Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | visvangst: "Duc in altum" (Lc 5,4). Petrus en zijn gezellen
2 Inl,1 | netten ervan scheurden" (Lc 5,6).~Duc in altum! Dit
3 I,4 | is de Messias, de Heer" (Lc 2,11). Tweeduizend jaar
4 I,4 | hebt in vervulling gegaan" (Lc 4,21). Tweeduizend jaar
5 I,4 | Mij zijn in het paradijs" (Lc 23,43). ~
6 I,15 | het koninkrijk van God" (Lc 9,62). Wanneer het om het
7 I,15 | slechts één ding is nodig" (Lc 10,41-42). Vooraleer bepaalde
8 II,18 | betrouwbare getuigenissen (cf. Lc 1,3) terwijl ze tevens beroep
9 II,18 | zijn leven te Nazaret (cf. Lc 3,23), hebben ze een aantal
10 II,18 | tempel van Jeruzalem (cf. Lc 2,4) en die Hem er toe bracht
11 II,18 | zijn stad te bezoeken (cf. Lc 4,16). ~Voor de periode
12 II,18 | geliefde Zoon" te zijn (Lc 3,22), begint Hij te prediken
13 II,18 | die voor Hem zorgden (cf. Lc 8,2-3), van een menigte
14 II,19 | tot geloof gekomen (cf. Lc 24,13-35). De apostel Thomas
15 II,20 | eens aan het bidden was" (Lc 9,18). Deze twee gelijklopende
16 II,24 | mijn Vader moest zijn?" (Lc 2,49). Het is dan ook niet
17 II,24 | onderlijnd (cf. Mt 11,27; Lc 1,22); maar vooral in het
18 II,24 | kwam bij God en de mensen" (Lc 2,52), stilaan ook in Hem
19 II,27 | bidt voor zijn beulen (cf. Lc 23,34) terwijl Hij eveneens
20 II,27 | handen beveel Ik mijn geest" (Lc 23,46). ~
21 III,32 | Heer, leer ons bidden" (Lc 11,1). In het gebed voltrekt
22 III,35 | sabbat" (cf. Mc 16,2.9; Lc 24,1; Joh 20,1) waarop de
23 III,36 | christenen een "kleine kudde" (Lc 12,32). Dit plaatst hen
24 III,38 | zonder iets te vangen" (Lc 5,5). Dit is het uur van
25 Besl,59| haar Zoon bewaarde (cf. Lc 2, 51). ~Moge de verrezen
26 Besl,59| breken van het Brood" (Lc 24, 35), ons waakzaam vinden
|