan de oorsprong ligt van de Heilige Schrift; we willen
242 II,17 | luisteren naar het getuigenis van de apostelen (cf. ibid.,
243 II,17 | hebben ervaren. Het Woord van leven hebben ze met eigen
244 II,17 | ondanks de complexiteit van hun redactie en hun oorspronkelijke
245 II,18 | een volledige biografie van Jezus te geven die zou beantwoorden
246 II,18 | beantwoorden aan de wetten van de moderne historische wetenschap.
247 II,18 | betrouwbaar zicht op de Man van Nazaret. De evangelisten
248 II,18 | moeite gedaan om de trekken van dit gelaat vast te leggen,
249 II,18 | onderscheidingsvermogen van de Kerk. Op basis van deze
250 II,18 | onderscheidingsvermogen van de Kerk. Op basis van deze getuigenissen van het
251 II,18 | basis van deze getuigenissen van het eerste uur hebben ze,
252 II,18 | onthutsende feit vernomen van de maagdelijke geboorte
253 II,18 | de maagdelijke geboorte van Jezus, zoon van Maria, de
254 II,18 | geboorte van Jezus, zoon van Maria, de echtgenote van
255 II,18 | van Maria, de echtgenote van Jozef. Van de mensen die
256 II,18 | de echtgenote van Jozef. Van de mensen die Hem gekend
257 II,18 | gedurende de dertig jaren van zijn leven te Nazaret (cf.
258 II,18 | vernomen over het leven van "de zoon van de timmerman" (
259 II,18 | over het leven van "de zoon van de timmerman" (Mt 13,55)
260 II,18 | timmerman" (Mt 13,55) en dat van "de timmerman" zelf, behorend
261 II,18 | bedevaart te gaan naar de tempel van Jeruzalem (cf. Lc 2,4) en
262 II,18 | bracht regelmatig de synagoge van zijn stad te bezoeken (cf.
263 II,18 | 4,16). ~Voor de periode van zijn openbaar leven, die
264 II,18 | te prediken dat de komst van het Rijk Gods nabij is,
265 II,18 | in woorden en in tekenen van genade en barmhartigheid
266 II,18 | barmhartigheid de eisen en de kracht van aan te geven. De evangelies
267 II,18 | steden en dorpen, vergezeld van twaalf apostelen, door Hem
268 II,18 | uitgekozen (cf. Mc 3,13-19), van een groep vrouwen die voor
269 II,18 | zorgden (cf. Lc 8,2-3), van een menigte mensen die Hem
270 II,18 | Hem zoeken of Hem volgen, van zieken die beroep doen op
271 II,18 | op zijn genezende kracht, van mensen die Hem aanspreken
272 II,18 | de toonaangevende groepen van de religieuze samenleving
273 II,18 | de religieuze samenleving van zijn tijd. Dit mondt uit
274 II,18 | Golgota. Dat is het uur van de duisternis; maar daarop
275 II,18 | definitief. Bij het einde van hun verhaal tonen de evangelies
276 II,18 | de evangelies ons de Man van Nazaret, die de dood heeft
277 II,18 | stralend herkennen en hoe ze van Hem de gave van de Geest
278 II,18 | en hoe ze van Hem de gave van de Geest ontvangen (cf.
279 II,19 | De weg van het geloof ~19. "Vreugde
280 II,19 | Joh 20,20). Het gelaat van Christus dat de apostelen
281 II,19 | aanschouwde was hetzelfde als dit van Jezus, met wie ze gedurende
282 II,19 | hadden geleefd. In het tonen van "zijn handen en zijn zijde" (
283 II,19 | ibid.) verzekerde hij hen van de overweldigende realiteit
284 II,19 | overweldigende realiteit van zijn nieuw leven. Gemakkelijk
285 II,19 | zoektocht zijn de leerlingen van Emmaüs tot geloof gekomen (
286 II,19 | binnentreden in het mysterie van dit gelaat. Dit was trouwens
287 II,19 | tijdens het historische leven van Jezus; dit blijkt uit de
288 II,19 | met de daden of de woorden van de Heer. We kunnen maar
289 II,19 | Jezus komen langs de weg van het geloof, een weg waarvan
290 II,19 | bekende tafereel in de streek van Caesarea van Filippus (cf.
291 II,19 | in de streek van Caesarea van Filippus (cf. Mt 16,13-20).
292 II,19 | balans te willen opmaken van zijn zending en ondervraagt
293 II,19 | weer anderen Jeremia of een van de profeten" (Mt 16,14).
294 II,19 | hoever is dit nog verwijderd van de waarheid. Het volk zal
295 II,19 | uitzonderlijke religieuze dimensie van die "Rabbi", wiens uitspraken
296 II,19 | plaatsen boven de mannen van God die de geschiedenis
297 II,19 | God die de geschiedenis van Israël hebben bepaald. In
298 II,19 | Jezus heel anders! Wat Hij van de zijnen verwacht, is juist
299 II,19 | met de diepste realiteit van zijn persoon te maken heeft: "
300 II,19 | Enkel de geloofsbelijdenis van Petrus, en met hem van de
301 II,19 | geloofsbelijdenis van Petrus, en met hem van de Kerk van alle tijden,
302 II,19 | en met hem van de Kerk van alle tijden, brengt ons
303 II,19 | tot de kern die de diepte van het mysterie raakt: "U bent
304 II,19 | bent de Messias, de Zoon van de levende God" (Mt 16,16). ~
305 II,20 | geloof gekomen? Wat wordt er van ons gevraagd indien we met
306 II,20 | mens en zijn gewone manier van kennen. Maar sprekend over
307 II,20 | Jezus volstaat deze manier van kennen niet. Een "openbaringsgenade"
308 II,20 | Een "openbaringsgenade" van de Vader is daartoe vereist (
309 II,20 | de volmaakte contemplatie van Jezus' gelaat zullen komen,
310 II,20 | trouwe en c oherente kennis van het myst erie rijpen en
311 II,20 | verwoord in de plechtige aanhef van het evangelie van Johannes: "
312 II,20 | aanhef van het evangelie van Johannes: "Ja, het Woord
313 II,20 | ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid" (Joh
314 II,21 | en onlosmakelijke eenheid van deze twee polen is de identiteit
315 II,21 | twee polen is de identiteit van Christus te vinden. Dit
316 II,21 | de klassieke formulering van het Concilie van Chalcedon (
317 II,21 | formulering van het Concilie van Chalcedon (451): "Eén persoon
318 II,21 | het eeuwige Woord, Zoon van de Vader. De twee naturen
319 II,21 | menselijk ook - is wat de inhoud van de leer betreft, zorgvuldig
320 II,21 | om het ondoorgrondelijke van dit mysterie enigszins te
321 II,21 | waarachtige menselijkheid van Jezus te erkennen. Van zijn
322 II,21 | menselijkheid van Jezus te erkennen. Van zijn moeder Maria ontving
323 II,21 | verrezen Heer in de volheid van zijn goddelijke heerlijkheid
324 II,21(11) | Christ": Oecumenisch Concilie van Chalcedon, Denzinger-Hünermann,
325 II,22 | schitterende uitdrukking van het Christusmysterie door
326 II,22 | dezelfde lijn dat de Zoon van God, "naar het vlees, [..]
327 II,22 | geboren is uit het geslacht van David" (Rom 1,3; cf. 9,5). ~
328 II,22 | rationalisme talrijke kringen van de hedendaagse cultuur doordringt,
329 II,22 | geloof in de goddelijkheid van Christus een probleem; in
330 II,22 | het historisch karakter van Jezus' mens-zijn af te zwakken
331 II,22 | onbetwistbaar tot het geloof van de Kerk dat het Woord waarlijk "
332 II,22 | oogpunt is de menswording van de Zoon van God een echte
333 II,22 | menswording van de Zoon van God een echte kenosis, een "
334 II,22 | kenosis, een "ontlediging" van de heerlijkheid die Hij
335 II,22 | heerlijkheid die Hij bezit van alle eeuwigheid (cf. Fil
336 II,22 | Anderzijds is deze ontlediging van de Zoon van God geen doel
337 II,22 | ontlediging van de Zoon van God geen doel op zichzelf,
338 II,22 | de totale verheerlijking van Christus tot in zijn menselijkheid
339 II,22 | staat, opdat in de Naam van Jezus iedere knie zich zou
340 II,22 | tong zou belijden tot eer van God, de Vader: de Heer,
341 II,23 | De aloude verzuchting van de psalmist kon niet beter
342 II,23 | worden dan in het aanschouwen van het gelaat van Christus.
343 II,23 | aanschouwen van het gelaat van Christus. In Hem heeft God
344 II,23 | ons ook het ware gelaat van de mens laten zien, "Hij
345 II,23 | goddelijk leven. In het mysterie van de menswording werd de grondslag
346 II,23 | deelt hij in de intimiteit van het leven binnen de Drie-eenheid.
347 II,23 | soteriologische dimensie van het mysterie van de menswording.
348 II,23 | dimensie van het mysterie van de menswording. Het is enkel
349 II,23 | Het is enkel omdat de Zoon van God waarachtig mens geworden
350 II,23 | door Hem werkelijk kind van God te worden (13). ~
351 II,23(12) | over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et spes,
352 II,23(13) | Athanasius van Alexandrie, Redevoeringen
353 II,24 | Het gelaat van de Zoon ~24. Het wezen van
354 II,24 | van de Zoon ~24. Het wezen van de goddelijke en de menselijke
355 II,24 | helpen om het 'grensgebied' van het mysterie van Jezus'
356 II,24 | grensgebied' van het mysterie van Jezus' zelfbewustzijn te
357 II,24 | woorden de ware betekenis van zijn persoon te erkennen
358 II,24 | wanneer hij de eerste woorden van Jezus vermeldt, die Hij,
359 II,24 | twaalf jaar was, in de tempel van Jeruzalem heeft uitgesproken?
360 II,24 | Jezus is er zich duidelijk van bewust, zo blijkt het, dat
361 II,24 | duidelijke manier over de diepte van dit mysterie spreekt. In
362 II,24 | vooral in het evangelie van Johannes. Jezus twijfelt
363 II,24 | bewustzijn dat Hij heeft van zichzelf: "De Vader is in
364 II,24 | Hem het bewustzijn groeide van het goddelijk mysterie dat
365 II,24 | bestaan zich reeds bewust was van zijn identiteit als Zoon
366 II,24 | zijn identiteit als Zoon van God. Johannes bevestigt
367 II,24 | worden. Maar zelfs het drama van zijn lijden en zijn dood
368 II,24 | Hij bezit: de Zoon te zijn van de hemelse Vader. ~
369 II,25 | Het gelaat van een lijdende ~25. Wanneer
370 II,25 | meest paradoxale aspect van zijn mysterie durven onder
371 II,25 | zoals het zich in het uur van zijn dood op het kruis manifesteert.
372 II,25 | Voor dit dubbel aspect van het mysterie kan de mens
373 II,25 | neerknielen. ~De doodstrijd van Jezus in de Olijfhof kunnen
374 II,25 | overweldigd door het vooruitzicht van de beproeving die Hem wacht
375 II,25 | mogelijk is, deze beker van Hem weg te nemen (cf. Mc
376 II,25 | de Vader schijnt de kreet van zijn Zoon niet te willen
377 II,25 | aan de mensheid het gelaat van de Vader terug te schenken,
378 II,25 | Jezus niet alleen het gelaat van de mens aannemen, maar ook
379 II,25 | aannemen, maar ook het "gelaat" van de zonde op zich nemen: "
380 II,25 | ondoorgrondelijke diepte van dit mysterie kunnen peilen.
381 II,25 | De gruwelijke scherpte van deze paradox komt tot uiting
382 II,25 | in die smartelijke kreet van schijnbare wanhoop, wanneer
383 II,25 | zeker niet de werkelijkheid van die onnoembare smart ontkennen,
384 II,25 | richt, maakt Hij gebruik van de eerste verzen van psalm
385 II,25 | gebruik van de eerste verzen van psalm 22; die woorden moeten
386 II,25 | we begrijpen in het licht van het hele gebed waarin de
387 II,25 | een ontroerende vermenging van gevoelens, lijden en vertrouwen
388 II,25 | hen gered; Blijf niet ver van mij, want ongeluk nadert,
389 II,26 | broeders en zusters, de kreet van Jezus op het kruis is geen
390 II,26 | het kruis is geen kreet van wanhoop maar wel het gebed
391 II,26 | wanhoop maar wel het gebed van de Zoon die in liefde zijn
392 II,26 | Vader aanbiedt voor het heil van allen. Op het ogenblik dat
393 II,26 | zich over" in de handen van zijn Vader. Zijn ogen blijven
394 II,26 | gevestigd. Juist omwille van de unieke kennis en ervaring
395 II,26 | ervaring die alleen Hij van God bezat, ziet Hij, zelfs
396 II,26 | ziet Hij, zelfs in dit uur van duisternis, op een heldere
397 II,26 | heldere manier, het gewicht van de zonde en Hij lijdt er
398 II,26 | verzetten tegen de liefde van de Vader. Zijn lijden is
399 II,26 | verbondenheid met zijn Vader, die van nature de bron is van vreugde
400 II,26 | die van nature de bron is van vreugde en zaligheid, en
401 II,26 | die uitmondt in een kreet van verlatenheid. De gelijktijdige
402 II,26 | gelijktijdige aanwezigheid van twee schijnbaar onverenigbare
403 II,26 | in de onpeilbare diepte van de hypostatische vereniging. ~
404 II,27 | onderzoek ook het patrimonium van wat we de "beleefde theologie"
405 II,27 | de "beleefde theologie" van de heiligen zouden kunnen
406 II,27 | gemakkelijker op de intuïtie van het geloof in te gaan, vooral
407 II,27 | sommigen hebben ontvangen van de Heilige Geest of zelfs
408 II,27 | zelfs doorheen de ervaring van de vreselijke beproeving
409 II,27 | beleefd als de ervaring van Jezus op het kruis, in een
410 II,27 | een paradoxaal samengaan van zaligheid en lijden. In
411 II,27 | Divine Providence” (Dialoog van de Goddelijke Voorzienigheid),
412 II,27 | God de Vader aan Catharina van Siëna dat in de ziel van
413 II,27 | van Siëna dat in de ziel van de heiligen tegelijkertijd
414 II,27 | En de ziel is vervuld van zaligheid en van lijden;
415 II,27 | vervuld van zaligheid en van lijden; van lijden omwille
416 II,27 | zaligheid en van lijden; van lijden omwille van de zonde
417 II,27 | lijden; van lijden omwille van de zonde van de mensen,
418 II,27 | lijden omwille van de zonde van de mensen, van zaligheid
419 II,27 | de zonde van de mensen, van zaligheid door de vereniging
420 II,27 | vereniging en de tederheid van de liefde die haar geschonk
421 II,27 | heeft gekend" (14). Theresia van Lisieux beleeft op een gelijkaardige
422 II,27 | schijnbare tegenstrijdigheid van zaligheid en lijden die
423 II,27 | Jezus deel aan alle vreugden van de Drie-eenheid, maar zijn
424 II,27 | verzekeren dat ik er toch iets van begrijp, omdat ikzelf iets
425 II,27(14) | N. 78 Catharina van Siënna, Dialogue de la Divine
426 II,27 | evangelies ondersteunt de visie van de Kerk over Jezus' zelfbewustzijn,
427 II,28 | Het gelaat van de verrezen Heer ~28. Weliswaar
428 II,28 | Zaterdag, het bebloede gelaat van Jezus voor ogen te houden,
429 II,28 | Maar bij het beschouwen van Christus' gelaat mogen we
430 II,28 | stilstaan bij het beeld van de gekruisigde. Hij is verrezen! "
431 II,28 | verrijzenis was het antwoord van de Vader op zijn gehoorzaamheid,
432 II,28 | de Hebreeën: "In de dagen van zijn sterfelijk leven heeft
433 II,28 | heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid
434 II,28 | gehoorzamen, oorzaak geworden van eeuwige redding" (Heb 5,
435 II,28 | doet dit in het voetspoor van Petrus, die na zijn verloochening
436 II,28 | een begrijpelijk gevoel van schaamte toen hij zei "Heer,
437 II,28 | Bruid, haar schat, haar bron van vreugde. "Dulcis Jesu memoria,
438 II,28 | herinnering aan Jezus, de bron van de ware vreugde van het
439 II,28 | bron van de ware vreugde van het hart! Deze ervaring
440 II,28 | zetten, om bij het begin van dit derde millennium Christus
441 III,29 | dagen, tot aan de voleinding van de wereld" (Mt 28,20). Deze
442 III,29 | verlevendigd door de viering van het Jubeljaar. We dienen
443 III,29 | een inspirerende kracht van te maken voor ons verder
444 III,29 | verder op weg zijn. Bewust van de tegenwoordigheid van
445 III,29 | van de tegenwoordigheid van de Verrezen Heer onder ons,
446 III,29 | tegenover de grote uitdagingen van onze tijd. Neen, geen formule
447 III,29 | verandert met de wisseling van de tijden en culturen, zelfs
448 III,29 | communicatie. Dit programma van oudsher is ons programma
449 III,29 | aangepast zijn aan de situatie van elke gemeenschap. Het Jubeljaar
450 III,29 | Kerk te bewandelen: een weg van uitdrukkelijke catechese
451 III,29 | catechese rond het thema van de Drie-eenheid, samen met
452 III,29 | brede en veeleisende horizon van de gewone pastoraal. Midden
453 III,29 | dat het unieke programma van het Evangelie gestalte krijgt
454 III,29 | kunnen de concrete elementen van een programma vastgelegd
455 III,29 | werkmethodes, vorming en waardering van het personeel, het zoeken
456 III,29 | maken om bij de verkondiging van Christus mensen te bereiken,
457 III,29 | handelen door te getuigen van de evangelische waarden
458 III,29 | dus met klem de herders van de lokale Kerken op, om
459 III,29 | verschillende geledingen van het godsvolk, met vertrouwen
460 III,29 | met vertrouwen de etappes van de komende weg uit te tekenen
461 III,29 | tekenen en hierbij de opties van elke diocesane gemeenschap
462 III,29 | harmonie te brengen met deze van de naburige Kerken en met
463 III,29 | naburige Kerken en met deze van de universele Kerk. ~Deze
464 III,29 | hierin ook niet de betekenis van de continentale bijeenkomsten
465 III,29 | continentale bijeenkomsten van de Bisschoppensynode, die
466 III,29 | Bisschoppensynode, die de voorbereiding van het Jubeljaar gestalte gaven,
467 III,29 | de actuele verkondiging van het Evangelie in een veelvoudige
468 III,29 | dus voor het heropnemen van een bezielend pastoraal
469 III,29 | Vanuit de ondervinding van het Jubeljaar zijn ze voor
470 III,30 | gebeuren in het perspectief van de heiligheid. Is dit niet
471 III,30 | uiteindelijke betekenis van de jubileumaflaat als een
472 III,30 | aangeboden, opdat het leven van elke gedoopte in de diepte
473 III,30 | hebben, in het bewustzijn van haar veeleisend karakter.
474 III,30 | Daartoe dienen we hoofdstuk V van de dogmatische Constitutie
475 III,30 | stellen. De herontdekking van de Kerk als "mysterie",
476 III,30 | deel heeft aan de eenheid van Vader, Zoon en de heilige
477 III,30 | leiden tot de herontdekking van haar "heiligheid". Heiligheid,
478 III,30 | in de fundamentele zin van het woord als het toebehoren
479 III,30 | we haar gezicht als Bruid van Christus tonen, voor wie
480 III,30 | bepalen "want dit is de wil van God: dat u zich heiligt" (
481 III,30 | geroepen tot de volheid van het christelijk leven en
482 III,30 | leven en de volmaaktheid van de liefde". (17) ~
483 III,31 | brengen en er het fundament van de pastorale programmatie
484 III,31 | de pastorale programmatie van maken bij het begin van
485 III,31 | van maken bij het begin van het nieuw millennium, kan
486 III,31 | programmatie in het teken van de heiligheid stellen, is
487 III,31 | binnenvoert in de heiligheid van God, door de opname in Christus
488 III,31 | Christus en de inwoning van zijn Geest, het een misvatting
489 III,31 | hem het radicaal karakter van de Bergrede voorhouden. "
490 III,31 | een uitzonderlijke manier van leven zou veronderstellen
491 III,31 | veelvuldig en op de maat van ieders roeping. Ik dank
492 III,31 | vastberaden de 'hoge waarde' van het dagdagelijkse christelijke
493 III,31 | te houden: heel het leven van de kerkelijke gemeenschap
494 III,31 | kerkelijke gemeenschap en van christelijke families moet
495 III,31 | het een echte pedagogie van de heiligheid vereist, die
496 III,31 | te passen aan het ritme van elke persoon. In deze pedagogie
497 III,31 | de tra diti onele vormen van persoonlijke - en groepszorg
498 III,32 | 32. Voor deze pedagogie van de heiligheid is er een
499 III,32 | onderscheidt door de kunst van het gebed. Het Jubeljaar
500 III,32 | Jubeljaar is een jaar geweest van meer intens persoonlijk
1-500 | 501-970 |