Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | weerklinkt in ons hart het woord dat Jezus na zijn onderricht
2 Inl,1 | gezellen vertrouwden op het woord van Christus en wierpen
3 Inl,1 | 5,6).~Duc in altum! Dit woord wordt ook vandaag tot ons
4 Inl,3 | bisschop, luisteren naar het Woord en broederlijk verenigd
5 I,5 | inderdaad door Hem, die Woord en Beeld van de Vader is,
6 I,8 | ogen, de Kerk die, naar het woord van Augustinus, haar pelgrimstocht
7 I,11 | aan de Menswording van het Woord. Daarom werd dit jaar bedoeld
8 I,15 | vertrouwend op Christus. woord: "Duc in altum!". Wat we
9 I,15 | we . doen. . Laat ons het woord van Jezus tot Marta in herinnering
10 II,17 | zelf hebben ervaren. Het Woord van leven hebben ze met
11 II,20 | evangelie van Johannes: "Ja, het Woord is vlees geworden! Hij is
12 II,21 | ondoorgrondelijk mysterie ~21. Het Woord en het vlees, de goddelijke
13 II,21 | ene persoon is het eeuwige Woord, Zoon van de Vader. De twee
14 II,22 | 22. "Het Woord is vlees geworden" (Joh
15 II,22 | geloof van de Kerk dat het Woord waarlijk "vlees geworden
16 III,30 | fundamentele zin van het woord als het toebehoren aan Hem,
17 III,31 | Welke betekenis kan dit woord hebben in een pastoraal
18 III,36 | samengebracht rond de tafel van het Woord en het Brood des Levens.
19 III,38 | het mogelijk maakt dat het woord van Christus ons in al zijn
20 III,38 | van geloof sprak: "Op uw woord zal ik de netten uitgooien" (
21 III,39 | Luisteren naar het Woord ~39. Ongetwijfeld zijn het
22 III,39 | vernieuwd beluisteren van Gods woord. Het Tweede Vaticaans Concilie
23 III,39 | uitzonderlijke betekenis van Gods woord voor het leven van de Kerk
24 III,39 | vanuit de aandacht voor het Woord van God. Geliefde broeders
25 III,39 | het beluisteren van het Woord uitgroeit tot een levende
26 III,39 | bijbeltekst, het levende woord te vatten dat ons oproept,
27 III,40 | Het Woord verkondigen ~40. Ons voeden
28 III,40 | 40. Ons voeden met het Woord, opdat wij "dienaars van
29 III,40 | opdat wij "dienaars van het Woord" zouden zijn in zending
30 III,41 | bloed. In hen heef t Gods woord, dat in goede a arde was
31 Besl,58| eucharistisch Brood en van het Woord van leven. Elke zondag is
|