Chapter, Paragraph
1 I,8 | graven van de apostelen hun geloof te belijden, hun zonden
2 I,9 | keuze zouden ma ken voor geloof en leven. Ik heb ze een
3 I,13 | Abraham "onze vader in het geloof" (cf. Rm 4,11-16). Ik heb
4 II,19 | De weg van het geloof ~19. "Vreugde vervulde de
5 II,19 | niet geweest zijn om dit in geloof te aanvaarden. Slechts na
6 II,19 | leerlingen van Emmaüs tot geloof gekomen (cf. Lc 24,13-35).
7 II,19 | apostel Thomas kwam enkel tot geloof nadat hij persoonlijk de
8 II,19 | werkelijkheid enkel door het geloof dat hij ten volle kon binnentreden
9 II,19 | komen langs de weg van het geloof, een weg waarvan het evangelie
10 II,20 | 20. Hoe is Petrus tot dit geloof gekomen? Wat wordt er van
11 II,22 | doordringt, is vooral het geloof in de goddelijkheid van
12 II,22 | en onbetwistbaar tot het geloof van de Kerk dat het Woord
13 II,27 | gemakkelijker op de intuïtie van het geloof in te gaan, vooral door
14 II,28 | prediking zonder inhoud en uw geloof leeg (1 Kor 15,14). Jezus'
15 III,34| vervullen. In een tijd dat het geloof sterk wordt uitgedaagd,
16 III,34| inderdaad het gevaar dat hun geloof geleidelijk verzwakt en
17 III,35| als een bijzondere dag van geloof, dag van de verrezen Heer
18 III,35| gegeven waarop het christelijk geloof steunt (cf. 1 Kor 15,14),
19 III,38| 5,5). Dit is het uur van geloof, van gebed, van dialoog
20 III,38| het Petrus die woorden van geloof sprak: "Op uw woord zal
21 III,40| die ieder persoon in het geloof gaat en met aandacht voor
22 IV,42 | en engelen spreken en een geloof bezitten "om bergen te verzetten",
23 IV,43 | broeder of zuster in het geloof door ze te beschouwen als "
24 IV,48 | mysterie van eenheid. "Ik geloof in de ene Kerk": wat wij
25 IV,48 | gaan, in de eenheid van het geloof en in eerbied voor de gerechtvaardigde
26 IV,48 | wezenlijke punten van het geloof en de moraal, de samenwerking
27 IV,50 | zien, dienen vanuit hun geloof in Christus hierin een oproep
28 IV,51 | niet-gelovigen de eisen van het geloof op te dringen, maar wel
|