Chapter, Paragraph
1 I,4 | tot ons gesproken door de Zoon" (Heb 1,1-2). ~In die dagen!
2 I,5 | zo de geboorte van zijn Zoon in de schoot van Maria voor
3 I,11 | Als men de geboorte van de Zoon viert, hoe zou men dan kunnen
4 II,18 | maagdelijke geboorte van Jezus, zoon van Maria, de echtgenote
5 II,18 | vernomen over het leven van "de zoon van de timmerman" (Mt 13,
6 II,18 | ervan bewust "de geliefde Zoon" te zijn (Lc 3,22), begint
7 II,19 | U bent de Messias, de Zoon van de levende God" (Mt
8 II,20 | die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende,
9 II,21 | persoon is het eeuwige Woord, Zoon van de Vader. De twee naturen
10 II,22 | in dezelfde lijn dat de Zoon van God, "naar het vlees, [..]
11 II,22 | is de menswording van de Zoon van God een echte kenosis,
12 II,22 | deze ontlediging van de Zoon van God geen doel op zichzelf,
13 II,23 | menswording. Het is enkel omdat de Zoon van God waarachtig mens
14 II,24 | Het gelaat van de Zoon ~24. Het wezen van de goddelijke
15 II,24 | God, dat Hij namelijk de 'Zoon' is. Want wanneer zijn moeder
16 II,24 | van zijn identiteit als Zoon van God. Johannes bevestigt
17 II,24 | ondermijnen die Hij bezit: de Zoon te zijn van de hemelse Vader. ~
18 II,25 | schijnt de kreet van zijn Zoon niet te willen horen. Om
19 II,26 | maar wel het gebed van de Zoon die in liefde zijn leven
20 II,27 | onbev lekte Lam, mijn enige Zoon, die op het kruis zowel
21 II,28 | verhoord. Hoewel Hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school
22 III,30 | aan de eenheid van Vader, Zoon en de heilige Geest", (16)
23 IV,49 | uitgesloten worden sinds "de Zoon van God door zijn menswording
24 IV,49 | tegenwoordigheid van Gods Zoon. Hij gaf zijn Kerk een voorkeur
25 IV,56 | heeft dat Hij zijn enige Zoon heeft geschonken" (Joh 3,
26 Besl,58| de steun van Christus. De Zoon van God die uit liefde voor
27 Besl,58| de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest (Mt
28 Besl,59| trouw het geheim van haar Zoon bewaarde (cf. Lc 2, 51). ~
29 Besl,59| Mysterie van Jezus van Nazaret, Zoon van God en Verlosser van
30 Besl,59| richten tot de Vader, de Zoon en de Heilige Geest! ~Met
|