Chapter, Paragraph
1 I,4 | vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs" (Lc
2 I,6 | gericht op de Gekruisigde, mij tot tolk heb gemaakt van
3 I,8 | stroom van groepen kwam mij concreet het beeld van de .
4 I,9 | meer dan de aantallen heeft mij vooral de ernstige inzet
5 I,10 | van de ontmoetingen die mij het meest heeft ontroerd
6 II,24 | aarzeling: "Waarom hebben jullie Mij gezocht? Wisten jullie niet
7 II,24 | zichzelf: "De Vader is in mij en ik ben in de Vader" (
8 II,25 | mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?" (Mc
9 II,25 | gered; Blijf niet ver van mij, want ongeluk nadert, en
10 II,25 | en er is geen mens die mij helpt" (Ps 22,5.12). ~
11 II,28 | Christus ontmoette: "Voor mij is leven Christus en sterven
12 III,29 | het Jubeljaar zijn ze voor mij heel duidelijk geworden. ~
13 III,31 | roeping. Ik dank de Heer, die mij de mogelijkheid schonk,
14 III,33 | Christus' belofte ; "Wie mij liefheeft zal ondervinden
15 III,33 | Ik zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren" (Joh
16 III,40 | woorden van Paulus: "Wee mij als ik het evange lie niet
17 IV,42 | zien dat je leerlingen van mij bent: als jullie onder elkaar
18 IV,43 | tevens een . geschenk. dat mij gegeven is. Uiteindelijk
19 IV,48 | zijn zoals U, Vader, in mij en Ik in U" (Joh 17,21) -
20 IV,48 | na dit Jubeljaar richt ik mij heel hoopvol naar de Kerken
21 IV,49 | vreemdeling en jullie hebben mij opgenomen, ik was naakt
22 IV,49 | was naakt en jullie hebben mij gekleed, ik was ziek en
23 Besl,59| God in Christus Jezus tot mij richt" (Fil 3, 13-14). En
|