Chapter, Paragraph
1 I,4 | van authentieke hoop voor hen die opzien naar Christus
2 I,6 | gebeurde niet alleen bij hen die zich over hun eigen
3 I,8 | levensgeschiedenis van ieder van hen. Een geschiedenis met haar
4 I,9 | gebruik willen maken om hen mijn hartelijkste dank te
5 I,9 | welkomstgroet die ik tot hen richtte vanaf het plein
6 I,9 | voor henzelf, noch voor wie hen hebben gadegeslagen, om
7 I,9 | problemen en de broosheid die hen kenmerken in de huidige
8 I,10 | God vanaf de oorsprong met hen heeft (cf. Mc 10,6-8). Ze
9 I,10 | ook berouw en hoop. Voor hen is het jubileum op heel
10 II,19 | ibid.) verzekerde hij hen van de overweldigende realiteit
11 II,19 | Gemakkelijk zal het voor hen zeker niet geweest zijn
12 II,19 | blijkt uit de vragen die bij hen opkwamen telkens wanneer
13 II,19 | Rabbi", wiens uitspraken hen zo sterk boeiden, opgemerkt
14 II,25 | vertrouwden op U, en U hebt hen gered; Blijf niet ver van
15 III,34 | uitgenodigd. Deze roeping maakt hen ontvankelijker voor een
16 III,36 | Lc 12,32). Dit plaatst hen voor de uitdaging om specifieke
17 III,41 | getuigenis met hun bloed. In hen heef t Gods woord, dat in
18 IV,48 | Kerk van Christus, stuwen hen onophoudelijk voort naar
19 IV,50 | of geen huis hebben dat hen beschut? ~Het beeld van
20 IV,53 | en zusters is geboden om hen toe te laten aan het jubileum
21 IV,53 | ingebracht en samen met hen hebben ook vele verantwoordelijken
22 Besl,58| volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader,
23 Besl,58| 19) aan de zijnen om over hen de levenwekkende gave van
24 Besl,58| Geest uit te "blazen" en hen op weg te zetten voor het
25 Besl,59| leerlingen van Emmaüs en door hen herkend werd bij het "breken
|